4.1 geslachtsorganen

4.1 geslachtsorganen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4.1 geslachtsorganen

Slide 1 - Slide

timer
4:00
Leerdoel: 
Je kunt uitleggen welke organen tot het voortplantingsstelsel behoren.
Je kunt de delen van de geslachtsorganen van een man en een vrouw noemen, inclusief de overeenkomsten en verschillen.
Je kunt de primaire geslachtskenmerken noemen.
 


Telefoon op stil in je kluis 
Rustig binnen komen
Op je plaats gaan zitten
Tas op de grond jas in de kluis 
Spullen open voor 
Welkom, kom rustig binnen,  
Laat je laptop nog even in je tas. 

Slide 2 - Slide

Geslachtskenmerken
Als een baby geboren is, zie je meestal meteen of het een jongetje of een meisje is. Dat noem je het geslacht of de sekse van de baby. De kenmerken waaraan je het geslacht herkent, noem je de geslachtskenmerken.

Slide 3 - Slide

Primaire geslachtskenmerken
Geslachtskenmerken vanaf je geboorte= primaire geslachtskenmerken. 
De primaire geslachtskenmerken kun je deels aan de buitenkant zien:
• Een jongen herken je aan zijn penis en zijn balzak.
• Een meisje herken je aan haar vulva (vulvalippen, clitoriseikel en opening van de vagina).

Slide 4 - Slide

Intersekse
Soms kun je aan de buitenkant niet meteen zien of de baby een jongen of een meisje is. De baby heeft dan mannelijke en vrouwelijke kenmerken. Dit noem je intersekse.
Bij intersekse kunnen geslachtskenmerken van beide geslachten aanwezig zijn.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Man
  • Bij de man is de top van de penis, de eikel, erg gevoelig. 
  • De eikel is bedekt met een dunne huidplooi: de voorhuid. Deze beschermt de eikel. De voorhuid is zo ruim dat je deze over de eikel kunt terugtrekken.
  • Achter de penis hangt de balzak
  • In deze huidplooi bevinden zich de teelballen.
  • De huid van de balzak kan gerimpeld of glad zijn, met haar of kaal. 

Slide 7 - Slide

In de balzak liggen twee teelballen= produceren zaadcellen. Dit zijn de geslachtscellen van de man.

Op de beide teelballen liggen de bijballen. Vanaf de bijballen lopen de zaadleiders langs de zaadblaasjes en de prostaat in de onderbuik van de man. De zaadleiders vervoeren de zaadcellen. 
Bij de prostaat komen de zaadleiders uit in de urinebuis. 

De urinebuis loopt door de penis.

Slide 8 - Slide

penis
De penis bestaat uit de eikel, de voorhuid, zwellichamen en de urinebuis. 
Door de urinebuis komt ook sperma naar buiten. 

voorhuid kan weggesneden worden= besnijdenis= hygienisch of geloof.

Slide 9 - Slide

Vrouw
De geslachtsorganen zijn deels aan de buitenkant zichtbaar. 

  • Clitoris =gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven. Alleen de clitoriseikel (glans) is aan de buitenkant zichtbaar.
  • omgeven door een huidplooi: de clitorishoed
  • De binnenste vulvalippen zijn gladde huidplooien. Aan de bovenkant komen ze samen onder de clitoris. 
  • Tussen de binnenste vulvalippen liggen de openingen van de urinebuis en van de vagina
  • Om de binnenste vulvalippen liggen de buitenste vulvalippen. Dit zijn de behaarde huidplooien. 
  • Bij de meeste vrouwen zijn de binnenste vulvalippen na de puberteit groter dan de buitenste.

Slide 10 - Slide

maagdenvlies
  • Het maagdenvlies is geen vlies
  • een klein dun randje en niet iedereen heeft het

Slide 11 - Slide

In- en uitwendige geslachtsorganen
Bij de vrouw ligt het grootste deel van het geslachtsorgaan binnenin de onderbuik. Een vrouw heeft een :
baarmoeder, eileiders en eierstokken. 

In elke eierstok zitten honderdduizenden onrijpe eicellen. 

Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.

Slide 12 - Slide