Grammatica: bijwoordelijke bepaling en bijwoord

Grammatica
Bijwoordelijke bepaling en bijwoord

Tas tegen de muur
Spullen op tafel blz: 226-227
timer
4:00
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Grammatica
Bijwoordelijke bepaling en bijwoord

Tas tegen de muur
Spullen op tafel blz: 226-227
timer
4:00

Slide 1 - Slide

Doel:

Je kunt de bijwoordelijke bepaling in de zin benoemen


Je kunt de bijwoorden in de zin benoemen


Nu eerst: nakijken opdr. 1 t/m 4 blz. 226-227

Slide 2 - Slide

regel

 Bijwoordelijke bepalingen (bwb) zijn makkelijk te vinden, we noemen de bijwoordelijke bepaling ook wel de ‘prullenbak’.

Alles wat je overhoudt na het benoemen, noem je bwb. Bijwoordelijke bepalingen zijn vaak plaatsen of tijden, maar het kan van alles zijn.


Bijwoordelijke bepalingen geven antwoord op de volgende vragen: waar, wanneer, waarom, waarmee, waardoor, hoe en hoeveel.

Slide 3 - Slide

Hoe zat het ook alweer?

pv = zin vragend maken, werkwoord dat vooraan staat is pv

wg = alle werkwoorden uit de zin

ow = wie (wat) + pv

lv = (wie) wat + pv + ow

mv = aan wie/wat + pv + ow


Slide 4 - Slide

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
pv = ?

Slide 5 - Open question

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
wg = ?

Slide 6 - Open question

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
ow = ?

Slide 7 - Open question

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
lv = ?

Slide 8 - Open question

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
mv = ?

Slide 9 - Open question

Hij heeft aan Lisa voor haar verjaardag een cadeau gegeven.
bwb = ?

Slide 10 - Open question

bijwoord
kunnen iets zeggen over:
  • een werkwoord: De scooter rijdt hard.
  • een ander bijwoord: Hij heeft zijn test bijzonder slecht gemaakt.
  • een bijvoeglijk naamwoord: Er liggen erg zieke mensen in een ziekenhuis.

Slide 11 - Slide

bw = ?

Vandaag heb ik zeer hard gewerkt
A
vandaag
B
heb
C
hard
D
zeer

Slide 12 - Quiz

bw = ?
Wij kwamen gisteren plotseling in een sneeuwstorm terecht.
A
gisteren
B
plotseling
C
sneeuwstorm
D
terecht

Slide 13 - Quiz

bw = ?
Stratenmakers hebben een erg zwaar beroep.
A
hebben
B
erg
C
zwaar
D
beroep

Slide 14 - Quiz

bw = ?
Morgen is hier een bijeenkomst met leerlingen.
A
morgen
B
hier
C
bijeenkomst
D
met

Slide 15 - Quiz

TOETS: 31 maart.
Blooket Grammatica
timer
5:00

Slide 16 - Open question