Nederlands les 4

Welkom bij Nederlands
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands

Slide 1 - Slide

Vorige week, les 3
1. beknopte bijzin
2.meewerkend voorwerp en lijdend voorwerp
3.hun en hen
4.samentrekking

Slide 2 - Slide

Hij geeft de straf aan ........
A
hen
B
hun

Slide 3 - Quiz

De dader zit in de zaal met de slachtoffers.
Hij ziet....... niet.
A
hen
B
hun

Slide 4 - Quiz

Heb je ........ wel je verhaal verteld?
A
hen
B
hun

Slide 5 - Quiz

Lopend naar de bus, las hij het vonnis.
A
goed
B
fout

Slide 6 - Quiz

Aangekomen in de zaal, werd het vonnis gelezen.
A
goed
B
fout

Slide 7 - Quiz

In voor- en tegenspoed belooft hij haar trouw.
A
Het streepje staat goed.
B
Het streepje staat fout.

Slide 8 - Quiz

Ik geef hun de beloning.
A
hun is lijdend voorwerp.
B
hun is meewerkend voorwerp.

Slide 9 - Quiz

De rechter veroordeelde hem en werd veroordeeld tot drie maanden.
A
goed
B
fout

Slide 10 - Quiz

Ga bij jezelf te rade
Beheers je de stof van vorige week?

Zo niet: wat ga je eraan doen?

Slide 11 - Slide

Les 4 onderwerpen
4.1 Wanneer afkortingen met hoofdletter/kleine letter?
4.2 Apostrof of streepje
4.3 Wanneer -n tussen twee woorden
4.4 Wanneer s/ss tussen twee woorden?
4.5 Wanneer trema?
4.6 Engelse ziekte: Wanneer woorden wel/niet aan elkaar?
4.7 Wanneer hij/zij/het bij verwijzingen?

Slide 12 - Slide

TREMA
Leg uit waarom het volgende woord zo geschreven wordt:
gecreëerd

Slide 13 - Open question

Wat is het langste trefwoord in de Dikke Van Dale?
A
hottentottententententoonstelling
B
meervoudigepersoonlijkheidsstoornis
C
vrachtwagenautobandventieltjespomp

Slide 14 - Quiz

1. Zijn de hoofdletters correct toegepast?

In de middeleeuwen ging de Mariakerk aan de Paddenweg op Koningsdag in vlammen op.
A
ja
B
nee

Slide 15 - Quiz

2. Hoe spel je de volgende woorden correct?
1. stage.evaluatie
2. hbo.tentamen

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Video

3. Tussen-n:
Hoe spel je onderstaand woord correct. Leg uit!
akte.bespreking

Slide 18 - Open question

Maak een correcte samenstelling van de volgende woorden:

rijst pap

Slide 19 - Open question

3. Hoe schrijf je de volgende samenstellingen correct?
lil.wayne.rap
polo.overhemd

Slide 20 - Open question

5. Trema:
opticien
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quiz

5. Trema?
industriele
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quiz

6. inbewaring stelling
A
goed
B
fout

Slide 23 - Quiz

6. politieverordening
A
goed
B
fout

Slide 24 - Quiz

Trema, tussen-n-, streepje, hoofdletter en kleine letter
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

7. Kies de juiste verwijzing:

Het college heeft ... leden bijeengeroepen.
A
haar
B
zijn

Slide 26 - Quiz

Wanneer is een -de-woord vrouwelijk?

het eindigt op:
-e
-heid
-ing-
-nis

Slide 27 - Slide

7. Verwijzing van de- en het-
Het-woorden (onzijdig) : het- het-zijn

De-woorden (mannelijk): hij-hem-zijn
De-woorden (vrouwelijk): zij-haar-haar

Slide 28 - Slide

7. De regering geeft .... leden de opdracht het uit te zoeken.
A
haar
B
zijn

Slide 29 - Quiz

7. De raad geeft ... leden advies.
A
haar
B
zijn

Slide 30 - Quiz

Het huis is niet meer bewoonbaar. Zijn dakpannen zijn eraf gewaaid.
A
-zijn- is goed
B
-zijn- is niet goed. Het moet zijn: -haar-

Slide 31 - Quiz

Slide 32 - Video


Wat ging er mis in het filmpje?

Slide 33 - Mind map

Stel een vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 34 - Open question

Ik vond de les
A
saai
B
inspirerend
C
slecht
D
prima

Slide 35 - Quiz

Het zit er op...

Bedankt allemaal


Slide 36 - Slide