letters, klanken, woorden in zinnen.

letters, klanken, woorden in zinnen.
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

letters, klanken, woorden in zinnen.

Slide 1 - Slide

aan, doe, jas
Een zin met deze woorden is:
Ik doe mijn jas aan.
of,
Huub doet zijn jas aan.

Slide 2 - Slide

Maak zelf een zin met de woorden: uit, doe, jas.

Slide 3 - Open question

waarom, moeten, doen
Maak een zin met deze woorden.
Waarom moeten wij vrijwilligerswerk doen?

Slide 4 - Slide

aa
aan, 
gaan, 
laat, 
maar, 
naar, 
waar,
...

Slide 5 - Slide

oo
door,
doos,
nooit,
voor,
...

Slide 6 - Slide

ee
alleen,
een,
geen,
meer,
nee,
weet,
...

Slide 7 - Slide

uu
buur,
uur,
huur,
muur,
duur,
vuur,
...

Slide 8 - Slide

a
al,
als,
ga,
had,
kan,
van,
...

Slide 9 - Slide

e
en,
er,
heb,
hem,
het,
met,
...

Slide 10 - Slide

i
ik,
in,
is,
vis,
mis,
...

Slide 11 - Slide

u
hut,
bus,
dus,
jullie,
kunnen,
nu,
...

Slide 12 - Slide

o
bos,
kom,
nog,
om,
ons,
op,
...

Slide 13 - Slide

zinnen
Maak korte zinnen van besproken woorden,
bijvoorbeeld:
Ik loop door het bos.
Ik ga naar huis.
Waar ga jij naar toe?
...

Slide 14 - Slide