Hoe schrijf ik een observatieverslag?

Inventariseren van zorg- en ondersteuningsbehoeften
Observatieverslag
Observeren en stappenplan signaleren 
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Inventariseren van zorg- en ondersteuningsbehoeften
Observatieverslag
Observeren en stappenplan signaleren 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat is een observatieplan?
-Plan waarin observaties worden vastgelegd
- Doel: objectieve informatie verzamelen
- Belangrijk voor goede zorgverlening

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
1. Je evalueert het maken van het observatieplan
2. Je kijkt naar voorbeelden van observatieverslagen
3. Je noemt het verschil tussen een observatie- en interpretatieverslag


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Doel van een observatieplan
-Cliëntgericht werken
- Objectieve gegevens verzamelen
- Verbeteren van zorg en communicatie

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke vragen heb je nog over het maken van het observatieplan?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Observeren in de praktijk
Observeren = alleen de feiten

Gedrag zijn alle waarneembare handelingen

Stimulus (alles wat aan een fysieke of gedragsverandering kan veroorzaken)  

Gedrag (objectief)

Respons (wat erop volgt)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

2

Slide 7 - Video

This item has no instructions

00:02
Schrijf op welk gedrag je allemaal ziet tijdens dit filmpje.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

01:33
Lees terug wat je hebt opgeschreven. Welk gedrag was objectief?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Bij een observatieverslag is alles subjectief; je mag woorden zoals: 'mooi, goed, hard en snel' gebruiken.
A
Ja dat mag
B
Nee dat mag niet
C
Hangt van het onderwerp af
D
Weet ik niet

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Gedrag
Geen gedrag
Slapen
Dromen
Lopen
Vervelend zijn
Eten
Glimlachen
Boos zijn

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Methodes van observatie
-Directe vs. indirecte observatie
- Gestructureerde vs. ongestructureerde observatie
- Participerende vs. niet-participerende observatie

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Observatieverslag 

  1. Duidelijk- overzichtelijk en leesbaar
  2. Objectief- alleen waarneembare gedragingen/feiten
  3.  Nauwkeurig en volledig
  4. Bondig - je beperkt je tot hoofdzaken/relevante informatie 

Voorbeeld van een observatieverslag:

Op dinsdag 30 september heb ik een participerende gestructureerde observatie uitgevoerd bij de dagbesteding van instelling 'Noorderhof'.  Op de dagbesteding zijn 18 cliënten aanwezig die fysiek zelfstandig zijn. Er zijn 2 begeleiders aanwezig.
Ik heb in totaal 90 minuten geobserveerd. 

Vooraf aan de observatie zijn de volgende kijkdoelen opgesteld: 
- Hoeveel mensen pakken er zelf koffie uit de automaat? 
- Hoe vaak zoeken cliënten elkaar op voor een praatje? 

Conclusie: Ik heb totaal 5 mensen koffie zien pakken in 90 minuten tijd. 
In deze tijd hebben ook 8 mensen elkaar opgezocht voor een praatje.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Hoe schrijf je een observatieverslag?
- Beschrijf objectief wat er is gebeurd
- Noteer wat je hebt gezien en gehoord
- Vermijd subjectieve interpretaties
- Gebruik feitelijke informatie

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke vragen bij observatie
- Wat is er gebeurd?
- Wat heb je gezien en gehoord?
- Wat was de reactie van de cliënt?
- Wat zijn mogelijke vervolgstappen?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld van een observatieverslag
Cliënt mevrouw Jansen liep moeilijk en had zichtbaar pijn. Ze greep naar haar heup en kreunde zachtjes. Ze gaf aan dat ze 's nachts slecht had geslapen door de pijn. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Event-sampling

Slide 17 - Slide

Heb je deze opdracht de vorige les niet kunnen doen... dan kun je gewoon even stilt staan bij de vraag wat het verschil is. 
Laat ze voorbeelden geven. 
Time-sampling
Tijdsduur van gedrag
Bovenaan: belangrijkste gegevens
Links in de kolom: Tijden
Rechts in de kolom: Gedrag

Slide 18 - Slide

Heb je deze opdracht de vorige les niet kunnen doen... dan kun je gewoon even stilt staan bij de vraag wat het verschil is. 
Laat ze voorbeelden geven. 
Narrative recording (continue observatie)
Voor een totaalbeeld van de cliënt
Zo objectief mogelijk
Achteraf categoriseren

Slide 19 - Slide

Heb je deze opdracht de vorige les niet kunnen doen... dan kun je gewoon even stilt staan bij de vraag wat het verschil is. 
Laat ze voorbeelden geven. 
Wat is het verschil tussen een observatieverslag en interpretatieverslag?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Wat is observeren?
A
Het toekennen van een betekenis aan iemands gevoelens of gedachten.
B
Alles waarop je teruggrijpt bij de bepaling van je huidige denken, doen en laten.
C
Doelgericht en bewust waarnemen om bepaalde gegevens te verkrijgen.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wat is waarnemen?
A
Je gedachten die je hebt
B
Wat je ervaart dmv je zintuigen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

wat is objectieve waarneming?
A
De ervaring van de patiënt
B
dat wat niet gebaseerd is op feiten
C
Het oordeel van de hulpverlener
D
dat wat gebaseerd is op feiten

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wat is subjectief waarnemen?
A
je persoonlijke waarneming
B
je waarneming gebaseerd op feiten
C
interpreteren
D
rapporteren

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Interpreteren is:
A
Waarnemen van gedrag
B
observeren van gedrag
C
objectief weergeven van gedrag
D
Betekenis geven aan het waargenomen gedrag

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Filmpje
Zie jij hoe vaak de mensen met het witte t-shirt de bal overgooien?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Bij een interpretatieverslag is het de bedoeling dat je objectief blijft
A
Soms; hangt af van de achtergrond van de cliënt
B
Ja
C
Nee
D
Weet ik niet

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Vragen?

Slide 29 - Slide

This item has no instructions