Ser = zijn (permanente eigenschappen) Estar = zijn/zich bevinden
soy
eres
es
somos
sois
son
Yo
Tú
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
estoy
estás
está
estamos
estáis
están
Slide 4 - Slide
¿RECUERDAS?
GUSTAR
timer
3:00
Observa el verbo gusta, discute cómo funciona con tu compañer0/a, preséntalo
tampoco
también
Slide 5 - Slide
Gustar
Wanneer me gusta?
Wanneer me gustan?
zelfstandig nw. ev. el/la heel werkwoord
vb. el deporte, la chica, el chico, cantar, bailar, caminar
zelfstandig nw. mv. los/las
vb. los deportes, las chicas, los chicos
Slide 6 - Slide
GUSTAR (gusta - gustan)
me gusta (n)
te gusta (n) le gusta (n)
nos gusta (n)
os gusta (n)
les gusta (n)
A mí
A tí
A él / ella / usted
A nosotros (-as)
A vosotros (-as)
A ellos / ellas / ustedes
Slide 7 - Slide
Voorzetsel
Slide 8 - Slide
Voorzetsel
Slide 9 - Slide
El género
De meeste zelfstandige voornaamwoorden die eindigen op -o of -or.
amigo
libro
ordenador
De meeste zelfstandige voornaamwoorden die eindigen op -a, -ción, -sión, -dad
amiga
canción
ciudad
pasión
Slide 10 - Slide
Reglas y excepciones
el género
(uitzonderingen)
het geslacht
Slide 11 - Slide
PLURAL
enkelvoud
meervoud
voorbeelden
Slide 12 - Slide
Lidwoorden in het Spaans
bepaald (de/het)
enkelvoud
meervoud
mannelijk
el libro
het boek
los libros
de boeken
vrouwelijk
la mesa
de tafel
las mesas
de tafels
onbepaald (een)
enkelvoud
meervoud
mannelijk
un libro
een boek
unos libros
enkele boeken
vrouwelijk
una mesa
een tafel
unas mesas
enkele tafels
Slide 13 - Slide
Hoe weet ik of een zelfstandig naamwoord
mannelijk of vrouwelijk is?
Eindigt het zelfstandig naamwoord op -O/ -OR dan is het mannelijk.
Eindigt het op -a, -dad, -ción, -sión dan is het een vrouwelijk woord.
Veel zelfstandige naamwoorden eindigen op een -e of op een medeklinker. Hieraan kun je dus niet zien of ze mannelijk of vrouwelijk zijn. Het is dus slim om bij het leren van de woordjes meteen het lidwoord erbij te leren. Zo kan je je niet vergissen.
Slide 14 - Slide
Aanwijzend voornaamwoord
Dit/deze
este - esta - estos - estas
Slide 15 - Slide
Por ejemplo:
¿Quién es ______________ chica?
esa
Slide 16 - Slide
PRONOMBRE POSESIVO BEZITTELIJK VNW
enkelvoud
meervoud
mijn
mi
mis
jouw
tu
tus
zijn / haar / uw
su
sus
ons / onze
nuestro / nuestra
nuestros / nuestras
jullie
vuestro / vuestra
vuestros / vuestras
hun
su
sus
Slide 17 - Slide
Los posesivos
het bezittelijk voornaamwoord
Slide 18 - Slide
Describir tu casa
Bijvoegelijk naamwoorden om je huis/wijk te beschrijven