Clase 3.10 - mhv2 - repaso presente, schrijfopdracht

Clase 3.10
Hacer (doen/maken):
- ejercicio 4 y 5, p.57 (TB)
- ejercicio 3, p.59 (WB)
- ejercicios 4 y 5, p.60 (WB)
- ejercicio 6, p.61 (WB)

Aprender (leren):
- vocabulario: woordenlijst unidad 3
- twee onregelmatige werkwoorden: hacer en poner, página 59 (TB) + aantekeningen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Clase 3.10
Hacer (doen/maken):
- ejercicio 4 y 5, p.57 (TB)
- ejercicio 3, p.59 (WB)
- ejercicios 4 y 5, p.60 (WB)
- ejercicio 6, p.61 (WB)

Aprender (leren):
- vocabulario: woordenlijst unidad 3
- twee onregelmatige werkwoorden: hacer en poner, página 59 (TB) + aantekeningen

Slide 1 - Slide

Planificación: Hoy es ...
1. Reglas de la clase
5 min
2. Repaso: el presente / verbos irregulares
10 min
3. ¡En marcha!
30 min
4.  Evaluación y la próxima clase
10 min
Después de esta clase... (Na deze les...)
... heb je herhaald hoe je werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoegd.
... heb je herhaald hoe je een aantal onregelmatige werkwoorden vervoegd.
... heb je een korte tekst in het Spaans geschreven.

Slide 2 - Slide

Reglas de la clase
  1. Je telefoon is thuis of in de kluis.
  2. Bij binnenkomst op je plek zitten, jas uit en tas van tafel.
  3. Je hebt altijd je spullen mee: boeken, schrift, pen, opgeladen device.
  4. Als een ander praat, ben je stil en luister je.
  5. Wanneer de docente uitleg geeft, zijn jullie stil en maken jullie aantekeningen in je schrift.
  6. We lachen elkaar niet uit.
  7. Je ruimt pas op als de docent dat aangeeft.
  8. Heb je een les gemist? Vraag aan klasgenoten om aantekeningen, welke opdrachten in te halen...

Slide 3 - Slide

Repaso: el presente
Schrijf mee in je schrift!

  • libro de texto, página 34
    Wat doet Lucía in haar kamer?

Slide 4 - Slide

Repaso: el presente
Pak je device erbij en log in via lessonup.app

Slide 5 - Slide

Persoonlijk voornaamwoorden / Pronombres personales
ik
jij
hij
zij (enkelvoud)
u (enkelvoud)
wij
jullie
zij (meervoud)
(meervoud)
nosotros/-as
ellos
yo
usted
vosotros/-as
ellas
ella
ustedes
él

Slide 6 - Drag question

El presente
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
aprendo
como
nada
viven
nadas
hablamos
cocináis
come
aprenden
vendemos
vivís
hablas

Slide 7 - Drag question

Vervoeg het werkwoord
"tener"

Slide 8 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"ser"

Slide 9 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"hacer"

Slide 10 - Open question

Vervoeg het werkwoord
"poner"

Slide 11 - Open question

¡En marcha!
- ejercicios 13 y 14, p.64 (WB)
- schrijfopdracht

¿Listo? 
- eindproduct
- aprender vocabulario

timer
1:00

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

La próxima clase
Vamos a...
... repasar unidad 3.

Deberes:
- Magister.Learn clase 3.10
- aprender todo de unidad 3

Slide 14 - Slide

Hasta la próxima clase
  • Stoel netjes aanschuiven.
  • Papieren van de grond / tafels. 

Slide 15 - Slide