This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Kracht en beweging
Weten welke veranderingen krachten veroorzaken
Krachten tekenen en meten
Netto kracht bepalen
Zwaartekracht berekenen
Hefboom regel
Slide 1 - Slide
Kracht en beweging
1
2
3
Slide 2 - Slide
Leerdoelen
Aan het einde kun je antwoord geven op deze vragen:
Waarom gebruiken we hefbomen?
Hoe werkt de hefboomregel?
Wat zijn katrollen?
Wat is een takel?
Wat is de gemiddelde snelheid?
Hoe bereken ik de versnelling?
Slide 3 - Slide
Krachten
Wat is een kracht?
Krachten meten
Krachten bij elkaar optellen
Krachten in gereedschappen
Slide 4 - Slide
Soorten krachten
Zwaartekracht
Spierkracht
Veerkracht
Spankracht
Magnetische kracht
Slide 5 - Slide
Krachten tekenen
A --> de richting van de pijl
B --> Het aangrijpingspunt
C --> De lengte van de pijl
F= kracht in Newton(N)
Middelmassapunt bij Fz
Slide 6 - Slide
Nettokracht
Je hebt pas verandering in beweging als er nettokracht wordt uitgeoefend.
Bij stilstaande voorwerpen (of met een contstante snelheid) is nettokracht 0
Slide 7 - Slide
Nettokracht
Nettokracht is de optelsom van alle krachten samen
Evenwicht: Nettokracht is 0 Newton
Slide 8 - Slide
Nettokracht
Nettokracht vooruit - versnelling
Nettokracht achteruit - vertraging
Nettokracht is 0 - constante snelheid
Slide 9 - Slide
Evenwicht
Bij hefboom in evenwicht geld momentenwet of hefboomregel
Slide 10 - Slide
Berekeningen uitvoeren met hefboomregel
Slide 11 - Slide
De richting van de nettokracht is naar
A
links
B
rechts
C
boven
D
beneden
Slide 12 - Quiz
Wat is de nettokracht bij een constante snelheid?
A
kleiner dan 0
B
gelijk aan 0
C
groter dan 0
D
dat weet je niet
Slide 13 - Quiz
Wat is de nettokracht?
A
25N
B
225N
C
1,25N
D
12500N
Slide 14 - Quiz
Wat is de nettokracht?
A
Alle krachten bij elkaar opgeteld
B
als er geen krachten zijn, dat is de nettokracht
C
de sterkste kracht in de tekening
Slide 15 - Quiz
Krachten kan je meten met een
A
weegschaal
B
veerunster
C
thermometer
Slide 16 - Quiz
Wat is de eenheid van kracht?
A
Newton
B
Kilogram
C
Newton per vierkante meter
D
Watt
Slide 17 - Quiz
Er werkt een zwaartekracht van 300N. De krachtenschaal is als volgt:
1cm = 50N
Hoe groot moet de pijl worden om een kracht van 300N weer te geven?
A
6,0 cm
B
6,5 cm
C
7,0 cm
D
7,5 cm
Slide 18 - Quiz
Wat is de afkorting van kracht
A
f
B
S
C
F
D
K
Slide 19 - Quiz
Uit welke drie onderdelen bestaat een vector?
A
Richting, grootte, aangrijpingspunt
B
Richting, pijl, lengte
C
Lengte, schaal, aangrijpingspunt
D
richting, schaal, lengte
Slide 20 - Quiz
krachtenschaal 1 cm = 50 N vector is 5 cm. Hoe groot is de kracht?
A
50 N
B
250 N
C
125 N
D
75 N
Slide 21 - Quiz
Welke kracht zorgt er voor dat je chromebook niet door de tafel heen zakt?
A
Spierkracht
B
Zwaartekracht
C
Veerkracht
D
Normaalkracht
Slide 22 - Quiz
Wat is de opwaartse kracht van het water (zie figuur hiernaast)
A
7 N
B
5 N
C
3 N
D
2 N
Slide 23 - Quiz
Als het volume van een voorwerp toeneemt terwijl de massa gelijk blijft, dan zal de opwaartse kracht....
A
Toenemen
B
Gelijk blijven
C
Afnemen
D
Eerst toenemen en dan afnemen
Slide 24 - Quiz
Wat bepaalt de grootte van de opwaartse kracht op een voorwerp?
A
De hoeveelheid water die verplaatst wordt.
B
De snelheid van het voorwerp.
C
De massa van het voorwerp.
D
De volume van het voorwerp.
Slide 25 - Quiz
Bereken met de hefboomregel of de hefboom hiernaast in evenwicht is.
A
Er is evenwicht
B
Er is geen evenwicht
C
Er is een beetje evenwicht
Slide 26 - Quiz
hefboom regel
toon met een berekening aan dat de hefboom in evenwicht is?
Gegeven: F1 = 200N l1 = 2 m
F2 = 400N l2 = 1 m
Gevraagd: Is hefboom in evenwicht.
Formule: F1 x l1 = F2 x l2
Berekening:
200 x 2 = 400 x 1
400 = 400
antwoord:
De hefboom is in evenwicht.
Slide 27 - Slide
Wat is de hefboomregel
A
rL × rR = FL × FR
B
FL × rL = FL × rL
C
FL × rL = FR × rR
D
rR × FL = rL × FR
Slide 28 - Quiz
bereken met de hefboom regel hoe groot de kracht is in punt s van de schaar?
Gegeven: l1 = 2,5 cm F2 = 1,5 N l2 = 6 cm
Gevraagd: F1 in punt S
Formule: F1 x l1 = F2 x l2
Berekening: F1 x l1 = F2 x l2
F1 x2,5 = 1,5 x 6
F1 x2,5 = 9
F1 = 9 : 2,5 = 3,6
Antwoord: De kracht in punt S is 3,6 N
Slide 29 - Slide
bereken met de hefboom regel hoe groot de kracht is in punt s van de schaar?
Gegeven: l1 = 2,5 cm F2 = 1,5 N l2 = 6 cm
Gevraagd: F1 in punt S
Formule: F1 x l1 = F2 x l1
Berekening: F1 x l1 = F2 x l2
F1 x2,5 = 1,5 x 6
F1 x2,5 = 9
F1 = 9 : 2,5 = 3,6
Antwoord: De kracht in punt S is 3,6 N
Slide 30 - Slide
Bereken de nettokracht bij afbeelding 1 en 2.
690N
310N
90N
510N
Slide 31 - Drag question
Opdracht 8: De nettokracht kan positief zijn (in de richting van de beweging), negatief zijn (tegen de beweging in) of gelijk zijn aan 0. Sleep de situatie (links) naar de juiste nettokracht (rechts).
nettokracht is positief
nettokracht is 0
nettokracht is negatief
voorwerpen op lopende band
vallende steen
rijden met constante snelheid
raceauto komt naast de baan
je maakt een noodstop
een startende schaatser
Slide 32 - Drag question
Gemiddelde snelheid berekenen
Gemiddelde snelheid
Gemiddelde snelheid is de afstand gedeeld door de tijd
Slide 33 - Slide
De gemiddelde snelheid
Afstand
meter
m
Tijd
seconde
s(sec)
Snelheid
meter per seconde
m/s
gemiddelde snelheid= afstand/tijd
Slide 34 - Slide
gemiddelde snelheid
formules: gemiddelde snelheid = afstand : tijd. afstand = gemiddelde snelheid x tijd. tijd = afstand : gemiddelde snelheid.
Slide 35 - Slide
Versnellen en vertragen
versnellen
vertragen
eenparig versnellen
constante snelheid
stilstand
Slide 36 - Slide
versnelling en berekeningen.
Versnelling, massa en nettokracht zijn afhankelijk van elkaar.
Bijvoorbeeld: Een lichter voorwerp versnelt sneller dan een lichter voorwerp, bij dezelfde nettokracht.
Nettokracht = massa x versnelling Fnetto = m x a
Fnetto = Nettokracht in Newton (N)
M = de massa in kg
a = versnelling in m/s2
versnelling berekenen.
Slide 37 - Slide
Welke kracht zorgt er voor dat je chromebook niet door de tafel heen zakt?
A
Spierkracht
B
Zwaartekracht
C
Normaalkracht
D
Veerkracht
Slide 38 - Quiz
Hoe groot is de normaalkracht op dit blokje van 350 g?