Thema 4 B1 Geslachtsorganen

1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Thema 4 

Voortplanting en seksualiteit



B1
Geslachtsorganen

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?

  • Uitleg B1: - (Primaire) geslachtskenmerken
                           - Uitwendige en inwendige geslachtskenmerken
  • Zelfstandig aan de slag met de opdrachten 
            

Slide 3 - Slide

Leerdoelen B1

4.1.1 Je kunt uitleggen welke organen tot het voortplantingsstelsel behoren.

4.1.2 Je kunt de delen van de geslachtsorganen van een man en een vrouw noemen, inclusief de overeenkomsten en verschillen.

4.1.3 Je kunt de primaire geslachtskenmerken noemen.

Slide 4 - Slide

Geslachtskenmerken

  • Geslacht (sekse): lichamelijke geslachtskenmerken, bijvoorbeeld penis of vulva. 
  • Geslachtskenmerken: de lichamelijke kenmerken die het geslacht bepalen
  • Primaire geslachtskenmerken heb je al bij je geboorte
  • Jongen: penis en zijn balzak
  • Meisje: vulva (vulvalippen, clitoriseikel en opening van de vagina)
  • Overige kenmerken liggen in de buik

Slide 5 - Slide

Intersekse
  • Geslacht van een persoon met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken 
  • Anders er uitzien dan mensen verwachten bij een jongen of meisje, of dat iemand geslachtskenmerken heeft van beide geslachten
  • ontwikkeling tot volwassen man of vrouw anders verloopt dan verwacht (blijkt soms pas in puberteit)
  • Eén keer week een intersekse baby

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Uitwendig geslachts-orgaan vrouw
  • Clitoris: gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven.
  • Clitoriseikel (glans) aan de buitenkant zichtbaar. Dit ‘knopje’ is erg gevoelig en is omgeven door een huidplooi: de clitorishoed
  • Binnenste vulvalippen: gladde huidplooien die aan de bovenkant samenkomen onder de clitoris. 
  • Tussen de binnenste vulvalippen liggen de openingen van de urinebuis en van de vagina. 
  • Buitenste vulvalippen: behaarde huidplooien en deze liggen om de binnenste. 
  • Bij de meeste vrouwen zijn de binnenste vulvalippen na de puberteit groter dan de buitenste.

Slide 8 - Slide

Inwendig geslachts-orgaan vrouw
  • Grootste deel  in de onderbuik 
  • Baarmoeder: hier ontwikkelt een bevruchte eicel zich
  • eileiders: buis die eicel vervoert naar baarmoeder
  • eierstokken: orgaan waar eicellen zich ontwikkelen 
  • In elke eierstok zitten honderdduizenden onrijpe eicellen, de vrouwelijke geslachtscellen.
  • Vagina: het kanaal naar de baarmoeder. 
  • Maagdenvlies: een randje weefsel aan het begin van de vagina. Het is geen dicht vlies. Sommige meisjes hebben geen maagdenvlies bij de geboorte.
  • Grootste deel van de clitoris ligt inwendig en bestaat uit zwellichamen. 
  • Zwellichamen vullen zich met bloed wanneer  vrouw seksueel opgewonden raakt, ze worden daardoor groter en steviger.

Slide 9 - Slide

Uitwendig geslachts-orgaan man
  • Eikel: top van penis, erg gevoelig
  • Voorhuid: huidplooi die de eikel beschermt.
  • Voorhuid is zo ruim dat je deze over de eikel kunt terugtrekken.
  • Balzak: achter de penis, met daarin de teelballen. 
  • Huid van de balzak kan gerimpeld of glad zijn, met haar of kaal. 

Slide 10 - Slide

Inwendig geslachts-orgaan man
  • Zwellichamen liggen in de penis en deze vullen zich met bloed en worden groter en steviger bij seksuele opwinding.
  • Teelballen: produceren zaadcellen, de geslachtscellen van de man. 
  • Bijballen: deze liggen op de teelballen en slaan de zaadcellen op
  • Vanaf de bijballen lopen de zaadleiders langs de zaadblaasjes en de prostaat in de onderbuik van de man. 
  • Zaadleiders vervoeren de zaadcellen. 
  • Bij de prostaat komen de zaadleiders uit in de urinebuis. 
  • De urinebuis loopt door de penis.

Slide 11 - Slide

Zelfstandig aan de slag
  • Maak eerst opdracht 1 t/m 4 in je boek/schrift
  • Kijk deze opdrachten na met het antwoordboek (zie teams) en verbeter met een andere kleur
  • Oefen met de flitskaarten van basisstof 1 in biologie voor jou

timer
10:00

Slide 12 - Slide

Afsluiter B1
4.1.1 Je kunt uitleggen welke organen tot het voortplantingsstelsel behoren.

4.1.2 Je kunt de delen van de geslachtsorganen van een man en een vrouw noemen, inclusief de overeenkomsten en verschillen.

4.1.3 Je kunt de primaire geslachtskenmerken noemen.

Slide 13 - Slide

Baarmoeder
Eileider
Eierstok
Urineblaas
Urinebuis
Vagina

Slide 14 - Drag question


Waarin worden de eicellen rijp?
A
Eileider
B
Baarmoeder
C
Eierstok
D
Vagina

Slide 15 - Quiz

Volgorde van de voorzijde naar de achterzijde
bij de vrouw (in de schaamstreek):
A
clitoris, anus, vagina
B
vagina, anus, clitoris
C
clitoris, poepgat, anus
D
clitoris, vagina, anus

Slide 16 - Quiz

Welke nummers maken samen sperma?

Slide 17 - Mind map

Zaadcellen worden bewaard in nummer?
A
3
B
9
C
8
D
5

Slide 18 - Quiz