Aan het eind van deze week:
- kan je de persoonsvorm en zinsdelen van een zin vinden;
- weet je hoe je het onderwerp in een zin kunt vinden;
- kun je het werkwoordelijk gezegde van een zin vinden;
- kun je het lijdend voorwerp in een zin vinden.
Open je boek op blz. 214 en 215