les 3/11 voornaamwoorden quiz

Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Deze
Hij
Zijn
Dat
Het
Hun
Mijn
Die
1 / 10
next
Slide 1: Drag question
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes, text slide and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Deze
Hij
Zijn
Dat
Het
Hun
Mijn
Die

Slide 1 - Drag question

aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
deze
wie
waar
dit
welk
die
wat
dat

Slide 2 - Drag question

Noteer het naamwoordelijk gezegde:
Zij is ook zo'n roddelaar.

Slide 3 - Open question

vragend
voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Wat
heb
je
met
deze
boeken 
gedaan?

Slide 4 - Drag question

Persoonlijk 
voornaamwoord
Vragend voornaamwoord
Aanwijzend
voornaamwoord
welke
die
jij
hij
wat
dat
wij
deze
wie

Slide 5 - Drag question

Heeft deze zin een naamwoordelijk gezegde? Zo ja, noteer het naamwoordelijk gezegde.
"Ik ben erg verdrietig geweest over het slechte cijfer."

Slide 6 - Open question

Leg uit wat een koppelwerkwoord is.

Slide 7 - Open question

welke soorten werkwoorden ken ik?

Slide 8 - Mind map

Werkwoord soorten

  1. Zelfstandig werkwoord 
  2. Hulpwerkwoord
  3. Koppelwerkwoord

Slide 9 - Slide

0

Slide 10 - Video