Introductieles opdracht 1 Bellen en Mailen

Introductie en doel van de les 
bellen en mailen 

Dit hoofdstuk gaat over bellen en mailen
Aan het eind van de les ken je de betekenis van nieuwe woorden en kun je zinnen maken met die woorden.

1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Introductie en doel van de les 
bellen en mailen 

Dit hoofdstuk gaat over bellen en mailen
Aan het eind van de les ken je de betekenis van nieuwe woorden en kun je zinnen maken met die woorden.

Slide 1 - Slide

Introductie en doel van de les 
bellen en mailen 

Dit hoofdstuk gaat over bellen en mailen
Aan het eind van de les ken je de betekenis van nieuwe woorden en kun je zinnen maken met die woorden.

Slide 2 - Slide

timer
2:00
bellen en mailen

Slide 3 - Mind map

Uitleg van nieuwe woorden
1. Lees het woord
2. Lees de betekenis(sen)
3. Lees de voorbeeldzin(nen)
4. Bekijk de plaatjes

Slide 4 - Slide

's avonds
in de avond / als het avond is (18.00 - 0.00 uur)
's Avonds is de kerk mooi verlicht.
Ik kijk 's avonds graag televisie.      
Tekst

Slide 5 - Slide

's nachts
in de nacht / als het nacht is (0.00 - 06.00 uur)
Mijn vriend werkt 's nachts. Overdag slaapt hij.


Slide 6 - Slide

's middags
in de middag / als het middag is (12.00 - 18.00 uur)
Wij lunchen 's middags om 12.30 uur.

Slide 7 - Slide

's ochtends / 's morgens
in de ochtend / als het ochtend is (06.00 - 12.00 uur)
in de morgen / als het morgen is
Hij staat 's ochtends om half zeven op.

Slide 8 - Slide

Wat doe je 's ochtends?
A
Ontbijten
B
Lunchen
C
Dineren

Slide 9 - Quiz

Wat hoort NIET bij 's nachts?
A
de maan
B
de zon
C
slapen
D
naar school gaan

Slide 10 - Quiz

Verzetten
veranderen / naar een andere tijd verplaatsen
Ik wil graag mijn afspraak verzetten, want ik kan vandaag niet.

Slide 11 - Slide

Vaak
vele keren / op veel momenten
Ik weet hoe dat moet, want ik heb het al vaak gedaan.
Ik ga heel vaak op vakantie. Wel zes keer per jaar.

Slide 12 - Slide

Maak een zin met 'vaak'.

Slide 13 - Open question

Wat kun je NIET verzetten?
A
De afspraak
B
Een lesuur
C
Een sportdag
D
De kantine

Slide 14 - Quiz

Maak een zin met:
"het gesprek"

Slide 15 - Open question

Waar hoef je GEEN toestemming voor te vragen aan je docent?
A
Naar het toilet gaan tijdens de les
B
Je telefoon gebruiken tijdens de les
C
Na school naar huis gaan
D
Een afspraak maken bij de tandarts

Slide 16 - Quiz

doorgeven
laten weten / vertellen
Ik wil even doorgeven dat ik morgen iets later op school ben.
Ik zal jou doorgeven wanneer ik ga verhuizen.

Slide 17 - Slide