Clase 3.09 - mhv2 - "Tareas domésticas", poner/hacer

Clase 3.09
Hacer (doen/maken):
- ejercicio 4 y 5, p.57 (TB)
- ejercicio 3, p.59 (WB)
- ejercicios 4 y 5, p.60 (WB)
- ejercicio 6, p.61 (WB)

Aprender (leren):
- vocabulario: woordenlijst unidad 3
- twee onregelmatige werkwoorden: hacer en poner, página 59 (TB) + aantekeningen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Clase 3.09
Hacer (doen/maken):
- ejercicio 4 y 5, p.57 (TB)
- ejercicio 3, p.59 (WB)
- ejercicios 4 y 5, p.60 (WB)
- ejercicio 6, p.61 (WB)

Aprender (leren):
- vocabulario: woordenlijst unidad 3
- twee onregelmatige werkwoorden: hacer en poner, página 59 (TB) + aantekeningen

Slide 1 - Slide

Planificación: Hoy es ...
1. Reglas de la clase
5 min
2. Repaso: vocabulario / tener (que)
10 min
3. Gramática: twee onregelmatige werkwoorden: hacer en poner
10 min
4. ¡En marcha!
20 min
5.  Evaluación y la próxima clase
10 min
Después de esta clase... (Na deze les...)
... heb je de kleuren herhaald.
... heb je herhaald hoe je het werkwoord tener vervoegd.
... weet je hoe de werkwoorden hacer en poner in de presente worden vervoegd.

Slide 2 - Slide

Reglas de la clase
  1. Je telefoon is thuis of in de kluis.
  2. Bij binnenkomst op je plek zitten, jas uit en tas van tafel.
  3. Je hebt altijd je spullen mee: boeken, schrift, pen, opgeladen device.
  4. Als een ander praat, ben je stil en luister je.
  5. Wanneer de docente uitleg geeft, zijn jullie stil en maken jullie aantekeningen in je schrift.
  6. We lachen elkaar niet uit.
  7. Je ruimt pas op als de docent dat aangeeft.
  8. Heb je een les gemist? Vraag aan klasgenoten om aantekeningen, welke opdrachten in te halen...

Slide 3 - Slide

Repaso: los colores y el verbo tener
Pak je device erbij en log in via lessonup.app

Slide 4 - Slide

gris
marrón
verde
rosa
blanco
negro
amarillo
lila
naranja
rojo
azul

Slide 5 - Drag question

Persoonlijk voornaamwoorden / Pronombres personales
ik
jij
hij
zij (enkelvoud)
u (enkelvoud)
wij
jullie
zij (meervoud)
(meervoud)
nosotros/-as
ellos
yo
usted
vosotros/-as
ellas
ella
ustedes
él

Slide 6 - Drag question

Las tareas domésticas
lavar los platos
pasar la aspiradora
sacar la basura
poner la mesa
cocinar
hacer la cama

Slide 7 - Drag question

Traduce:
"jij hebt"

Slide 8 - Open question

Traduce:
"jij moet"

Slide 9 - Open question

Traduce:
"wij moeten"

Slide 10 - Open question

Traduce:
"Ik moet het vuilnis buiten zetten."

Slide 11 - Open question

Gramática: twee onregelmatige werkwoorden
Luister in stilte naar de uitleg en schrijf mee in je schrift!
Device opbergen!

Slide 12 - Slide

¡En marcha!
- ejercicio 4 y 5, p.57 (TB)
- ejercicio 3, p.59 (WB)
- ejercicios 4 y 5, p.60 (WB)
- ejercicio 6, p.61 (WB)

¿Listo? 
- eindproduct
- aprender vocabulario

timer
18:00

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Evaluación
Después de esta clase... (Na deze les...)
... heb je de kleuren herhaald.
... heb je herhaald hoe je het werkwoord tener vervoegd.
... weet je hoe de werkwoorden hacer en poner in de presente worden vervoegd.

Slide 15 - Slide

La próxima clase
Vamos a...
... trabajar en tu comprensión de escritura.
... repasar el presente.

Deberes:
- Magister.Learn clase 3.09

Slide 16 - Slide

Hasta la próxima clase
  • Stoel netjes aanschuiven.
  • Papieren van de grond / tafels. 

Slide 17 - Slide