Les 7: De grote quiz

Les 7: De grote quiz.
Weetje: Sommige organisme kunnen licht geven, dit proces noemen we bioluminescentie. 
1 / 52
next
Slide 1: Slide
Toets voorbereidingSpeciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 52 slides, with interactive quizzes, text slide and 3 videos.

Items in this lesson

Les 7: De grote quiz.
Weetje: Sommige organisme kunnen licht geven, dit proces noemen we bioluminescentie. 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Is een orgaanstelsel een groep organen die samenwerken?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

Regelt de celkern alles wat er in de cel gebeurt?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quiz

Geven de bladgroenkorrels planten een groene kleur?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

Doen de bladgroenkorrels van planten aan het proces fotosynthese
A
Ja
B
Nee

Slide 8 - Quiz

Kun je cellen met het blote oog zien?
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quiz

Welk van de volgende organen behoort tot het verteringsstelsel?
A
Hart
B
De holle ader
C
Het ruggenmerg
D
Lever

Slide 10 - Quiz

Tot welk orgaanstelsel behoort dit orgaan?
A
Ademhalingsstelsel
B
Verteringsstelsel
C
Zenuwstelsel
D
Bloedvatenstelsel

Slide 11 - Quiz

Wat heeft een dierlijke cel?
A
Vacuole
B
Bladgroenkorrel
C
Celwand
D
Celmembraan

Slide 12 - Quiz

Welke rie onderdelen heeft een planten cel meer dan een dierlijke cel?

Slide 13 - Open question

In welk deel van de plant maakt een plant zijn eigen voedsel?

Slide 14 - Open question

Planten maken zuurstof.

Wordt alle zuurstof gebruikt door mensen en dieren?

Slide 15 - Open question

Welk organisme maakt zijn eigen voedsel?
A
Aardbei
B
Mens
C
Koe
D
Bij

Slide 16 - Quiz

Planten geven ........ af aan de omgeving
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide

Slide 17 - Quiz

Planten gebruiken ...... samen met behulp van zonlicht om aan fotosynthese te doen.
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
H2O
D
CO2

Slide 18 - Quiz

Bonus vraag 1: Water noemen we ook wel?
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
H2O
D
CO2

Slide 19 - Quiz

Zet de woorden in de juiste volgorde van groot naar klein.

Orgaan, orgaanstelsel, cel en organisme.

Slide 20 - Open question

Wat is celplasma?
A
Water met opgeloste zouten.
B
Water met opgeloste stoffen.
C
Water met vitamines.
D
Water met zuurstof.

Slide 21 - Quiz

Welk organisme maakt zijn eigen voedsel?
A
Aardbei
B
Mens
C
Koe
D
Bij

Slide 22 - Quiz

Planten geven ........ af aan de omgeving
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide

Slide 23 - Quiz

In welk deel van de cel vind je chromosomen?

Slide 24 - Open question

Benoem de namen van de genummerde delen.

Slide 25 - Open question

Welk deel van de cel is donkerblauw gekleurd?

Slide 26 - Open question

Zet bij ieder nummer het juiste orgaan

Slide 27 - Open question

Mensen ademen zuurstof in en ademen ...... uit.

Slide 28 - Open question

Hoe noem je een groep organen die samenwerken?
A
Orgaanstelsel
B
Groep organen
C
Organisme
D
Orgaan

Slide 29 - Quiz

Zet de namen bij de genummerde delen.

Slide 30 - Open question

De wortels van een plant zijn
A
orgaanstelsel
B
organen

Slide 31 - Quiz

Het wortelstelsel is een
A
orgaanstelsel
B
orgaan

Slide 32 - Quiz

Door welk deel van de cel gaat de kleurstof naar binnen?

Slide 33 - Open question

Hoe heten de dunne draden in de celkern?

Slide 34 - Open question

Hoeveel chromosomen heeft een mens in zijn geslachtscellen?
A
23
B
46
C
45
D
25

Slide 35 - Quiz

Hoeveel chromosomen heb jij geërfd van je moeder?
A
23
B
46
C
45
D
25

Slide 36 - Quiz

Hoeveel chromosomen heb jij geërfd van je vader?
A
23
B
46
C
45
D
25

Slide 37 - Quiz

Hoeveel chromosomen hebben jouw cellen?
A
23
B
46
C
45
D
25

Slide 38 - Quiz

Hoe heten de geslachtscellen bij mannen en vrouwen?

Slide 39 - Open question

Uit welke stof bestaan chromosomen voor een deel?

Slide 40 - Open question

Welke informatie is opgeslagen in jouw DNA?

Slide 41 - Open question

Regelt de celkern alles wat er in de cel gebeurt?
A
Ja
B
Nee

Slide 42 - Quiz

Pak je je microscoop vast aan het statief?
A
Ja
B
Nee

Slide 43 - Quiz

Geven de bladgroenkorrels planten een groene kleur?
A
Ja
B
Nee

Slide 44 - Quiz

Kun je cellen met het blote oog zien?
A
Ja
B
Nee

Slide 45 - Quiz

Zitten er wortelharen aan het uiteinde van de hoofdwortel?
A
Ja
B
Nee

Slide 46 - Quiz

Kijk je door het oculair van een microscoop?
A
Ja
B
Nee

Slide 47 - Quiz

Hebben dierlijke cellen een celwand?


A
Ja
B
Nee

Slide 48 - Quiz

Zitten vacuolen in de kern van een plantencel?


A
Ja
B
Nee

Slide 49 - Quiz

Welk van de volgende organen behoort tot het verteringsstelsel?
A
Het hart
B
De holle ader
C
De lever
D
Het ruggenmerg

Slide 50 - Quiz

Wat heeft een dierlijke cel?
A
Vacuole
B
celmembraan
C
Celwand
D
Bladgroenkorrels

Slide 51 - Quiz

Wat is celplasma?
A
Water met opgeloste zouten.
B
Water met opgeloste stoffen.
C
Water met vitamines.
D
Water met zuurstof.

Slide 52 - Quiz