La cuisine française

1 / 53
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Een lessenserie van 5 lessen
1. Vergroten vocabulaire
2. Kijk- en luistervaardigheid
3. Plezier en lekker doen

Slide 2 - Slide

Afsluiting in Doeweek 3
We gaan ruim drie uur koken onder begeleiding van de chef en de chef de partie van restaurant Spoon 

Slide 3 - Slide

uijk/

Slide 4 - Slide

Welke Franse woorden over eten ken jij al?
timer
1:00

Slide 5 - Open question

Prends ton cahier et ton stylo

Slide 6 - Slide

On va écrire les mots

Slide 7 - Slide

Le vocabulaire

Slide 8 - Slide

Vertaal: het brood
A
le pain
B
les fruits
C
la viande
D
les légumes

Slide 9 - Quiz

Vertaal: het vlees
A
le pain
B
les fruits
C
la viande
D
les légumes

Slide 10 - Quiz

Vertaal: het fruit
A
le pain
B
les fruits
C
la viande
D
les légumes

Slide 11 - Quiz

Vertaal: de groente
A
le pain
B
les fruits
C
la viande
D
les légumes

Slide 12 - Quiz

Vertaal: het rundvlees
A
le poisson
B
le boeuf

Slide 13 - Quiz

Vertaal: het meel
A
le lait
B
la farine
C
l'eau
D
l'oeuf

Slide 14 - Quiz

Vertaal: het ei
A
le lait
B
la farine
C
l'eau
D
l'oeuf

Slide 15 - Quiz

Vertaal: de melk
A
le lait
B
la farine
C
l'eau
D
l'oeuf

Slide 16 - Quiz

Vertaal: het water
A
le lait
B
la farine
C
l'eau
D
l'oeuf

Slide 17 - Quiz

Vertaal: de appel
A
le poire
B
la pomme
C
l'orange
D
le citron

Slide 18 - Quiz

Vertaal: de citroen
A
le poire
B
la pomme
C
l'orange
D
le citron

Slide 19 - Quiz

Vertaal: de peer
A
le poire
B
la pomme
C
l'orange
D
le citron

Slide 20 - Quiz

Vertaal: de sinaasappel
A
le poire
B
la pomme
C
l'orange
D
le citron

Slide 21 - Quiz

Les techniques

Slide 22 - Slide

Welke andere Franse woorden die in de keuken gebruikt worden ken jij al?
timer
1:00

Slide 23 - Open question

Brunoise

Slide 24 - Slide

Julienne

Slide 25 - Slide

Carré, chinoise, emincé

Slide 26 - Slide

On va écrire les techniques

Slide 27 - Slide

Wat betekent "julienne"
A
in kleine blokjes
B
in dunne reepjes
C
in vierkantjes
D
in schuine plakjes

Slide 28 - Quiz

Wat betekent "brunoise"
A
in kleine blokjes
B
in dunne reepjes
C
in vierkantjes
D
in schuine plakjes

Slide 29 - Quiz

Wat betekent "carré"
A
in kleine blokjes
B
in dunne reepjes
C
in vierkantjes
D
in schuine plakjes

Slide 30 - Quiz

Wat betekent "chinoise"
A
in kleine blokjes
B
in dunne reepjes
C
in vierkantjes
D
in schuine plakjes

Slide 31 - Quiz

FA: emincé > NE: eminceren

Slide 32 - Slide

FA: aroser > NE: aroseren

Slide 33 - Slide

 sous vide garen 

Slide 34 - Slide

 en papillote 

Slide 35 - Slide

Regarder et écouter

Slide 36 - Slide

Une recette pour  
faire des crêpes

Slide 37 - Slide

Wat gaat er gemaakt worden?
timer
1:00

Slide 38 - Open question

Slide 39 - Video

Wat is "la pâte à crêpe" ?


A
beslag voor cake
B
beslag voor pannenkoeken
C
pannenkoekenbeslag
D
koekjesbeslag

Slide 40 - Quiz

Hoeveel meel heb je nodig?
A
50g
B
450g
C
500g
D
650

Slide 41 - Quiz

Vul in:

Je hebt 4 .... nodig.
A
boter
B
eieren
C
melk
D
suiker

Slide 42 - Quiz

0

Slide 43 - Video

Hoeveel melk heb je nodig?


A
700ml
B
75ml
C
770ml
D
570ml

Slide 44 - Quiz

Wat is het geheime ingrediënt?


A
cacao
B
on verra
C
dat zullen we nog zien
D
suiker

Slide 45 - Quiz

0

Slide 46 - Video

Wat meng je als eerste in de kom?


A
melk, suiker, eieren
B
meel, zout, suiker
C
meel, zout, eieren
D
suiker, zout melk

Slide 47 - Quiz

0

Slide 48 - Video

Waarom voegt hij een beetje water toe?


A
om het dunner te maken
B
om het dikker te maken
C
om het witter te maken
D
om het makkelijker te mengen

Slide 49 - Quiz

0

Slide 50 - Video

Qu'est-ce que tu penses, quel est l'ingrédient secret?
timer
1:00

Slide 51 - Open question

Les devoirs
- Leer de woorden uit deze LessonUp FN

Slide 52 - Slide

                                    BON CHEF!

Slide 53 - Slide