This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 15 videos.
Lesson duration is: 100 min
Items in this lesson
MBO N&T Les 9
Energie & Magnetisme
Slide 1 - Slide
0
Slide 2 - Video
Programma
1. Energie: - Algemeen - Energieverbruik
2. Warmtetransport
3. Magnetisme
Slide 3 - Slide
Deel 1
Energie & Energieverbruik
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Video
01:59
Welke energiebronnen ken je?
Slide 6 - Mind map
https:
Slide 7 - Link
0
Slide 8 - Video
Bij een parkeermeter die op zonne-energie werkt, valt zonlicht op een zonnecel. Hoe wordt deze energievorm ook genoemd?
A
Chemische energie
B
Kinetische energie (bewegingenergie)
C
Stralingsenergie
D
Potentiële energie
Slide 9 - Quiz
Veel voorwerpen die we dagelijks gebruiken, werken via een omzetting vanuit chemische energie. In welke stof of voorwerp ontbreekt chemische energie?
A
Aardgas
B
Batterij
C
Kroket
D
Opgeblazen ballon
Slide 10 - Quiz
Toelichting op vorige vraag:
Een opgeblazen balon bevat potentiële energie: zolang je de tuit dichthoudt, kan de ballon niet weg, maar laat je hem los dan wordt de potentiële energie omgezet in bewegingsenergie. Er is geen sprake van een scheikundige reactie zoals verbranding, dus er is geen chemische energie
Slide 11 - Slide
Welke energieomzetting vindt er plaats in een elektromotor van een auto?
A
Bewegingsenergie wordt omgezet in bewegingsenergie
B
Bewegingsenergie wordt omgezet in chemische energie
C
Chemische energie wordt omgezet in elektrische energie
D
Elektrische energie wordt omgezet in bewegingsenergie
Slide 12 - Quiz
Welke energieomzetting vindt er plaats in de batterijen van een draagbare DVD-speler?
A
Bewegingsenergie wordt omgezet in chemische energie
B
Bewegingsenergie wordt omgezet in elektrische energie
C
Chemische energie wordt omgezet in elektrische energie
D
Elektrische energie wordt omgezet in chemische energie
Slide 13 - Quiz
Slide 14 - Video
Slide 15 - Video
Wat betekent "rendement"?
Slide 16 - Open question
Wat betekent de "wet van behoud van energie"?
Slide 17 - Open question
Slide 18 - Video
06:14
Je hebt een koelkast met een vermogen van 140 Watt en een vaatwasser van 0,75 kW. Deze staan 24 uur aan. Bereken het energieverbruik in kilowattuur (kWh).
Slide 19 - Open question
06:17
Uitwerking van de opdracht:
Vermogen koelkast = 140 W = 0,14 kW Vermogen totaal (koelkast & vaatwasser) = 0,14 + 0,75 = 0,89 kW Tijd = 24 uur Energieverbruik = vermogen x tijd = 0,89 kW x 24 h = 21,36 kWh
Slide 20 - Slide
Het blijkt dat bij de werking van zonnepanelen de geleverde energie van de zon niet in haar geheel door het zonnepaneel wordt benut. Hoe heet het deel van de zonne-energie dat wel wordt benut?
A
Restenergie
B
Rendement
C
Stralingsenergie
D
Warmte
Slide 21 - Quiz
Deel 2
Warmtetransport
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Video
Slide 24 - Video
Slide 25 - Video
0
Slide 26 - Video
Warmtestroming vindt plaats in...
A
Vaste stoffen en vloeistoffen
B
Vloeistoffen en gassen
C
Gassen en vaste stoffen
D
Vaste stoffen, vloeistoffen en gassen
Slide 27 - Quiz
Welke bewering is juist?
A
De directe warmteoverdracht van een hete radiator vindt plaats via geleiding
B
Stilstaande lucht is een goede geleider voor warmte
C
Een warmteradiator werkt beter als deze zwart geschilderd is
D
De werking van een thermoskan berust op het voorkomen van warmtegeleiding
Slide 28 - Quiz
Warmtetransport kan plaatsvinden door warmtegeleiding, warmtestroming en warmtestraling. Welk voorbeeld valt onder warmtestraling?
A
Afkoeling van je hand door een ijsklontje in je hand te nemen
B
opwarming van de aarde door de zon
C
Je hand verbranden door een metalen lepel uit de hete soep te halen
D
vlees of vis braden met de steengrill
Slide 29 - Quiz
Deel 3
Magnetisme
Slide 30 - Slide
Slide 31 - Video
01:17
Welke stoffen ken jij die door magneten worden aangetrokken?
Slide 32 - Mind map
02:59
An
A
Antwoord A
B
Antwoord B
Slide 33 - Quiz
Slide 34 - Video
0
Slide 35 - Video
Slide 36 - Video
Slide 37 - Video
07:37
Waar ligt de magnetische noordpool van de aarde?
A
Bij de geografische noordpool
B
Bij de geografische zuidpool
Slide 38 - Quiz
Jurjen zaagt een ijzeren staafmagneet door. Het gevolg hiervan is dat er twee stukken ontstaan waarbij er...
A
Eén kleine magneet ontstaat die we noordpool noemen en één kleine magneet ontstaat die we de zuidpool noemen
B
Twee kleine magneten ontstaan, beide voorzien van een noord- en een zuidpool
C
Eén magneet ontstaat met een noord- en zuidpool; het ander stuk is niet magnetisch
D
Twee kleine stukken ijzer ontstaan die niet magnetisch zijn
Slide 39 - Quiz
Op een autokerkhof staan kranen die met gemak autowrakken optillen met een reuzenmagneet. Dit is eigenlijk een soort elektromagneet die je zelf ook kunt maken door geïsoleerd koperdraad rond een ijzeren spijker te wikkelen. Wat bepaalt de sterkte van een elektromagneet?
A
De dikte en het formaat van de spijker
B
De dikte en de lengte van het koperdraad
C
De lengte en de vorm van de spijker
D
Het aantal koperdraadwindingen en de stroomsterkte van de batterij
Slide 40 - Quiz
Welke energieomzetting vindt er plaats in de dynamo van een fiets?
A
Bewegingsenergie wordt omgezet in elektrische energie
B
Chemische energie wordt omgezet in bewegingsenergie