• Als ik in de spiegel kijk, zie ik een lachende man van 25 jaar oud.
• Mijn ogen zijn vermoeid, want het is vroeg. Ze hebben een blauwe kleur.
• Mijn gezicht laat zien dat ik vrolijk ben.
• Mijn haar is donkerblond en heeft slag.
• Soms denk ik dat ik oud ben.
• Soms voel ik me niet heel mooi.
• Maar ik weet ook dat ik er goed uit kan zien.
• Ik hou van mijn lach, omdat het plezier laat zien.