Week 10 De wereld en ik H1B laatste les

Startklaar 1
1 / 45
next
Slide 1: Slide
WereldcampusMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Startklaar 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Startklaar 2

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

De wereld en ik
Les 10

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning

- Lesdoelen (5 min)
- Uitleg reflectie en checkvragen (10 min)
- Terugblik (10 min)
- Aan de slag verslag schrijven (25 min)
  + cijfers bronnenwerkstuk 
- Vragenlijst (10 min)
- Afsluiting (5 min).

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

      Lesdoelen

- Jullie kunnen uitleggen wat reflecteren is. 

- Jullie kunnen een reflectieverslag schrijven en geven: 
  - 2 voorbeelden van reflectie op kennis
  - 1 voorbeeld van reflectie op een
     vaardigheid
  - 1 voorbeeld van reflectie op houding. 

Slide 5 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Wat is reflecteren ?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Reflecteren 
Reflecteren: vaardigheid, terugkijken, nadenken over wat je hebt gedaan en geleerd.

Gaat over kennis (= weten)
Gaat over houding (= anders denken over)
Gaat over vaardigheden (= kunnen)


Slide 7 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflecteren
Bijvoorbeeld na het volgen van autorijlessen: 

Kennis: ik weet meer over verkeersregels
Houding: ik ben voorzichtiger in het verkeer 
Vaardigheden: ik kan zelf autorijden

+ uitleggen waarom dit belangrijk is! 

Slide 8 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflecteren
Bedenk een voorbeeld van wat je bij Wereldcampus
nieuw hebt geleerd of gedaan?

Gaat het om kennis, 
een vaardigheid of is je houding anders? 


Slide 9 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Wat is een ander woord voor reflecteren?
A
Vooruit kijken
B
Hypothese
C
Terugkijken
D
Voorspellingen doen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Reflecteren: welke hoort er NIET bij?
A
Kennis
B
Deelvragen
C
Inzicht
D
Vaardigheden

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Leg uit: Waarom is het belangrijk
om te reflecteren?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Korte terugblik Wereldcampus

Slide 13 - Mind map

This item has no instructions

Week 1 en 2:
Identiteit en Cultuur              


"Geheel van kenmerken van de unieke persoonlijkheid van een individu"


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Primaire identiteit


Primaire identiteit (Pi) = identiteit die wordt bepaald door aangeboren kenmerken, zoals geslacht en afkomst.





Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Secundaire identiteit

Secundaire identiteit (Si) = Identiteit die wordt gevormd door eigen keuzes, zoals hobby's en muzieksmaak.

Secundair = tweede, op de tweede plaats.




Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Cultuur               

"Geheel van kenmerken van een land, volk of groep"


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

leeftijd 11-13 jaar * 14 vlaggen
haar/ogen* tweede/derde/vierde taal *
religie
eten * kleding * familie * vrienden
sport/hobbies * JdW *

Slide 18 - Mind map

This item has no instructions

De Nederlandse cultuur

Slide 19 - Slide

Laat de leerlingen zelf voorbeelden bedenken voordat je deze geeft.

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

De Nederlandse cultuur?
Cultuur = dynamisch en verandert door: 

- tijdverloop 
- verandering in bevolking (bijv. vergrijzing of migratie) 
- nieuwe ideeën en contact met andere culturen
- technologische ontwikkelingen (bijv. internet, smartphones, socials) 

Slide 20 - Slide

Laat de leerlingen zelf voorbeelden bedenken voordat je deze geeft.

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Week 3 en 4: Waarden

Waarden zijn overtuigingen (ideeën) die belangrijk zijn voor mensen en groepen, en die hun gedrag en keuzes bepalen, zoals ........

Slide 21 - Slide

Leerlingen schrijven mee

Waardendiamant
Rechtvaardigheid - respect - vrijheid - eerlijkheid - solidariteit - gelijkheid - veiligheid - vrede - dapperheid - privacy

  1. Wat betekenen deze waarden?
  2. Maak een rangschikking van belangrijkst - minst belangrijk
  3. Bespreek in tweetallen waarom je deze keuzes hebt gemaakt.

Slide 22 - Slide

Vraag 1 bespreek je klassikaal
Vraag 2 doen leerlingen individueel
Vraag 3 doen leerlingen in tweetallen
Actualiteit
De inauguratie van president Trump op 20 januari 2025.  

Kijk naar het nieuwsfragment (NOS Journaal 21 januari 2025 om 08.00 uur) 
en beantwoord deze vragen: 

1. Wat is een decreet? 
2. Noem 3 decreten die president Trump op zijn eerste dag heeft 
    ondertekend? 
3. Noem waarden die passen bij de 3 decreten die je bij vraag 2. 
    hebt genoemd. Leg uit waarom ze passen. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Week 5: Taal
Waarom past taal bij je identiteit?

Slide 24 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 25 - Slide

talen evolueren door contact met andere culturen, migratie en historische
ontwikkelingen, en spelen een grote rol in het vormen van culturele identiteit.
Denk hierbij aan het verschil tussen Nederlands en Vlaam of de invloed van
straattaal op het Nederlands.
Aan de slag 
Wat ga je doen? Kleur de kaart in en beantwoord de vragen

Slide 26 - Slide

Zie werkblad
Basisbegroetingen in verschillende talen
Waarom is dit belangrijk?

Slide 27 - Slide

Dit bevordert interculturele communicatie en begrip.

Week 6: Feestdagen

Slide 28 - Slide

Wat zien we? Kennen we de feestdag?
Schrijf op 
Feestdagen: 

- hebben een religieuze, culturele of historische achtergrond
- dragen waarden en tradities uit 
- versterken de banden tussen mensen 
- worden vaak in grote groepen (over de hele wereld) gevierd
- kunnen bijdragen aan respect en begrip voor anderen.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Wat is een herdenking?

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

In 2-tallen - experts
- jullie krijgen een feestdag of herdenking
   om te onderzoeken bijvoorbeeld: 
   
Holi, Kerst, Bevrijdingsdag, Chanoeka, Eid, 
Koningsdag, Dag van de Arbeid, Moederdag.  
   

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Sekse en gender?
Sekse gaat over de lichamelijke en biologische eigenschap van een persoon (man of vrouw). 

Gender gaat over de eigenschappen, gedragingen en rollen van een persoon die de samenleving of cultuur passend vindt voor elke sekse (man-zijn of vrouw-zijn)


Gender kan verschillen van iemands biologische sekse.



Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Sekse
Gender
Geslachtskenmerken
Hormonen
X en Y chromosoon
De kleuren blauw en roze
Mannen als jagers en vrouwen als verzorgers
Lief of stoer
Identiteit

Slide 33 - Drag question

Start het gesprek hierover. Is niet zozeer eenvoudig.
LEZEN 10 min
Leesmoment
timer
10:00
https://nos.nl/artikel/2558691-grote-drukte-bij-betoging-voor-vrouwenrechten-in-amsterdam
Stap 1: lees de tekst;
Stap 2: maak de vragen

Slide 34 - Slide

Vragen bij het nieuwsbericht: 

1. Wat is feminisme? 

2. Wat is het patriarchaat? 

3. Het doel van de protestmars is aandacht vragen voor de rechten van vrouwen. Geef 3 voorbeelden van ongelijkheid in rechten van vrouwen en mannen?
Schrijf op
Vrouwenemancipatie

streven ('doel' of 'wens') naar gelijkheid tussen vrouwen en mannen op juridisch, politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied. 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

VN-rapport Womens rights 2025
Maar.... 
-Vrouwen verdienen minder dan mannen in gelijke functies, 
-vrouwen doen 2,5 x meer meer zorgtaken (onbetaald), 
- 3 van de 4 volksvertegenwoordigers is man 
- 95% van het seksueel geweld is tegen meisjes & vrouwen
- wereldwijd nog veel gevallen van kinderhuwelijken en 
   overlijden van vrouwen in het kraambed

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Uitleg eindopdracht Wereld en ik! 
Eindopdracht: bronnenonderzoek ('bronnenwerkstuk'): verschillende informatiebronnen combineren.

Stappen:
1. Kiezen onderwerp. 
2. Schrijven hoofd- en deelvraag. 
3. Zoeken naar betrouwbare bronnen. 
4. Werkstuk schrijven.  

Slide 38 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Feedback op jullie
deelvraag hoofdstukken
(1, 2 en 3)

Slide 39 - Mind map

This item has no instructions

Uitleg eindopdracht Wereld en ik! 
Eindopdracht: bronnenonderzoek ('bronnenwerkstuk'): verschillende informatiebronnen combineren.

Stappen:
1. Kiezen onderwerp. 
2. Schrijven hoofd- en deelvraag. 
3. Zoeken naar betrouwbare bronnen. 
4. Werkstuk schrijven.  

Slide 40 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Vragen over Terugblik ???

Slide 41 - Mind map

This item has no instructions

Reflectieverslag
1) Onderdeel 2: Reflectie op kennis (minimaal 2 voorbeelden)

2) Onderdeel 3: Reflectie op houding
en vaardigheden
(allebei een voorbeeld)

3) Onderdeel 4: Conclusie (korte 
samenvatting + toekomst + wat anders??)

Slide 42 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Vragenlijst

Kennisvragen met algemene 
vragen: 20 meerkeuze vragen. 

https://eu.jotform.com/243312595816359

Zelfstandig, in stilte. Succes!



 

Slide 43 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

      Afsluiting 
- Jullie kunnen uitleggen wat reflecteren is.

- Jullie kunnen een reflectieverslag schrijven en daarin 2 voorbeelden van reflectie op kennis, 1 voorbeeld van reflectie op een vaardigheid en 1 voorbeeld van reflectie op inzicht geven. 

- Hoe ging de les vandaag?
 
- Linkje kennisvragen + 9 april cijfer WC!

Slide 44 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Slide 45 - Link

This item has no instructions