This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
¡Bienvenidos a tu clase de español!
Hoy es lunes,
2 de marzo de 2020
Slide 1 - Slide
¿Aún sabes cómo usar el gerundio?
Hoe gebruikte je de 'Gerundio'?
Met deze regel kun je vertellen over acties /gebeurtenissen die in ontwikkeling zijn'.
In het Engels heet de Gerundio, 'present continuous'. Bijv: I am eating -> Ik ben aan het eten.
In het Spaans maak je de Gerundio als volgt
Bij werkwoorden die op –AR eindigen, vervang je –ar door -ANDO.
Trabajar ( werken) = 'Estoy trabajando' (ik ben aan het werken)
Bij werkwoorden op –IR en –ER, vervang je –ir en –er door –IENDO.
Comer ( eten) = Estás comiendo ( jij bent aan het eten)
Vivir ( leven) = Estamos viviendo (wij 'zijn aan het wonen')
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
¿Qué es el 'Gerundio'?
Met deze tijd vertel je over acties /gebeurtenissen die in ontwikkeling zijn', die op dit moment bezig zijn...
In het Engels heet de Gerundio, 'present continuous'. Bijv: I am eating -> Ik ben aan het eten.
In het Spaans maak je de Gerundio als volgt
Bij werkwoorden die op –AR eindigen, vervang je –ar door -ANDO.
Trabajar ( werken) = 'Estoy trabajando' (ik ben aan het werken)
Bij werkwoorden op –IR en –ER, vervang je –ir en –er door –IENDO.
Comer ( eten) = Estás comiendo ( jij bent aan het eten)
Vivir ( leven) = Estamos viviendo (wij 'zijn aan het wonen')
Slide 4 - Slide
¿Todavía sabes cómo usar el gerundio?
Wat is de Gerundio ook alweer?
Wanneer gebruikte je dit?
Welk hulpwerkwoord had je hiervoor nodig?
Weet je nog hoe je de 'Gerundio' gebruikt?
Slide 5 - Slide
Haz una frase con gerundio ; 4 palabras ( maak een zin met de gerundio, 4 woorden)
Slide 6 - Mind map
Vertaal de volgende 3 zinnen in het Spaans. Gebruik de gerundio 1 We zijn gitaar aan het spelen 2 Isabel is de krant aan het lezen 3 Stilte alsjeblieft! Papa en mama zijn aan het slapen...
Slide 7 - Open question
KUN JE DEZELFDE WERKWOORDEN IN DE GERUNDIO ZETTEN? 1 hacer ( yo) 5 decir (ella) 2 comer ( nosotros) 6 ver (tú) 3 quedar (él) 7 ganar (ellos) 4 llegar (vosotras) 8 afeitarse (yo)
Slide 8 - Open question
¡Bienvenidos a tu clase de español!
22
Hoy es
¿ Qué estás ..... (comer)?
Slide 9 - Slide
Hoe maakte je de Gerundio ook al weer?
De 'Gerundio' gebruik je om te zeggen wat je op het moment zelf aan het doen bent.
Daarvoor heb je het werkwoord Estar nodig en het werkwoord dat de actie doet:
"Estoy hablando" ; Ik ben aan het praten,
"Estáis comiendo"; Jullie zijn aan het eten,
"Están durmiendo"; Zij zijn aan het slapen.
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
https:
Slide 13 - Link
Vocabulario 2.1 1 tener sed 2 el sabor 3 probar (ue) 4 tener hambre 5 quemado 6 el queso 7 el plato 8 el arroz 9 preparar 10 pensar (ie)
Gebruik in je antwoord alleen spaties!
timer
4:00
Slide 14 - Open question
Vocabulario 2.2 1 el ingrediente 2 la piña 3 las palomitas 4 entrar 5 dulce 6 salado/-a 7 significar 8 redondo/-a 9 la palabra 10 necesitar
Gebruik in je antwoord alleen spaties!
timer
4:00
Slide 15 - Open question
Slide 16 - Video
KUN JE DEZELFDE WERKWOORDEN IN DE GERUNDIO ZETTEN? 1 hacer ( yo) 5 decir (ella) 2 comer ( nosotros) 6 ver (tú) 3 quedar (él) 7 ganar (ellos) 4 llegar (vosotras) 8 afeitarse (yo)