Elevator Pitch - Les 1: Titel, personages, thema

Elevator pitch - boekpresentatie Nederlands










1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Elevator pitch - boekpresentatie Nederlands










Slide 1 - Slide

Presentatie

  • De komende week gaan we aan de slag met een presentatie over het boek dat je nu aan het lezen bent.


    Slide 2 - Slide

    Slide 3 - Slide

    Wat vooraf ging ...
    • In periode 1 heb je Koning Valentijn gelezen en een toets gemaakt over dit boek. 

    • Ter voorbereiding op deze toets heb je een aantal begrippen geleerd die te maken hebben met het onderdeel fictie. Weet je nog welke begrippen we hebben besproken?

      Slide 4 - Slide

      Wat vooraf ging ...
      • De begrippen uit periode 1 op een rij:

      • Fictie en non-fictie
      • Realistisch en niet realistisch
      • Hoofdpersonen, bijpersonen, hun rollen en karakterbeschrijving
      • Vertelperspectief
      • Beoordelingswoorden en argumenten

      Slide 5 - Slide

      De opdracht
      • Je houdt een korte, overtuigende presentatie over het boek. Dit noem je een elevator pitch.

      • Het doel van jouw presentatie is om ervoor te zorgen dat iedereen het boek wil lezen

      • Ook dit keer pas je de (meeste) begrippen op de vorige slide weer toe. Ook leer je een paar nieuwe begrippen. 

      Slide 6 - Slide

      Hoe ga je te werk?
      • In deze lessenserie werk je stap voor stap naar je elevator pitch toe. Je hoeft alleen de slides maar te volgen. 

      • De theorie (over de begrippen) die je nodig hebt, wordt steeds uitgelegd. 

      • Na de uitleg van de begrippen volgen de opdrachten. De antwoorden op de opdrachten, heb je nodig voor je pitch.





      Slide 7 - Slide

      Vooruitblik
      Aan het einde van deze les weet je weer ...

      ... wie de hoofdpersoon in jouw boek is en wie de bijpersonen zijn.
      ... wat de relaties tussen deze personages zijn.
      ... hoe de titel van jouw boek bij het boek past.
      ... wat het thema/de thema's van jouw boek zijn.

      Slide 8 - Slide

      Aan de slag!

      • Daar gaan we! 
      • Open les 1 in LessonUp. 
      • Maak slide 9 t/m 28.

      Slide 9 - Slide

      Titelverklaring 

      • De titel verklaren Uitleggen hoe de titel bij het boek past.

      • Letterlijk/figuurlijk Een titel kun je letterlijke en/of figuurlijk uitleggen. 

      • Thema, persoon, plaats, gebeurtenis De titel heeft vaak iets met het thema (onderwerp van het boek) te maken. De titel kan ook naar een persoon, plaats of gebeurtenis uit het boek wijzen.

      Slide 10 - Slide

      Voorbeeld: Titelverklaring Koning Valentijn

      • De titelverklaring van Koning Valentijn:

      • Het boek heet Koning Valentijn omdat Benjamin opkijkt tegen zijn broer Valentijn, die populair en knap is. Toch blijkt Valentijn niet zo zelfzeker als hij overkomt.

      Slide 11 - Slide

      Nu jij!

      Op de volgende slide volgt een vraag over de titel van jouw boek.

      Slide 12 - Slide

      Leg uit hoe de titel van jouw boek bij jouw boek past.

      Slide 13 - Open question

      Begrip: personages

      • Het volgende begrip is: personages.
      • Hoofd- en bijfiguren, personages beschrijven en relaties.
      • Eerst volgt weer de uitleg, dan een voorbeeld bij Wonder en daarna de opdrachten.

      Slide 14 - Slide

      Slide 15 - Slide

      Slide 16 - Slide

      Slide 17 - Slide

      Voorbeeld: personages Koning Valentijn
      • Hoewel de titel van het boek anders doet vermoeden, wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van Benjamin. Dit personage roept weinig sympathie op. 

      • Benjamin kijkt ontzettend op naar zijn grote broer, maar deze bewondering komt akelig over. Benjamin imiteert zijn broer tot in het absurde. Zo eet hij bijvoorbeeld watermeloen omdat Valentijn dat doet, terwijl hij dat zelf echt niet lust. Benjamins overdreven pogingen leiden tot pijnlijke situaties. Er is niemand die hem stopt, die hem in bescherming neemt of hierover met hem in gesprek gaat. Op school wordt hij gepest en uitgelachen.

        Slide 18 - Slide

        Nu jij!

        Op de volgende slide volgt een aantal vragen over de personages in jouw boek.

        Slide 19 - Slide

        Wie is de hoofdpersoon in jouw boek?

        Slide 20 - Open question

        Wie zijn de bijfiguren in jouw boek?

        Slide 21 - Open question

        Beschrijf hun relatie.

        Slide 22 - Open question

        Thema

        • Verhalen gaan ergens over, hebben een onderwerp. Dat noem je een thema

        • In één verhaal kunnen meerdere thema's voorkomen.



        Slide 23 - Slide

        Voorbeeld: thema Koning Valentijn
        • Seksualiteit en identiteit zijn thema’s die een grote rol spelen in het verhaal. 

        • Benjamin is zoekende naar zijn identiteit en doet daarom zijn broer Valentijn na. Beide broers zijn zoekende naar hun seksualiteit en komen uit de kast.

        Slide 24 - Slide

        Nu jij!

        Op de volgende slide volgt een vraag over het thema van jouw boek.

        Slide 25 - Slide

        Over welk thema/welke thema's gaat jouw boek?

        Slide 26 - Open question

        Aan de slag!
        Lees verder in je boek tot het einde van de les.

        Slide 27 - Slide