What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Persoonlijk voornaamwoord
Persoonlijk Voornaamwoord
- Wie doet iets?
Ik
ben op school.
Jij
loopt naar de Aldi.
Hebben
wij
nu Nederlands les?
1 / 18
next
Slide 1:
Slide
NT2
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
This lesson contains
18 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Lesson duration is:
45 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Persoonlijk Voornaamwoord
- Wie doet iets?
Ik
ben op school.
Jij
loopt naar de Aldi.
Hebben
wij
nu Nederlands les?
Slide 1 - Slide
Ik
ga naar de winkel vandaag.
Ga
jij
ook naar de winkel?
Hij
gaat niet naar de winkel.
Zij
gaat wel naar de winkel.
Het
blikje cola in de winkel is duur.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
Je kan een naam schrijven. Je kan ook geen naam schrijven, maar wel een
persoonlijk voornaamwoord.
Anna
pakt een boek uit de kast.
Anna
is de naam van een
vrouw.
Dan schrijf je:
Zij
pakt een boek uit de kast.
Slide 4 - Slide
Nog een voorbeeld:
Morgen wil
ik
voetballen met
Ameer.
Ik
vraag: ''Ameer, wil
jij
morgen voetballen?''
Ik zie dat
de voetbal
leeg is.
Het
is een lekke voetbal.
Slide 5 - Slide
Wij
zitten nu in de klas.
Jullie
zijn leerlingen op de ISK.
Jullie = hier / dichtbij
Zij
zijn om 15:00 vrij vanmiddag.
Zij = daar / verder weg
Slide 6 - Slide
Mijn broer en ik
fietsen samen naar school.
Mijn broer en ik
= 2 personen.
Ik = 1 van de personen.
Dan wordt het:
Wij
fietsen samen naar school.
Slide 7 - Slide
Willen Ameer en Anna morgen zwemmen?
Ameer en Anna = 2 personen
.
Ik ≠ Ameer of Anna.
Ik vraag iets
aan
Ameer en Anna.
Dan wordt het:
Willen
jullie
morgen zwemmen?
Slide 8 - Slide
Leerlingen in klas 1R
hebben vandaag les tot 15:00.
Leerlingen in klas 1R
= 2+ personen
Ik ≠ Klas 1R
Klas 1R is niet hier. We praten
over
klas 1R.
Dan wordt het:
Zij
hebben vandaag les tot 15:00.
Slide 9 - Slide
Marie koopt nieuwe schoenen.
''Koopt..........nieuwe schoenen?''
A
wij
B
jullie
C
hij
D
zij
Slide 10 - Quiz
Fatima en Tim lopen in de winkel.
''.........lopen in de winkel.''
A
zij
B
ik
C
wij
D
weet ik niet
Slide 11 - Quiz
Kadir en Alan moeten huiswerk maken.
''...............moeten huiswerk maken.''
A
ik
B
wij
C
jullie
D
hij
Slide 12 - Quiz
Piet en Ria gaan naar de markt.
''Gaan ..........naar de markt?''
A
wij
B
zij
C
ik
D
hij
Slide 13 - Quiz
Ik vraag aan Bram of hij mee gaat.
"Bram, ga ............ook mee?"
A
jij
B
hij
C
jullie
D
zij
Slide 14 - Quiz
Ik wil een goedkope jas kopen.
''Is ............ een goedkope jas?''
A
wij
B
het
C
ik
D
zij
Slide 15 - Quiz
Over 3 weken is het vakantie voor iedereen op school.
''Over 3 weken hebben ............. vakantie.''
A
wij
B
jullie
C
zij
D
jij
Slide 16 - Quiz
Maak het werkblad.
Klaar?
Schrijf 6 zinnen.
1 met elk persoonlijk voornaamwoord.
Ook klaar?
Woordenlijst Zebra / Lezen
Voorbeeld:
Ik ben nu op school.
Jij loopt naar ...
Hij/Zij/Het is ...
Wij ...
Jullie ...
Zij ...
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
More lessons like this
Persoonlijk voornaamwoord
November 2023
- Lesson with
11 slides
NT2
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
Persoonlijk voornaamwoord
November 2024
- Lesson with
11 slides
NT2
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
Persoonlijk voornaamwoord
February 2023
- Lesson with
11 slides
NT2
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Bijvoeglijk naamwoord
December 2023
- Lesson with
10 slides
NT2
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Persoonlijk voornaamwoord
September 2024
- Lesson with
11 slides
NT2
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
Persoonlijk voornaamwoord
January 2025
- Lesson with
11 slides
NT2
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
3 h Gesundheit DU3 L1
October 2024
- Lesson with
26 slides
Duits
Secondary Education
KLASNL oefentoets les 10
April 2023
- Lesson with
31 slides
NT2
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1