Conserveren: voedsel behandelen zodat het niet of minder snel bederft.
De omstandigheden voor bacteriën en schimmels worden ongunstig gemaakt.– invriezen (bijv. vlees): de temperatuur verlagen tot −18 °C
− koelen (bijv. groente): de temperatuur verlagen tot 4 °C
– pasteuriseren (bijv. melk): verhitten tot 72 °C
– steriliseren (bijv. lang houdbare melk): verhitten tot 130–140 °C
– na verhitting inblikken (bijv. groenten) of vacuüm verpakken (bijv. koffie)
– drogen (bijv. soep): onttrekken van water aan het voedsel
– natuurlijke conserveermiddelen toevoegen: zuur (bijv. augurken), suiker
(bijv. jam) of zout (bijv. olijven)
– kunstmatige conserveermiddelen toevoegen (bijv. nitriet in vleeswaren)