Nederlands les 4 - wk 5

Welkom bij Nederlands
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands

Slide 1 - Slide

lesonderdelen 
Samenstellingen: wanneer -e/ -s / -en  tussen twee woorden?
Hoofdlettergebruik
Apostrof, koppelteken en trema
Wanneer hij/zij/het bij verwijzingen?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Dus...

Samenstellingen schrijf je waar mogelijk aan elkaar, afhankelijk van de betekenis (lange+afstand+loper: lange afstandsloper of langeafstandsloper)
Samenstellingen krijgen een -e, een -s of een -en. 

Slide 4 - Slide

Wat is het verschil tussen een gouden medaillewinnaar en een goudenmedaillewinnaar?

Slide 5 - Mind map

Welke samenstelling is correct?
A
aktebespreking
B
aktesbespreking
C
aktenbespreking

Slide 6 - Quiz

Welke samenstelling is correct?
A
hondhok
B
hondehok
C
hondenhok

Slide 7 - Quiz

Welke samenstelling is juist?
A
stationklok
B
stationsklok

Slide 8 - Quiz

Wanneer gebruik je een liggend streepje?

Slide 9 - Mind map

Streepje (-)
Vervangingsteken: als je een deel van een woord weglaat. 
Vb. maandag- en dinsdagavond
Koppelteken: klinkerbotsing
Vb. auto-ongeluk / milieu-inspectie
samenstellingen
Vb. Zuid-Hollandse linie / glas-in-loodraam / ex-collega / A3-papier / #-teken / tv-gids / lay-out

Slide 10 - Slide

Goed of fout?

Make-up
A
Goed
B
Fout

Slide 11 - Quiz

Welke is goed?


A
83-jarige
B
83 jarige

Slide 12 - Quiz

Welke is goed?
A
Stageuren
B
Stage-uren

Slide 13 - Quiz

timer
1:00
Wanneer gebruik je een trema?

Slide 14 - Mind map

Welke spelling is juist?
A
ge-creeerd
B
gecre-eerd
C
gecrëeerd
D
gecreëerd

Slide 15 - Quiz

Trema?
industriele
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quiz

Trema:
opticien
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quiz

Wanneer gebruik je een apostrof?

Slide 18 - Mind map

Wat is juist?
A
Evas fiets
B
Eva's fiets

Slide 19 - Quiz

Wat is juist?
A
baby's
B
babys

Slide 20 - Quiz

Is deze zin correct geschreven?

Vinden jullie die de Ridder ook zo saai?
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quiz

Zijn de hoofdletters correct toegepast?

In de middeleeuwen ging de Mariakerk aan de Paddenweg op Koningsdag in vlammen op.
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quiz

Wanneer verwijs je met hij/zij/het?

Slide 23 - Mind map

Kies de juiste verwijzing:

Het college heeft ... leden bijeengeroepen.
A
zijn
B
haar
C
het

Slide 24 - Quiz

De politie heeft ...... zaken allemaal afgewikkeld.
A
zijn
B
haar
C
het

Slide 25 - Quiz

Stel een vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 26 - Open question

Stel een vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 27 - Open question

Reflectie
Wat heb ik geleerd in deze les?

Slide 28 - Open question

Het zit er op...

Bedankt allemaal


Slide 29 - Slide