4.3 Kun je meer produceren?

Gedragsverwachtingen

Verantwoord:                       Tijdens mijn uitleg: STILTE
                                                    Actief luisteren
Vriendelijk:                            Elkaar laten uitpraten
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 44 min

Items in this lesson

Gedragsverwachtingen

Verantwoord:                       Tijdens mijn uitleg: STILTE
                                                    Actief luisteren
Vriendelijk:                            Elkaar laten uitpraten

Slide 1 - Slide

Leerdoelen                                 

Je weet aan het eind van de les ....

- wat investeren is
- het verschil tussen mechanisering en automatisering
- wat arbeidsproductiviteit is





My Skills:
#12 Initiatief tonen en pro-actief zijn
#8 Samenwerken en overleggen


Slide 2 - Slide

De productiekosten voor het maken van 20 taarten is € 125,00. Hoeveel is de kostprijs per product?

Slide 3 - Open question

Kapitaalgoederen
Hulpmiddelen

Slide 4 - Slide

Kapitaalgoederen
Kapitaalgoederen zijn spullen die ik nodig heb om een product of dienst te maken/leveren. 



 bijv. bedrijfsauto, machines, gebouwen enz.
 Kapitaalgoederen kun je kopen (investeren) of huren. 


Slide 5 - Slide

Investeren
Het kopen van kapitaal goederen, zoals een machine of
bedrijfswagen
Het doel van investeren:
Meer te produceren
Beter te produceren
Goedkoper te produceren

Slide 6 - Slide

Mechanisering vs. Automatisering
Mechanisering = zware werk van mensen wordt overgenomen door machines
Automatisering = productie overgenomen door computers/robots

Slide 7 - Slide

Arbeidsproductiviteit

Slide 8 - Slide

In je groepje
Een broodjeszaak maakt nu 50 broodjes per uur met 5 medewerkers. Dit is 10 broodjes per persoon per uur.
  • Hoe zou dit bedrijf méér broodjes kunnen produceren in 1 uur?
    Geef 3 verbeteringen die ze kunnen doen.
  • Schrijf kort op hoe deze 3 oplossingen zouden moeten werken.




Na 15 minuten kiezen we de juiste oplossing.

Slide 9 - Slide

Leerdoelen: reflectie




Je weet aan het eind van de les ....

- wat investeren is
- het verschil tussen mechanisering en automatisering
- wat arbeidsproductiviteit is

Slide 10 - Slide

Wat is een voorbeeld van investeren?
A
Het kopen van een nieuwe telefoon voor persoonlijk gebruik.
B
Het kopen van een machine om een productiefabriek te starten.
C
Het betalen van huur voor een woning.
D
Het kopen van eten voor dagelijks gebruik.

Slide 11 - Quiz

Mechanisering:
A
Computers sturen machines aan.
B
Machines nemen het werk van mensen over.
C
Mensen nemen het werk van machines over.

Slide 12 - Quiz

Wat is automatisering?
A
machines nemen het werk van mensen over
B
Computers sturen de productie aan
C
Dingen die automatisch gaan
D
Een auto zonder handschakeling

Slide 13 - Quiz

Welk gevolg van automatisering is juist?
Door automatisering....
A
Is er veel meer werk voor mensen
B
Is er juist minder werk voor mensen
C
Nemen computers het werk van mensen over
D
Nemen mensen het werk van computers over

Slide 14 - Quiz

Arbeidsproductiviteit is .....
A
het aantal producten dat de werknemers van een fabriek maken
B
het aantal producten dat een fabriek maakt
C
het aantal producten dat gemaakt wordt
D
het aantal producten dat een werknemer kan maken in een bepaalde tijd

Slide 15 - Quiz