Oefenen met taalkundig benoemen

Je gaat aan de slag met taalkundig benoemen

- Je krijgt eerst de zin te zien en gaat daarna stap voor stap benoemen
- Vul alleen afkortingen in
- Voor vragen kun je bij de docent terecht
 - Succes!
1 / 48
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Je gaat aan de slag met taalkundig benoemen

- Je krijgt eerst de zin te zien en gaat daarna stap voor stap benoemen
- Vul alleen afkortingen in
- Voor vragen kun je bij de docent terecht
 - Succes!

Slide 1 - Slide

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.

Slide 2 - Slide

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'de'?

Slide 3 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'lelijke'?

Slide 4 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'plant'?

Slide 5 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'is'?

Slide 6 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'zijn'?

Slide 7 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'bladeren'?

Slide 8 - Open question

De lelijke plant is zijn bladeren verloren.
Wat is 'verloren'?

Slide 9 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.

Slide 10 - Slide

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'de'?

Slide 11 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'drie'?

Slide 12 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'leerlingen'?

Slide 13 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'zitten'?

Slide 14 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'samen'?

Slide 15 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'in'?

Slide 16 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'dat'?

Slide 17 - Open question

De drie leerlingen zitten samen in dat lokaal.
Wat is 'lokaal'?

Slide 18 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?

Slide 19 - Slide

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'wie'?

Slide 20 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'heeft'?

Slide 21 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'mijn'?

Slide 22 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'vele'?

Slide 23 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'pennen'?

Slide 24 - Open question

Wie heeft mijn vele pennen gestolen?
Wat is 'gestolen'?

Slide 25 - Open question

Gym is leuker ... wiskunde.
A
Als
B
Dan

Slide 26 - Quiz

Ik ben net zo lang ... mijn zus.
A
Als
B
Dan

Slide 27 - Quiz

Ik vind natuurkunde moeilijker ... scheikunde.
A
Als
B
Dan

Slide 28 - Quiz

Mijn nieuwe klas is leuker ... verwacht.
A
Als
B
Dan

Slide 29 - Quiz

Joep heeft een hoger cijfer ... hij had durven hopen.
A
Als
B
Dan

Slide 30 - Quiz

De docent stuurt hem naar de gang.

Slide 31 - Slide

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'de'?

Slide 32 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'docent'?

Slide 33 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'stuurt'?

Slide 34 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'hem'?

Slide 35 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'naar'?

Slide 36 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'de'?

Slide 37 - Open question

De docent stuurt hem naar de gang.
Wat is 'gang'?

Slide 38 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.

Slide 39 - Slide

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'de'?

Slide 40 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'jarige'?

Slide 41 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'kleuter'?

Slide 42 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'staat'?

Slide 43 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'op'?

Slide 44 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'zijn'?

Slide 45 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'kleine'?

Slide 46 - Open question

De jarige kleuter staat op zijn kleine tafeltje.
Wat is 'tafeltje'?

Slide 47 - Open question

Dit waren de zinnen!
Heb je nog vragen? -> Stel ze aan jouw docent!
Ben je klaar voor het einde van de les? -> Je kunt ook aan de slag met de les over redekundig ontleden!

Slide 48 - Slide