H5.1

IJsbreker
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

IJsbreker

Slide 1 - Slide




Pak je laptop en je boek!
De afspraken

Slide 2 - Slide

Taalfuncties
Lekker of niet lekker?
Hoe zwaar is …?
Een cola, graag
Grammatica
Werkwoorden: moeten, kunnen, willen, mogen
Mij, jou, u
Begrippen
Een kilo
Eerst, dan, daarna
Lettergrepen
De volgende KLANKEN worden geoefend: /o/, /a/, /au/, /u/, /uu/, /j/.

De doelen van de les: 
Vind je dat nou echt lekker?

Slide 3 - Slide

                eet smakelijk
lekker          heerlijk         ik houd van
vies              niet lekker
de smaak - zoet, zout, zuur, bitter

De doelen van de les: 
Vind je dat nou echt lekker?

Slide 4 - Slide

Wat eten mensen in jouw land?

Slide 5 - Open question

Ik houd het meest van.....
zoet
zout

Slide 6 - Poll

lekker eten

Slide 7 - Mind map

niet lekker

Slide 8 - Mind map

Wat is een typisch Nederlands ontbijt?
A
Brood met kaas en hagelslag
B
Pizza met champignons
C
Sushi met sojasaus
D
Pasta met tomatensaus

Slide 9 - Quiz

Wat is een bekend Nederlands lunchgerecht?
A
Sushi met wasabi
B
Burrito met bonen
C
Broodje kroket
D
Pizza met pepperoni

Slide 10 - Quiz

Wat is een populaire Nederlandse snack?
A
Falafel met hummus
B
Springrolls met chilisaus
C
Nachos met guacamole
D
Bitterballen

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Video

Noteer de ingredienten hier

Slide 13 - Mind map

Huiswerk: 
Maak de online opdrachten.
Lees de les nog een keer door.
Maak de opdrachten af.

IJsbreker

Slide 14 - Slide

Opdracht
Maak de opdrachten op p. 115 en 116

Slide 15 - Slide

Ik vind .... heerlijk.                     Ik hou van ...
Ik vind ... lekker.
Ik vind ... niet lekker.                Ik hou niet van..
Ik vind ... vies.
Vind je dat nou echt lekker?

Slide 16 - Slide

Waar hou je van?
Wat vind je lekker?

Ik lust graag couscous
Ik hou van couscous
Ik vind couscous lekker.
Ik vind couscous heel erg lekker.





Waar hou je niet van?
Wat vind je niet lekker?

Ik lust geen hamburgers.
Ik hou niet van hamburgers.
Ik vind hamburgers niet lekker.
Ik vind hamburgers helemaal niet lekker.




Slide 17 - Slide

Opdracht vergrotende/overtreffende trap
Onderstreep het juiste antwoord
1. Ik vind bier lekkerder/lekkerst dan wijn.
2. Koekjes zijn zoeter/zoetst dan brood.
3. Mijn broer is veel grappiger/grappigst dan ik.
4. Ik werk één dag minder/minst dan mijn partner.
5. Hoe leer jij het beter/best, uit het boek of op de computer?
6. Welk land vind jij het mooier/mooist?




Slide 18 - Slide

Hoofdstuk 1 - les 2
Ik vind ... 
Ik vind koffie lekker. 
Ik vind koffie niet lekker. 
Ik vind koffie lekkerder dan thee. 

Ik vond koffie niet lekker, maar nu wel. 

Slide 19 - Slide