3a mavo 19 mrt

Arbeitsbuch auf dem Tisch, bitte.
1 / 20
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Arbeitsbuch auf dem Tisch, bitte.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Achtung QR-Code
wofür musst du aufpassen ?

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

toetsen:

so K4 : 7 april
repetitie K4: 21 mei  
Toetsweek 20 juni: rep. K5
vandaag nog 11 weken tot de toetsweek 
               nog 10x Duitse les tot toetsweek 

Slide 5 - Slide

C  Hören   Snowboardcross, Seite 20 

Voor we gaan luisteren een korte video van een wedstrijd .
let op het parcours!   

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

E Grammatik, Aufgabe 15- Seite 26  
De persoonlijke voornaamwoorden in de naamvallen 1-3-4
weten we het nog?  

ICH - MIR - MICH
 

Slide 8 - Slide

PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN 

1E NAAMVAL = ICH - DU - ER - ENZ. 
3E NAAMVAL = MIT MIR - MIT DIR - MIT IHM -ENZ.
4E NAAMVAL = FÜR MICH - FÜR DICH - FÜR IHN - ENZ.

ZIE OOK VOLGEND SCHEMA 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

JE GEBRUIKT NIET ALLEEN DE 3E EN 4E NAAMVAL BIJ VOORZETSELS!!!!!! 


Nieuw:  HET KOMT NU AAN OP ZINNEN ONTLEDEN

1E NAAMVAL = PERSOONLIJK VNW IN ONDERWERP

3E NAAMVAL = PERSOONLIJK VNW IN MEEWERKEND VW

4E NAAMVAL = PERSOONLIJK VMW. IN LIJDEND VW 

Slide 11 - Slide

Hoe vind je het onderwerp? Lijdend voorwerp in de zin? 

Slide 12 - Slide

onderwerp:  wie + persoonsvorm 
Hij koopt een boek --  wie koopt? 
hij = onderwerp
--------------------------------------------------------------
Lijdend voorwerp:  wie of wat + onderwerp en gezegde
ik heb jou gisteren gezien - wie heb ik gezien? 
jou = lijdend voorwerp  

maak nu opdracht 16 


Slide 13 - Slide

Uitleg Filmpje 

Mache die Aufgabe 17-18-19  

we controleren de opdrachten samen - verbeter evt. fouten 


timer
12:00

Slide 14 - Slide

E Grammatik:  uitleg 3e naamval 
zie volgende dia 

Slide 15 - Slide

            reeds geleerd:                  

  3e naamval  = mir - dir - ihm etc. 

3e naamval =  ich fahre mit dir in die Stadt 
--------------------------------------------------------------------
de 3e naamval gebruik je niet alleen als er een voorzetsel van de 3e naamval voor het persoonlijk vnw staat maar ook als: 
  het persoonlijk vnw in het meewerkend voorwerp staat.

Slide 16 - Slide

Het meewerkend voorwerp vind je door: 

                 aan / voor wie + onderwerp + gezegde

ik geef jou mijn boek   

vraag:  aan wie geef ik mijn boek
antwoord: aan jou
jou is het meewerkend voorwerp  
                                        en in Duitsland de 3e naamval.

Slide 17 - Slide

E Grammatik:  filmpje uitleg 3e naamval 



22-23-24

Slide 18 - Slide

E afmaken 
23 ontleden en zinsdelen in juiste koffer stoppen
24 zet de woordjes naast de tekst
25 vul de werkwoorden en persoonlijke vnw in 
timer
15:00

Slide 19 - Slide

Lernziel 
Je kunt feitelijke informatie uit een interview over muziek begrijpen.
Je kunt de woorden van de Lernliste N-D actief gebruiken.

Slide 20 - Slide