H7-samenvatting

Wat is export?
A
Uitvoer van producten en diensten
B
Invoer van producten en diensten
1 / 27
next
Slide 1: Quiz
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Wat is export?
A
Uitvoer van producten en diensten
B
Invoer van producten en diensten

Slide 1 - Quiz

This item has no instructions

Sleep de juiste afbeelding naar import of export
IMPORT
EXPORT

Slide 2 - Drag question

This item has no instructions

Als de wisselkoers van de euro daalt ... dan
A
daalt de export van Europa.
B
stijgt de export van dat Europa.

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

De wisselkoers van de Euro/$ is 1,23
Wat is de koers van de $/Euro?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Bereken de exportquote en importquote
Doe het zo:
Exportquote = ..%
Importquote = ..%

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Bereken de exportquote:

BBP
650 miljard
Export
180 miljard
Import
79 miljard
A
12,2 %
B
39,8%
C
43,9%
D
27,7%

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Bereken de importquote NL
uit de invoerwaarde in %
van het nationaal inkomen.

Nederland
China
nationale inkomen
€765 miljard
€17.000 miljard
import
€442 miljard
€1.850 miljard
export
€540 miljard
€2.212 miljard
A
€ 442 miljard : € 765 miljard x 100 = 57,8%
B
€ 765 miljard : € 442 miljard x 100 = 173%

Slide 13 - Quiz

Importquote (invoerquote):
Nederland: € 442 miljard : € 765 miljard x 100 = 57,8%
China: € 1.850 miljard : € 17.000 miljard x 100 = 10,9%
- Exportquote (uitvoerquote):
Nederland: € 540 miljard : € 765 miljard x 100 = 70,6%
China: € 2.212 miljard : € 17.000 miljard x 100 = 13%
- Nederland heeft de meest open economie.

De importquote van Israël is 78% en de exportquote 69%. wat zegt dit over de economie?
A
open economie, weinig internationale handel
B
gesloten economie, weinig internationale handel
C
open economie, veel internationale handel
D
gesloten economie, geen internationale handel

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Door de koersstijging van de krona wordt het voor IJsland goedkoper om goederen en diensten te importeren.
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is globalisering volgens jou?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

7.4 De wereld wordt kleiner
Internationale arbeidsverdeling

Er is sprake van een toenemende wereldhandel (globalisering)
  • vrijhandel
  • technologische ontwikkelingen van communicatie en transport

Hierdoor ontstaat er internationale arbeidsverdeling

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

De wereld wordt kleiner
Nadelen

  • Productie verplaatst zich naar lagelonenlanden (bv China) 
  • Ongelijke verdeling van de welvaart (omwille van concurrentiepositie)
  • Negatieve gevolgen voor het milieu (energie, grondstofdelving, ...)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

De wereld wordt kleiner
Voordelen
  1. Meer keuze uit verschillende producten.
  2. Goedkopere producten.
  3. Betere kwaliteit.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

De wereld wordt kleiner
Handelsverdragen

Om internationale handel te bevorderen, sluit de EU met andere landen handelsverdragen:
  • verlaging of afschaffing invoerrechten
  • veiligheidseisen (bv. auto's)
  • eisen op vlak van tewerkstelling, milieu of duurzaamheid

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Hoe kan een land er voor zorgen dat zij een sterke internationale concurrentiepositie houdt of krijgt?

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

De wereld wordt kleiner
Internationale concurrentiepositie?

Goede prijs/kwaliteit nastreven door:
  • goed onderwijs 
  • goede infrastructuur
  • innovatie
  • goede gezondheidszorg

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Globalisering kan zorgen voor economische groei, maar ook voor werkloosheid.
Daarover gaan de volgende zinnen.

1. Een bedrijf verhuist naar een lagelonenland om te produceren.
2. Het wordt voor bedrijven goedkoper om in een ander land te produceren.
3. Nederlandse fabrieksarbeiders verliezen hun baan.

Wat is de juiste volgorde?
A
Globalisering → 1 → 3 → 2 → werkloosheid
B
Globalisering → 2 → 1 → 3 → werkloosheid
C
Globalisering → 3 → 2 → 1 → werkloosheid
D
Globalisering → 2 → 3 → 1 → werkloosheid

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat is géén voorbeeld van globalisering.
A
Via internet kun je over de hele wereld shoppen.
B
Ons rundvlees komt uit Argentinië.
C
Sommige mensen willen de euro afschaffen.
D
Steeds meer Nederlanders vinden een baan in China.

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

De volgende zinnen gaan over globalisering. Welke is juist?
A
Door globalisering wordt de handel met het buitenland steeds lastiger.
B
Internet heeft het proces van globalisering versneld.
C
Nu we te maken hebben met globalisering wordt de hele wereld een vrijhandelszone.
D
Steeds minder producten of ingrediënten komen uit het buitenland.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Ondanks de hoge lonen in ons land heeft het Nederlandse hightech bedrijf ASML een sterke internationale concurrentiepositie.
welke twee gegevens hieronder geven hiervoor een verklaring?
A
ASML doet hoge investeringen in onderzoek en ontwikkeling.
B
De koers van de euro is hoog ten opzichte van andere valuta.
C
De vennootschapsbelasting in Nederland is hoger dan in het buitenland
D
Het personeel bij ASML is hoogopgeleid

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions