1. Een voltooid deelwoord is
geen persoonsvorm.
2. Een vorm van hebben, zijn, worden is altijd de persoonsvorm.
3. Je kunt er ge, be, ver, ont, her voor zetten. (Let op: Soms zijn deze werkwoorden ook de pv)
4. Is je werkwoord sterk? Pas dan de klank toe.
5. Is je werkwoord zwak? Gebruik dan 't exkofschip
A) Haal -en eraf. Dit is de stam: verhuizen --> verhuiz.
B) Zit de laatste letter in 't exkofschip? ik-vorm + t + ge, be, ver, ont etc.
C) Zit de laatste letter nietin 't exkofschip? ik-vorm + d + ge be ver ont etc. verhuisde/verhuisden
Wat ook mag: Maak van je werkwoord de verleden tijd. Dan hoor je vanzelf of er een -t of -d moet staan