What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Spaans herhaling 4 havo
Spaans herhaling 4 havo
1 / 20
next
Slide 1:
Slide
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
This lesson contains
20 slides
, with
interactive quizzes
and
text slide
.
Lesson duration is:
15 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Spaans herhaling 4 havo
Slide 1 - Slide
Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:
5. (correr)¡Ustedes _______ mucho!
A
corremos
B
corren
C
corro
D
corréis
Slide 2 - Quiz
Vervoeg het werkwoorden in Presente de Indicativo:
(vivir)María ______ en el quinto piso de este edificio.
A
vivo
B
viven
C
vivimos
D
vive
Slide 3 - Quiz
Hoe zeg je in het Spaans "dankjewel"?
A
merci
B
grazie
C
gracias
D
danke schön
Slide 4 - Quiz
Welke werkwoorden zijn allemaal regelmatig?
A
hablar, comer, ir
B
trabajar, hacer, vivir
C
estar, ser, escribir
D
visitar, beber, compartir
Slide 5 - Quiz
Wat zijn de BEPAALDE lidwoorden?
A
el/los/la/las
B
un/unos/una/unas
Slide 6 - Quiz
Hoe zeg je in het Spaans:
ik ben?
A
sois
B
yo soy
C
son
Slide 7 - Quiz
Wat is vrijdag in het Spaans?
A
Sábado
B
Miércoles
C
Domingo
D
Viernes
Slide 8 - Quiz
Wat is ook alweer de
Presente Perfecto?
A
Toekomst
B
Voltooide tijd
C
Verleden tijd
D
Tegenwoordige tijd
Slide 9 - Quiz
Hoe maak je de 'presente perfecto'?
A
een vorm van 'haber' + ww + ado/edo
B
een vorm van 'ir' + a + hele ww
C
een vorm van 'haber + stam ww + ado/ido
D
een vorm van 'tener' + a + hele ww
Slide 10 - Quiz
Wat is een signaalwoord van de presente perfecto?
A
de repente
B
un día
C
en verano
D
ya
Slide 11 - Quiz
Ik heb gegeten in het Spaans is:
A
yo como
B
yo he como
C
yo he comido
D
yo estoy comiendo
Slide 12 - Quiz
Presente perfecto - zij heeft gedaan =
A
ha hecho
B
ha hacido
C
he hecho
D
he hacido
Slide 13 - Quiz
¿Hay, ser, estar?
¡Hola!, Yo ___________________ Pablo.
A
eres
B
hay
C
estoy
D
soy
Slide 14 - Quiz
Hoe zeg je in het Spaans:
Ik woon in ...
A
Vivo en ...
B
Tengo ...
C
Me llamo ...
D
Tú tienes ...
Slide 15 - Quiz
Hoe zeg je in het Spaans...?
Ik heet...
A
Vivo en...
B
Me llamo...
C
Tengo...años.
D
Soy de...
Slide 16 - Quiz
¿Hay, ser of estar?
Holanda ________ en Europa.
A
está
B
están
C
hay
D
es
Slide 17 - Quiz
SER, ESTAR, HAY
Vul de juiste werkwoord ir:
En la librería ............... libros interesantes.
A
están
B
son
C
hay
Slide 18 - Quiz
Hoe zeg ik in het Spaans: Ik ben Nederlander
A
Me llamo holandés
B
Te llamas holandés
C
Eres holandés
D
Soy holandés
Slide 19 - Quiz
Hoe vraag je aan iemand: "hoe oud ben je?" in het Spaans?
A
¿dónde vives?
B
¿tienes hermanos?
C
¿qué te gusta?
D
¿cuántos años tienes?
Slide 20 - Quiz
More lessons like this
PA1.6 oefentoets
January 2021
- Lesson with
35 slides
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
PA1_cap 6
May 2023
- Lesson with
24 slides
Spaans
Middelbare school
vmbo b, k, g
Leerjaar 2
Oefentoets 4: presente perfecto /ser/estar/hay + woordenschat
January 2021
- Lesson with
35 slides
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
perfecto + AANWIJZEND VNW, SPEC WW + BEZITTELIJKE VNW, SER, ESTAR+HAY
March 2023
- Lesson with
52 slides
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
Week 3
October 2023
- Lesson with
27 slides
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
Excellentie HH 2 futuro, presente perfecto, ser estar hay
May 2022
- Lesson with
38 slides
Spaans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
4H FAB ma 8/1
January 2018
- Lesson with
16 slides
Spaans
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Mavo 3 H1 en H2 Gram
October 2023
- Lesson with
38 slides
Spaans
Middelbare school
mavo
Leerjaar 3