Oud

Oud
1 / 41
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Oud

Slide 1 - Slide

Type hier een titel
Woorden les 2
Tom houdt van dromen. Hij wil later een winkel openen waar iedereen gympen kan vinden. Hij heeft vaak het gevoel dat mensen lijden omdat schoenen niet lekker zitten. Hij verkoopt nu al tweedehands kleding in een klein winkeltje. Zijn favoriete kleur is oranje, omdat die vrolijk is. "Maar waarom is het zo moeilijk om klanten te vinden?" vraagt hij zich af. Hij heeft een idee gezien in een modetijdschrift en wil dat proberen. Dat maakt hem tevreden. "Je moet groot dromen," zegt hij, "want in de werkelijkheid is alles mogelijk!"

Slide 2 - Slide

Type hier een titel
Dromen
Wat je ziet als je slaapt.
of
Wat je heel graag wilt.


Mijn droom is om acteur te worden.

Slide 3 - Slide

Type hier een titel
De gymp
Sneaker


Slide 4 - Slide

Type hier een titel
Lijden
pijn of verdriet hebben


Slide 5 - Slide

Type hier een titel
Het modetijdschrift
Een magazine over kleding


Slide 6 - Slide

Type hier een titel
tevreden
Gevoel dat je hebt als je blij bent met wat je hebt of hebt gedaan.


Ik ben tevreden over mijn cijfer op de toets.


Slide 7 - Slide

Type hier een titel
De werkelijkheid
De realiteit. 
Hoe het in het echt is.

Harry Potter is niet de werkelijkheid
Ik dacht dat ik een goed cijfer zou halen voor de toets, maar in werkelijkheid had ik een onvoldoende.

Slide 8 - Slide

Type hier een titel
Woorden les 2
Sophie wil model worden. Ze denkt dat haar huid egaal genoeg is voor de camera. Ze loopt graag rond in het park. Haar broer is ziek, maar gelukkig is het geen erge ziekte. Sophie vraagt hem naar de oorzaak van zijn griep. "Ik was te lang buiten zonder jas," zegt hij. Sophie vindt dat heel dom. "Maar je blijft tof hoor," zegt ze lachend. Samen praten ze over het verleden toen ze klein waren. Daarna eet Sophie van een lekkere schotel pasta. Ze denkt na vanwege haar grote dromen.

Slide 9 - Slide

Type hier een titel
Het model
Iemand die kleren laat zien of op de foto staat.
Een soort van iets.


Hij heeft het nieuwste model van die auto.

Slide 10 - Slide

Type hier een titel
Egaal
in één kleur; zonder plekken die anders zijn


Ze heeft een egale huid.

Slide 11 - Slide

Type hier een titel
Rondlopen
Lopen zonder dat je ergens heen gaat.



Ik ga na school een beetje rondlopen.



Slide 12 - Slide

Type hier een titel
De oorzaak
Waardoor het komt.



Wat is de oorzaak van het probleem?



Slide 13 - Slide

Type hier een titel
Tof
Leuk, aardig, goed of cool




Dat is echt tof.

Slide 14 - Slide

Type hier een titel
Het verleden
De tijd die al geweest is, alles wat vroeger is gebeurd




In het verleden was dat anders.

Slide 15 - Slide

Type hier een titel
De schotel
Een klein bord, waarop je bijv. een kopje kunt zetten




In het verleden was dat anders.

Slide 16 - Slide

Type hier een titel
Vanwege
Met die reden




Vanwege het slechte weer, kunnen wij niet voetballen.

Slide 17 - Slide

Type hier een titel
Woorden les 4
Joris heeft een gemiddeld postuur, niet te groot en niet te klein. Hij werkt in het ziekenhuis en gaat vandaag naar een patiënt. De patiënt is een jonge man die heel slank is. Joris praat graag over cultuur en vertelt over andere landen. Hij merkt dat de jongen een droge lip heeft en geeft hem wat lippenbalsem. Terwijl ze praten, ziet Joris dat de jongen een mooie laars draagt. Die moet hij nog even weghalen voordat de patiënt naar de dokter gaat.
  • Schrijf het woordweb in je schrift!

Slide 18 - Slide

Type hier een titel
Gemiddeld 
Precies in het midden.


Het gemiddelde cijfer van de klas is een 6,2.

Slide 19 - Slide

Type hier een titel
De patiënt
Iemand die behandeld wordt door een dokter


Mijn opa is patiënt in het ziekenhuis.

Slide 20 - Slide

Type hier een titel
slank
Dun
Niet dik.


Hij is een slanke man.

Slide 21 - Slide

Type hier een titel
De cultuur
Iets wat hoort bij een land of groep mensen



Koningsdag hoort bij de cultuur van Nederland.

Slide 22 - Slide

Type hier een titel
De lip





Ze heeft rode lippen.

Slide 23 - Slide

Type hier een titel
terwijl
Tijdens



Terwijl ik een boek lees, eet ik een koekje.

Slide 24 - Slide

Type hier een titel
De laars




1 laars -> 2 laarzen. 

Ik heb nieuwe laarzen gekocht.

Slide 25 - Slide

Type hier een titel
Weghalen





Ik moet mijn spullen weghalen.

Slide 26 - Slide

Kunst, taal, hoort bij een land of groep mensen ....

Slide 27 - Open question

Precies in het midden
A
Normaal
B
Gemiddeld
C
Middens
D
Terwijl

Slide 28 - Quiz

Terwijl ik uitleg geef, schrijven jullie het op.
terwijl = ?
A
Tijdens
B
Praten
C
Soms
D
Nu

Slide 29 - Quiz

timer
0:20
De patiënt

Slide 30 - Mind map

Type hier een titel
Woorden les 5
Emma draagt een bruin vest. Ze heeft een nieuwe broek gekocht in haar maat. Hij koste slechts 30 euro. Nu leest ze een supertof tijdschrift over mode. Ze voelt zich tevreden omdat ze nu precies weet wat bij haar past. Plotseling stoot ze haar knie tegen de tafel en roept "Au!" Ze bekijkt de blauwe plek die ontstaan is. "Het doet gelukkig niet zoveel pijn," zegt ze.

  • Schrijf het woordweb in je schrift!

Slide 31 - Slide

Type hier een titel
De maat
Voorbeeldzin: De broek was uitverkocht in mijn maat.

Slide 32 - Slide

Type hier een titel
Ontstaan
Voorbeeldzin: Door foto’s te bewerken ontstaan er perfecte mensen.

Slide 33 - Slide

Type hier een titel
Tevreden
Voorbeeldzin: Ik ben tevreden met mijn cijfer voor de toets

Slide 34 - Slide

Type hier een titel
Slechts
Er waren vandaag slechts drie leerlingen in de les.

Slide 35 - Slide

Type hier een titel
Supertof

Slide 36 - Slide

Type hier een titel
Het recht
Voorbeeldzin: Je hebt het recht om te protesteren.

Slide 37 - Slide

Type hier een titel
Woorden les 6
Marie leest een boek over anorexia en hoe het mensen raakt. Ze leert dat mensen onzeker worden, omdat beroemde mensen hun foto’s bewerken op Instagram. Dat is natuurlijk niet de waarheid. Ze denkt na over wat zij ervan vindt.
Ze voelt zich soms plat, zonder energie, en vraagt zich af wat de oorzaak daarvan is. "Misschien denk ik te veel aan het verleden" zegt ze.


  • Schrijf het woordweb in je schrift!

Slide 38 - Slide

Type hier een titel
Bewerken
Voorbeeldzin: Veel mensen bewerken hun foto's op Instagram. 

Slide 39 - Slide

Type hier een titel
Ervandaan (gaan)
Voorbeeldzin: Je moet ervandaan gaan!

Slide 40 - Slide

Type hier een titel
Plat
Voorbeeldzin: Het kussen is helemaal plat.

Slide 41 - Slide