DV31 - blok 4 - communiceren - les 1

DV31 - blok 4 - communiceren - les 1
1 / 19
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

DV31 - blok 4 - communiceren - les 1

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is
communicatie?

Slide 3 - Mind map

Welke manieren van communiceren ken jij?

Slide 4 - Open question

Communicatie
  • Verbaal
    Communiceren met taal.
    Dus ook gebarentaal, dierentaal

  • Non-verbaal
    Communicatie zonder woorden
    Dus ook stemgebruik (intonatie), mimiek, oogcontact, handbeweging.


Slide 5 - Slide

LSD
Luisteren

Samenvatten

Doorvragen

Slide 6 - Slide

Opdracht
Oefen met elkaar. Vertel iets over je weekend of je huisdier. 
De ander past LSD toe in het gesprek. Geef elkaar feedback; onthoud deze feedback! Ruil halverwege (15 min)

Luisteren
Samenvatten
Doorvragen
 

timer
15:00

Slide 7 - Slide

Hoe ging het vragen met LSD?
Welke feedback heb je gekregen?

Slide 8 - Open question

Informatie overbrengen 
Informatie overbrengen op een doelgroep:

95 procent van alle teksten is moeilijk leesbaar is voor 60 procent van de bevolking.
  • Meer dan de helft van de Nederlanders begrijpt brieven, offertes of flyers niet.


In deze periode leer je hoe je teksten in eenvoudiger Nederlandse taal schrijft aangepast op de doelgroep.



Slide 9 - Slide

Wanneer heb jij weleens gehad dat je de taal niet begrijpt?

Slide 10 - Open question

Taalniveaus
Taalniveau A, B, C
  • Verdeeld in twee sub niveaus 1 en 2
  • Taalniveau A1 is het laagst
  • Taalniveau C2 is het hoogst.

In de grafiek hiernaast staat aangegeven hoe de verdeling van taalniveaus in Nederland is (cijfers afkomstig van BureauTaal). 

Slide 11 - Slide

Niveaus in Nederland

Mensen met niveau A zijn over het algemeen kinderen of immigranten die inburgeren. Zij begrijpen korte zinnen met veelvoorkomende woorden.
 
 Zoals je ziet, komt B1 het meeste voor: 40% van de bevolking heeft dit niveau. Zij kunnen zich goed redden in het Nederlands.
Zolang je op taalniveau B1 schrijft, begrijpt 80% van de bevolking je tekst.

Slide 12 - Slide

Verschil tussen B1 en C1
C1: “ Buro Koorts bedrijft marketing ter ondersteuning van diverse ondernemingen in allerlei branches door intern processen te optimaliseren en extern af te stemmen op de doelgroep, met als doel het creëren van vooruitgang, waarbij we altijd het grote geheel in ogenschouw nemen. Bij interesse in onze dienstverlening kan er contact opgenomen worden.”
 

Is voor jou meteen duidelijk wat hier staat? Vergelijk het met de tekst hieronder:

B1: “Buro Koorts bestaat uit een ervaren marketingteam met diverse specialisten. Voor een vast bedrag per maand zetten we al onze vaardigheden in voor jouw bedrijf. Een heel team voor de kosten van één medewerker. Benieuwd wat marketing voor jouw bedrijf kan doen? Maak direct een afspraak voor een goed gesprek over marketing.”

Vaak staat een tekst op C1-niveau vol met allerlei informatie die laat zien hoeveel de schrijver weet over het onderwerp. Maar sommige informatie is simpelweg niet zinvol voor de lezer.



Slide 13 - Slide

Teksten schrijven op taalniveau B1
Bereid je tekst voor:
  • Bepaal de doelgroep van je tekst
  • Bepaal het doel van je tekst
  • Verplaats je in de lezer.

Kies de juiste structuur:
  • Kies een goede titel die prikkelt
  • Zet het doel aan het begin van de tekst
  • Gebruik tussenkopjes
  • Schrijf korte alinea's


Slide 14 - Slide

Teksten schrijven op taalniveau B1
  • Schrijf korte zinnen (10 tot 12 woorden per zin)
  • Schrijf actieve zinnen bijvoorbeeld
  • Passief: Er moet contact worden opgenomen
  • Actief: U moet contact met ons opnemen.
  • Vermijd vaktaal (Rantsoen, verrijking)
  • Schrijf concreet
  • Gebruik signaalwoorden (daarvoor, zodat, want)
  • Wees consistent
  • Gebruik altijd hetzelfde woord voor hetzelfde ding.

Zie cumlaude voor Checklist B1


Slide 15 - Slide

Oefening
Schrijf een tekst voor B1 niveau
Maak tweetallen en schrijf per student ongeveer 15-20 zinnen in een B1 tekst. Dit mag gaan over een dier naar keuze.

  • Pak de checklist en beoordeel de tekst van de ander en geef 1 tip en 1 top.
  • Haal de tekst door AI (ChatGPT) en vraag wat je moet aanpassen om een B1 tekst te zijn.
  • Vraag ook eens aan AI of hij de tekst kan omzetten in een C1 tekst. Wat valt je op?
De docent checkt een aantal B1 teksten klassikaal.

Op de volgende website kun je opzoeken of het een B1 woord is: www.ishetb1.nl
De checklist staat ook op Cumlaude periode 04 - communiceren.


timer
30:00

Slide 16 - Slide

Wat heb je geleerd deze les?

Slide 17 - Open question

Eindopdracht Edutainment
Maak een educatieve/informatieve video van maximaal 3 minuten, waarin jullie informatie geven uit één van de informatieboekjes van IO 4. Kies zelf welk boekje jullie voor deze opdracht gebruiken. Maak ter voorbereiding een Persona en een kort filmscript en bekijk enkele informatieve video’s die gericht zijn op deze doelgroep (ter inspiratie). Ieder groepslid komt in beeld en levert een bijdrage.
Gehele opdracht staat in CumLaude. 
Inleveren uiterlijk 12 mei 23.59 uur. 


Slide 18 - Slide

Volgende week
  • Het maken van een Persona

  • Oefenen met presentatietechnieken voor Edutainment

  • Het maken van een kort script voor je eindopdracht


Slide 19 - Slide