Repaso bijv.nw. + La casa + Bron K

Los adjetivos

 TB Bron J (p. 32)
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?




Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
1 / 35
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Los adjetivos

 TB Bron J (p. 32)
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?




Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

Slide 1 - Slide

Voorbeeld: 
De hond heeft een natte neus.

Slide 2 - Slide

De plaats 

Bijna altijd achter het zelfstandig naamwoord.

Het blauwe huis.                    La casa ___________.

Slide 3 - Slide

De vorm
Er zijn 3 groepen van bijvoeglijke naamwoorden:
- Grupo 1: eindigend op -o & -a
- Grupo 2: eindigend op andere letters

Slide 4 - Slide






El globo amarillo.                                       La cocina _______________.


 

Slide 5 - Slide

Bijv. nw die eindigen op een andere letter:
                                          azuL                                        grandE

Wanneer deze bijv. nw bij een vrouwelijke zelfstandig nw staan, verandert er niets

Mannelijk:                                                   Vrouwelijk:                                       
El cielo azul.                                               La casa azul.
El dormitorio grande.                           La cocina grande.


Slide 6 - Slide

LET OP! Deze bijv.nw hebben allen maar één vorm voor het mannelijk, het vrouwelijk en het meervoud:






  • rosa - roze                         naranja - oranje                       lila - lila

Slide 7 - Slide

¿Cómo estás hoy?
😒🙁😐🙂😃

Slide 8 - Poll

Vul aan:
La paella es un plato ...
timer
0:20
A
rica
B
rico
C
ricos
D
ricas

Slide 9 - Quiz

Vul aan:
La profesora ...
timer
0:20
A
inteligentes
B
inteligenta
C
inteligente
D
inteligentas

Slide 10 - Quiz

Vul aan:
Los coches ...
timer
0:20
A
grandes
B
grandos
C
grande
D
grando

Slide 11 - Quiz

Vul aan:
Las amigas ...
timer
0:20
A
guapos
B
guapa
C
guapas
D
guapo

Slide 12 - Quiz

Vul aan:
El gato ...
timer
0:20
A
enfermos
B
enferma
C
enfermas
D
enfermo

Slide 13 - Quiz

Vul aan:
Het bijvoeglijk naamwoord komt in het Spaans
meestal ............... het zelfstandig naamwoord.
A
voor
B
achter
C
onder
D
het bijv. nw. heeft niets met het znw. te maken

Slide 14 - Quiz

Partes de la casa

Slide 15 - Slide

timer
1:00
¿Qué hay en tu casa?
Noem 3 kamers in het Spaans.
Challenge: geef voor elke kamer een bijvoeglijk nw. dat je kent.

Slide 16 - Mind map

Nieuw: BRON K: Frases clave
TB: blz. 31
Samen lezen: 


Slide 17 - Slide

Boeken dicht! 

Slide 18 - Slide

Y, ¿dónde coméis?
¿Dónde está el cuarto de baño?
¿Te gusta tu dormitorio?
¿Hay un cuarto de invitados en tu casa?
¿Cómo es tu casa?
¿Tienes pósteres en tu dormitorio?
Hoe zit jouw huis er uit?
Vind je jouw slaapkamer leuk?
Heb je posters op je kamer?
Waar is de badkamer?
En waar eten jullie?
Is er een logeerkamer in jouw huis?

Slide 19 - Drag question

el salón
el pasillo
la cocina
el cuarto de baño
el dormitorio
el ático

Slide 20 - Drag question

¿QUÉ ES?
A
LA COCINA
B
EL DORMITORIO
C
EL BAÑO
D
EL SALÓN

Slide 21 - Quiz

¿QUÉ ES?
A
EL COMEDOR
B
EL SALÓN
C
EL CUARTO DE BAÑO
D
LA TERRAZA

Slide 22 - Quiz

¿QUÉ ES?
A
EL COMEDOR
B
EL SALÓN
C
EL BAÑO
D
LA TERRAZA

Slide 23 - Quiz

¿QUÉ ES?
A
EL COMEDOR
B
EL SALÓN
C
EL BAÑO
D
LA TERRAZA

Slide 24 - Quiz

Verbuig het bijvoegelijk naamwoord:
het mooie huis: la casa - bonito

Slide 25 - Open question

interessante informatie:
la información - interesante

Slide 26 - Open question

Zet in het meervoud:
la casa grande.

Slide 27 - Open question

Zet in het meervoud:
la chica inteligente.

Slide 28 - Open question

Jullie gaan een dictee maken. Er worden 6 vragen met antwoorden in het Nederlands gevraagd uit Frases Clave (Bron k). 
Vertaal deze zinnen naar het Spaans. 

Slide 29 - Slide

NL - SP:
1. Hoe ziet jouw huis eruit? -
Het is groot/klein.

Slide 30 - Open question

NL - SP:
2.Vind je jouw slaapkamer leuk? -
Ja, het is mooi/ Nee, is klein.

Slide 31 - Open question

NL - SP:
3. Heb je posters op je kamer? -
Ja, ik heb posters van FC Barcelona.

Slide 32 - Open question

NL - SP:
4. Waar is de badkamer? -
De badkamer is op de eerste verdieping.

Slide 33 - Open question

NL - SP:
5. Is er een logeerkamer in jouw huis? - Ja, en we hebben een groot terras.

Slide 34 - Open question

NL - SP:
6. En waar eten jullie? -
We eten in de eetkamer, op de begane grond.

Slide 35 - Open question