What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Taalverzorging: woordsoorten en werkwoordspelling
Woordsoorten en werkwoordspelling
1 / 23
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
This lesson contains
23 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Woordsoorten en werkwoordspelling
Slide 1 - Slide
Doel van de les
We gaan oefenen met:
Verschillende woordsoorten
Tegenwoordige tijd en verleden tijd
Je weet wat het hele werkwoorden, de stam en ik-vorm is.
Slide 2 - Slide
Tegenwoordige tijd
Dat is de tijd van nu en in de toekomst.
Iets of iemand is op dit moment iets aan het doen.
Voorbeeld:
De jongen
loopt
naar zijn stoel.
Morgen
gaan
we naar het pretpark.
Over twee maanden
vieren
we onze bruiloft.
Slide 3 - Slide
Verleden tijd
Dat is de tijd van vroeger.
Een gebeurtenis is al voorbij, het is geweest.
Voorbeeld:
De jongen
liep
naar zijn stoel.
Gisteren
gingen
we naar het pretpark.
Twee maanden geleden
vierden
we onze bruiloft.
Slide 4 - Slide
In welke tijd staat de zin?
De meester zit aan het bureau.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 5 - Quiz
In welke tijd staat de zin?
Onze vakantie was op Aruba.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 6 - Quiz
In welke tijd staat de zin?
De telefoon op het bureau rinkelt.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 7 - Quiz
In welke tijd staat de zin?
Ik draai de sleutel om in het slot.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 8 - Quiz
In welke tijd staat de zin?
Vorige week gingen wij op bedrijfsbezoek.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 9 - Quiz
In welke tijd staat de zin?
Vannacht was mijn I-Pad niet goed opgeladen.
A
Tegenwoordige tijd
B
Verleden tijd
Slide 10 - Quiz
Wat weet je van werkwoorden?
Slide 11 - Mind map
Werkwoorden
Een werkwoord is een doe woord.
Iets dat iemand kan doen.
Het hele werkwoord is de wij-vorm.
Voorbeeld: lopen, razen, springen.
Slide 12 - Slide
Hele werkwoord, stam, ik-vorm
Het hele werkwoord is lopen.
De stam is het hele werkwoord zonder -en, dus lop.
Dit kan je
niet
zeggen in het Nederlands,
daarom is de ik-vorm loop.
Slide 13 - Slide
Hele werkwoord, stam, ik-vorm
Het hele werkwoord is werken.
De stam is het hele werkwoord zonder -en, dus werk.
Dit kan je
wel
zeggen in het Nederlands,
daarom is de ik-vorm werk.
Slide 14 - Slide
Samen oefenen
Wat is de stam en de ik-vorm van:
Schrijven
Rennen
Gooien
Liggen
Roepen
Lezen
Slide 15 - Slide
Wat is de stam van typen?
Slide 16 - Open question
Wat is de stam van roepen?
Slide 17 - Open question
Wat is de stam van vallen?
Slide 18 - Open question
Wat is de stam van varen?
Slide 19 - Open question
Wat is de ik-vorm van bellen?
Slide 20 - Open question
Wat is de stam van suizen?
Slide 21 - Open question
Wat is de ik-vorm van schrijven?
Slide 22 - Open question
Afsluiting
We hebben geleerd:
- Wat is een werkwoord?
- Wat is tegenwoordige tijd en verleden tijd?
- Wat is het hele werkwoord?
- Wat is de stam?
- Wat is de ik-vorm?
Slide 23 - Slide
More lessons like this
Op weg naar 1F thema 5 spelling en grammatica
February 2022
- Lesson with
31 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
Taalverzorging: woordsoorten en werkwoordspelling
17 days ago
- Lesson with
29 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
spelling en grammatica, persoonsvorm
June 2024
- Lesson with
29 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
Spelling persoonsvorm in de tt
June 2019
- Lesson with
36 slides
Steunles spelling
Middelbare school
vmbo lwoo
Leerjaar 1
Proefles o.v.t. zwakke en sterke werkwoorden, 1F
April 2018
- Lesson with
27 slides
by
SCORE Nederlands vo/mbo
Nederlands
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 1
SCORE Nederlands vo/mbo
INSTAPDICTEE werkwoorden
August 2019
- Lesson with
38 slides
Spelling
Basisschool
Groep 8
HV2 P1 werkwoordspelling wk 37-2 (2) H27 VD
September 2023
- Lesson with
38 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1
HV1 P1 werkwoordspelling wk37-3 (3) H27 VT
September 2024
- Lesson with
37 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1