Zelfstandig naamwoord + Bijvoeglijke naamwoord

Zelfstandig naamwoord + Bijvoeglijke naamwoord
1 / 8
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsBasisschoolMiddelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsLeerjaar 1-4

This lesson contains 8 slides, with text slides.

Items in this lesson

Zelfstandig naamwoord + Bijvoeglijke naamwoord

Slide 1 - Slide

Zelfstandige naamwoorden
- Mensen
- Dieren
- Dingen
De tafel - de jongen - de gorilla

Slide 2 - Slide

De vader fietst met kinderen over de brug.

Slide 3 - Slide

De hond bijt in mijn spijkerbroek.

Slide 4 - Slide

Schrijf de zelfstangnaamwoorden in je schrift.


1. Appels vallen uit de boom.


2. De leerlingen zijn goed bezig.


3. De tijger is ontsnapt uit zijn verblijf.


4. De man gaat samen met zijn vrouw naar een duur restaurant

Slide 5 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord
Zegt iets over het zelfstandig naamwoord

Slide 6 - Slide

De snelle auto rijdt door de scherpe bocht.

Slide 7 - Slide

Schrijf de bijvoeglijk naamwoorden in je schrift

1. De bange kat sprong van de hoge schutting.

2. Tijdens de grote bruiloft trek ik mijn mooie, dure schoenen aan.

3. De sterke gorilla spring op de brede rug van meneer Dam.  

Slide 8 - Slide