9 juni B2i

Ik ... liever een fiets dan een paard.
A
bereid
B
bereidt
C
berijd
D
berijdt
1 / 21
next
Slide 1: Quiz
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Ik ... liever een fiets dan een paard.
A
bereid
B
bereidt
C
berijd
D
berijdt

Slide 1 - Quiz

Een ... voor de feestcommissie!
A
hoera'tje
B
hoera-tje
C
hoeraatje
D
hoeratje

Slide 2 - Quiz

De gevangen dief ... en smeekte om vergeving
A
bad
B
bidde
C
beed

Slide 3 - Quiz

Ik luister ... niet veel naar de radio.
A
zowiezo
B
so wie so
C
zo-wie-zo
D
sowieso

Slide 4 - Quiz

Veel mensen denken dat ik ouder ben ... veertig
A
als
B
dan

Slide 5 - Quiz

Hij ... dat hij de schat als eerste heeft gevonden.
A
claimet
B
claimed
C
claimd
D
claimt

Slide 6 - Quiz

Informatie toets
  • Toets gaat over H1 t/m H6 - Lezen
  • Bestudeer de theorie, maak een samenvatting/schema
  • Bekijk de teksten, in studiewijzer veel antwoorden en uitleg 
  • Toets: tekst - daarna vragen in Forms invullen
  • Let op je spelling. 
  • Tijdens de toets ben ik bereikbaar via Teams

Slide 7 - Slide

zelfstandig werken
Maak de oefentekst in je oefenboek (blz. 99)

Maak vraag 5 t/m 9 en vraag 12, 15

timer
10:00

Slide 8 - Slide

Opdracht
  • Maak een overzicht van alle verbanden
  • noteer de betekenis van het tekstverband
  • noteer de meest voorkomende signaalwoorden
  • zet alles in een goed en overzichtelijk schema

Slide 9 - Slide

verband
omschrijving
signaalwoorden
toelichtend verband
Geeft extra informatie bij een onderwerp, vaak in de vorm van een voorbeeld.
bijvoorbeeld, zoals, zo, denk aan neem nou
tegenstellend
...

Slide 10 - Slide

Vraag 6: wat is de kernzin van alinea 1
A
Welkom op...
B
StudyTravel verzorgt...
C
Ook cursussen...
D
Ons team...

Slide 11 - Quiz

Vraag 7: wat staat vooral in alinea 2?
A
argumenten
B
feiten
C
meningen

Slide 12 - Quiz

vraag 8: welk signaalwoord?

Slide 13 - Open question

vraag 8: welk verband?

Slide 14 - Open question

vraag 9: leren communiceren in een andere taal
A
feit
B
mening
C
deels feit, deels mening

Slide 15 - Quiz

vraag 9: Niet alleen de leukste, maar ook de snelste manier van leren.
A
feit
B
mening
C
deels feit, deels mening

Slide 16 - Quiz

vraag 9: Een internationale vriendenkring opbouwen.
A
feit
B
mening
C
deels feit, deels mening

Slide 17 - Quiz

vraag 9: Les krijgen van professionele en ervaren leraren.
A
feit
B
mening
C
deels feit, deels mening

Slide 18 - Quiz

vraag 9: Een onvergetelijke ervaring
A
feit
B
mening
C
deels feit, deels mening

Slide 19 - Quiz

vraag 12: 'Zodra het inschrijfformulier bij ons binnen' is in deze zin...
A
een conclusie
B
een oorzaak
C
een reden
D
een voorwaarde

Slide 20 - Quiz

vraag 15: wat is de hoofdgedachte van de tekst?
A
Boek een taalreis (...) snel en goed spreken.
B
Boek een taalreis (...) is de beste organisatie
C
Op een taalreis (...) goed spreken
D
Op een taalreis (...) bij andere organisaties.

Slide 21 - Quiz