Samengestelde zinnen

Welkom
* tien minuten lezen
* herhalen redekundig ontleden
* herhalen theorie samengestelde zinnen
* opdrachten maken


Leg je spullen vast klaar: reader, leesboek
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom
* tien minuten lezen
* herhalen redekundig ontleden
* herhalen theorie samengestelde zinnen
* opdrachten maken


Leg je spullen vast klaar: reader, leesboek

Slide 1 - Slide

oefenzinnen
1. Vincent van Gogh is zijn hele leven arm gebleven.

2. Pas na zijn dood is zijn werk populair geworden.

3. Toen kon hij rekenen op een grote groep bewonderaars voor zijn werk.

Slide 2 - Slide

SAMENGESTELDE ZINNEN

Slide 3 - Slide

Is de stelling waar?

Je vindt de persoonsvorm in samengestelde zinnen met de tijdproef.
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quiz

Wat zijn de vijf belangrijke voegwoorden?

Slide 5 - Open question

Bij samengestelde zinnen
A
heb je altijd een voegwoord vooraan
B
heb je altijd een voegwoord tussen de zinnen
C
heb je geen voegwoord nodig
D
heb je soms een voegwoord vooraan en soms tussen de zinnen en soms geen voegwoord

Slide 6 - Quiz

Welke bewering klopt? Het kunnen er meerdere zijn.
A
In iedere zin staat een pv
B
Als er meerdere pv's in een zin staan is het altijd een samengestelde zin.
C
In een hoofdzin staan de pv en het ow naast elkaar
D
In een bijzin staan de pv en het ow niet naast elkaar of ze kunnen uit elkaar worden gehaald.

Slide 7 - Quiz

Welke zinnen zijn samengestelde zinnen?
A
De temperatuur zal morgen in het noorden van het land dalen naar zo’n 18 graden.
B
Omdat ik mijn arm in het gips heb, kan ik niet mee naar het zwembad.
C
Tijdens mijn maatschappelijke stage in het ziekenhuis heeft Ahmed veel geleerd.
D
In onze klas werd fel gediscussieerd over de ruzie tussen Herman en Boris.

Slide 8 - Quiz

Welke zinnen zijn samengestelde zinnen?
A
Bram voetbalt al vanaf groep 3 en hij zit ook op tafeltennis.
B
Ik weet nog niet zeker of ik over ga naar de derde.
C
Na de meivakantie is het nog maar een paar weken tot aan de proefwerkweek.
D
Na het Aug ga ik studeren of ik neem een tussenjaar.

Slide 9 - Quiz

Welke zinnen zijn samengestelde zinnen?
A
Nu is een selfie in een seconde gepiept, maar is het resultaat daarom minder waard?
B
Tijdens het Museumweekend presenteerde de organisatie het allereersteSelfiemuseum.
C
Geen van beide

Slide 10 - Quiz

Welke zinnen zijn samengestelde zinnen?
A
Mijn buurjongen was zijn zusje weer eens vergeten
B
Banjer rent door het park en zijn baasje rent erachteraan
C
Toen het begon te waaien, deden we snel onze jas aan.
D
De dansjes van Tiktok zijn heel populair tegenwoordig.

Slide 11 - Quiz

Henk eet iedere avond chips, omdat hij dat heel erg lekker vindt.


A
De zin heeft één persoonsvorm.
B
De zin heeft twee persoonsvormen.
C
De zin heeft drie persoonsvormen.
D
De zin heeft vier persoonsvormen.

Slide 12 - Quiz

Ik weet zeker dat ik jou het beste ken maar het is al wel weken geleden dat ik jou heb gesproken.


A
De zin heeft 1 persoonsvorm.
B
De zin heeft 2 persoonsvormen
C
De zin heeft drie persoonsvormen.
D
De zin heeft vier persoonsvormen.

Slide 13 - Quiz

Ik vond het niet leuk dat je dat zei, maar je had wel gelijk gekregen.
A
De zin heeft 1 persoonsvorm.
B
De zin heeft 2 persoonsvormen.
C
De zin heeft 3 persoonsvormen.
D
De zin heeft 4 persoonsvormen.

Slide 14 - Quiz

De samengestelde zinnen heb ik ...... begrepen.
A
goed
B
voldoende
C
nog niet zo goed
D
slecht

Slide 15 - Quiz

Opdracht maken
Maak oefening 2 uit de reader:
- zoek de pv's
- zoek naar eventuele voegwoorden
- markeer de voegwoorden
- controleer of pv en ow wel/niet naast elkaar staan
- geef de structuur van de zin aan.

Slide 16 - Slide