Zorg voor tracheotomie en tracheostoma

Zorg voor tracheotomie en tracheostoma
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Zorg voor tracheotomie en tracheostoma

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat wordt van je verwacht? 
  • Dat je het verschil tussen een tracheotomie en tracheo-stoma kunt benoemen;
  • Dat je de zorg voor beide stoma's kunt bedeneren; 
  • Dat je eventuele risico's en bijzonderheden kunt noemen. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Programma 
Leesopdracht VTH Learnbeat
Opdracht VENN-diagram + nabespreking
Opdrachten in groepjes + nabespreking 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Huiswerkopdracht 
Learnbeat 

Vilansprotocollen 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Tracheostoma Overeenkomsten Tracheotomie
Bij een tracheostoma heeft er een laryngectomie plaatsgevonden. Het hele larynxgebied is verwijderd.
 Er ontstaan een niet fysiologische verbinding met de longen. Bij beide zal de lucht niet meer via de neus- mond/keelholte naar binnen stromen Bij een tracheotomie wordt de het luchtweg geopend door het insnijden van enkele kraakbeenringen van de luchtpijp (trachea). Dit gebeurt via een snede in de huid in het midden van de hals, vlak boven het borstbeen. Door deze opening wordt een buisje (tracheacanule) geplaatst.
Na verloop van tijd is geen canule meer nodig. Soms wordt alleen ’s nachts een canule gedragen. Bij beide wordt in eerste instantie een kunststof canule geplaatst Gedurende de hele periode zal er sprake zijn van een canule.
Bij een laryngectomie worden het strottenhoofd en de stembanden verwijderd, meestal ten gevolge van een tumor op of nabij de stembanden. Bij beide is het niet mogelijk dat de lucht via de neus, mond/keelholte stroomt. Vernauwing in de ademhalingsweg;
(zwelling bij een allergische reactie, - door ontstoken weefsel, - postoperatief, -door trauma; verlamming van één of beide stembanden; obstructie door corpus alienum (vreemd voorwerp); obstructie door littekenweefsel ten gevolge van decubitus in de luchtpijp, wanneer bij beademing de ballon rond de tube op weefsel heeft gedrukt;
(voorlopig-) inoperatieve tumor ter plaatse; langdurige beademing)
Toegangsweg voor uitzuigen bij veel sputumproductie. Waardoor de patient toch respiratoir niet in de problemen hoeft te komen.
Afbouwen van de afhankelijkheid van de beademing door het verkleinen van de dode-ruimte ventilatie.
Larynx is verwijderd
Geen stembanden meer
Blijvende situatie
Lucht kan alleen nog maar via de stoma.
i.p. geen gevaar voor verslikken.
  Larynxgebied nog in tact.
Stembanden nog aanwezig.
Tijdelijke situatie.
Lucht kan via de canule maar zodra deze eruit is weer via de normale weg.
Gevaar voor verslikken








Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

studenten mogen dit met elkaar invullen 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Video

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Indicaties voor een tracheotomie?

Slide 13 - Mind map

  • Vernauwing in de luchtweg
  • Toegangsweg voor uitzuigen bij veel sputumproductie
  • Afbouwen van afhankelijkheid van mechanische beademing. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 
  1. Wat is de verpleegkundige zorg bij een tracheotomie?
  2. Welke complicaties kunnen er optreden?
  3. Hoe moet je uitzuigen en wat zijn de risico's bij uitzuigen?
  4. Hoe kun je verstoppen van de tracheacanule voorkomen? 
  5. Hoe kun je een zorgvrager laten spreken met een tracheotomie?
  6. Hoe kan een zorgvrager spreken met een tracheostoma? 

Slide 17 - Slide

Verdeel de vragen over groepjes. Ieder groepje geeft een terugkoppeling. 
1. Wat is de verpleegkundige zorg bij een tracheotomie?
  • Inspectie huid ontstekingsverschijnselen.
  • Droog houden van de huid ( bij roodheid cavilonspray/dunne duoderm)
  • Verse wond afdekken met splitgaas.
  • Controle juiste fixatie.
  • Verzorging binnencanule (2 x dd).
  • Op verpleegafdeling in principe binnencanule in en eventuele cuff leeg!
  • Hechtingen verwijderen na 10 dagen.
  • Cuffdruk meten.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

2. Welke complicaties kunnen er optreden?
  • Controleer sputum: taai slijm, veel helder en dun slijm, spoortjes bloed bij het slijm, geel/groen van kleur.
  • Kriebelhoest
  • Roodheid van de huid onder de canule of een drukplek.
  • Obstructie in de canule + benauwdheid
  • De buitencanule valt uit de luchtpijp/hals
  • Ophoesten van etensresten.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

3. Hoe moet je uitzuigen en wat zijn de risico's bij uitzuigen?
  • Bloed in het sputum (bijv. katheter zuigt zich vast aan de wand, hierdoor beschadiging)
  • Weerstand bij het inbrengen (canule raakt de wand van de luchtpijp)
  • Hartritmestoornissen (door nervus vagus prikkeling)
  • Saturatiedaling
  • Luchtweginfectie.

Slide 20 - Slide

Bloed in het sputum:
beschadiging door vastzuigen van de katheter aan de tracheawand;
door veelvuldig hoesten is de luchtpijp beschadigd;
luchtpijp is beschadigd bij inbrengen canule;
luchtweginfectie;
slechte positie van de canule, de canule ligt niet centraal.
Wanneer het opzuigen van bloed aanhoudt dient overleg met de arts plaats te vinden. De arts kan adviseren te druppelen met fysiologisch zout.
 
Weerstand bij het inbrengen van de zuigkatheter, oorzaken kunnen zijn:
de canule raakt de wand van de luchtpijp; Oplossing: Oefen bij het inbrengen van de canule een lichte naar beneden gerichte druk uit; bij weerstand de canule iets terugtrekken, dan uitzuigen, nooit doordrukken;
de canule dreigt verstopt te raken.

Hartritmestoornissen
Bij te diep uitzuigen kan een trage hartfrequentie optreden door prikkeling van de nervus vagus.

Saturatiedaling;
Wanneer de zuigprocedure te lang duurt. De diameter van de luchtweg is kleiner dus zal er minder luchtverversing kunnen zijn. Hiernaast kunnen er door het zuigen juist atelectasen ontstaan.
Sluit de zorgvrager aan op de saturatiemeter. Zo kan je zowel de hartfrequentie als de saturatie goed in de gaten houden.

Luchtweginfectie: bij onhygiënisch werken.
 

4. Hoe kun je verstoppen van de tracheacanule voorkomen? 
  • Regelmatig uitzuigen en reinigen van de canule.
  • Bevochtiging van de inademingslucht
  • Kunstneus (kan zuurstof op worden aangesloten, optimaliseert de longfunctie)
  • Druppelen of sprayen (bij taai slijm)

Slide 21 - Slide

Regelmatig uitzuigen en reinigen van de canule
Uitzuigen zal vooral de eerste dagen na de operatie nodig zijn. Het streven is de cliënt zoveel mogelijk zelf op te laten hoesten en zo min mogelijk uit te zuigen, het uitzuigen veroorzaakt extra irritatie en daardoor meer slijmproductie.
Cliënten met een spierziekte vormen hierop een uitzondering. Zij hebben niet genoeg hoestkracht om zelf op te hoesten.
 
Bevochtiging van de inademingslucht
Bij een cliënt die via een tracheacanule ademt, zal de lucht op een andere wijze bevochtigd moeten worden om uitdroging van het slijmvlies te voorkomen en korstvorming in de luchtpijp tegen te gaan. Per cliënt wordt nagegaan of en welke vorm van luchtbevochtiging nodig is.
 
Filter (kunstneus)
Er zijn ook filters die op de canule geplaatst kunnen worden. Het doel van de filter is om de longfunctie optimaal te houden. Ook neemt hij een gedeelte van de neusfunctie over. De filter zorgt voor de reiniging, verwarming en bevochtiging van de ingeademde lucht. De filter moet minimaal 1 x per dag vervangen worden.
 
Druppelen of sprayen
Wanneer ondanks bevochtiging van de lucht toch veel sputum en korstvorming is in de canule, wordt de canule gedruppeld.
Als de cliënt niet wordt beademd en een goede hoestreflex heeft, wordt de canule herhaaldelijk gedruppeld of gesprayd met fysiologisch zout. De frequentie en de mate van druppelen is afhankelijk van of de cliënt veel (ingedroogd) sputum heeft, benauwd is en al of niet goed kan ophoesten.

5. Hoe kun je een zorgvrager laten spreken met een tracheotomie?
  • Er moet lucht langs de stembanden kunnen passeren.
  • Eventuele cuff moet leeg zijn.
  • Opening moet afgesloten worden. (cave dat er elders wel lucht kan worden ingeademd anders zou de patiënt stikken)

Slide 22 - Slide


Hoe kan een zorgvrager met een tracheotomie spreken?
  • Dit is alleen mogelijk als er lucht langs de stembanden passeert. Een eventuele cuff moet dus leeg zijn. De opening van de canule moet afgesloten zijn met een vinger. (bijvoorbeeld door de zorgvrager zelf).
  • Tussendoor kan hij dan via het distale eind ademhalen.
Spreekklepje
  • Een spreekklepje/spraakhuisje kan in zo’n situatie de vinger vervangen. Een spraakhuisje kan alleen op een gefenestreerde canule (met een opening) worden geplaatst. Men ademt via de tracheacanule in (klepje open) en ademt langs de stembanden en via de mond uit (klepje dicht). Een spreekklepje fungeert tevens als luchtfilter.
NB. Gebruik nooit een spreekklepje bij een tracheacanule zonder opening (niet-gefenstreerd) met een opgeblazen cuff. Hierbij is uitademing langs de stembanden en via de mond niet mogelijk.
voorbeeld spreekklepje
Wanneer dit niet lukt zal de patient moeten communiceren via bijvoorbeeld pen en papier, non-verbaal of via een ABC boord.

6. Hoe kan een zorgvrager spreken met een tracheostoma? 
  • Via pen en papier en/of non-verbaal
  • Via spraakrevalidatie samen met een logopedist.
  • Slokdarmspraak
  • Elektronische spraak
  • Chirurgische herstel van spraak/spraakprothese.

Slide 23 - Slide

Slokdarmspraak
Bij slokdarmspraak leert de zorgvrager om lucht in de mond door te slikken. Op deze manier komt er ongeveer vijftig cc lucht in de slokdarm terecht. Als de zorgvrager deze lucht naar buiten brengt veroorzaakt dat een trilling die genoeg is voor vier tot acht lettergrepen. Daarna moet hij opnieuw lucht inslikken om meer woorden te vormen.
De slokdarm is oorspronkelijk niet geschikt om mee te spreken. Het weefsel is stug en trilt niet snel. Dat betekent dat de zorgvrager altijd een lage stem houdt. Slokdarmspraak is niet eenvoudig te leren. Er is veel geduld en doorzettingsvermogen voor nodig. Het duurt ongeveer zes maanden voordat de zorgvrager goed kan praten.

Elektronische spraak wordt tot stand gebracht et behulp van een elektronisch spreekapparaat, zoals een servox. De zorgvrager zet het apparaat tegen de hals, en dat zet de trillingen om in geluid. Het nadeel van deze methode is dat het spreekapparaat altijd binnen handbereik moet zijn. Bovendien klinkt et geluid montoon en robotachtig.
Chirugisch herstel van spraak / 

Spraakprothese.
Deze methode heet ook wel knoopjes- of prothesespraak. De chirurg kan al tijdens de operatie een kunststof ventiel inbrengen. Eerst legt hij een fistel aan tussen de slokdarm en de luchtpijp, en plaatst hiertussen het ventiel. De zorgvrager kan hiermee spreken vanaf het moment dat de voedingssonde, de hechtingen verwijderd zijn. Het spreken gaat als volgt: na een inademing sluit de zorgvrager de stoma met de vinger af. Dat gaat de beademingslucht door de stemprothese, en komt in de slokdarm terecht. Met behulp van deze lucht kan de zorgvrager praten. De prothese is zichtbaar in de stoma en moet ook schoongehouden worden.
Het voordeel van deze methode is dat de zorgvrager al na een paar dagen kan spreken. Het nadeel is dat de zorgvrager een hand nodig heeft om te spreken.

Levensduur spraakprothese
  • Gemiddeld drie tot vier maanden.
  • Na verloop van tijd hechten bacteriën en gisten zich aan de prothese dit noemen we biofilm.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Adviezen om biofilm te verminderen 
Gebruik van zuivelproducten (karnemelk, Yakult)
Krachtig ventileren
Gebruik van cafeïne houdende frisdranken.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Evaluatie
Zijn er nog vragen? 
Is de doelstelling behaald?
Hoe vonden jullie de werkvorm? 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions