Herhaling H1, H2 en 3.1 en 3.2

Vakantie
Weten we het nog?
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Vakantie
Weten we het nog?

Slide 1 - Slide

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste
woorden te kiezen.
Als Munir en Nellie gaan sparen verplaatsen ze …(1)… (huidige /
toekomstige) consumptie naar …(2)… (de toekomst / het heden). Als de
inflatie hoger is dan de ontvangen rente zal de …(3)… (koopkracht /
nominale waarde / rente) van hun spaargeld dalen.
A
1. huidige 2. toekomst 3. koopkracht
B
1. toekomstige 2. toekomst 3. koopkracht
C
1. huidige 2. toekomst 3. nominale waarde
D
1. huidige 2. toekomst 3. rente

Slide 2 - Quiz

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste
woorden te kiezen.
De stijging van de kosten van levensonderhoud in Nederland, wordt
…(1)... (deflatie / indexatie / inflatie) genoemd. Als het inkomen in
procenten …(2)… (meer / minder) stijgt dan de algemene prijsstijging van
goederen en diensten neemt de koopkracht van het inkomen af.
A
1. inflatie 2. meer
B
1. inflatie 2. minder
C
1. deflatie 2. minder
D
1. deflatie 2. meer

Slide 3 - Quiz

Jorgio de Witt is een alleenstaande ouder met drie kinderen. Zijn
minimumloon stijgt in 2018 van € 1.625 naar € 1.670 bruto per maand. De
inflatie in 2018 bedraagt 1,8%.
Bereken de procentuele koopkrachtverandering van het maandinkomen
van Jorgio de Witt in 2018. Schrijf je berekening op.

Slide 4 - Open question

Kelly bekijkt haar overzicht nog een keer: “De bus is de goedkoopste
optie, maar ik kies toch liever voor een elektrische scooter.”
Noem een reden voor Kelly om te kiezen voor een elektrische scooter
in plaats van de bus.

Slide 5 - Open question

Met de suikerbelasting wil de Poolse overheid bereiken dat de ongezonde dranken duurder worden, zodat de consument er minder van koopt en er ook minder wordt aangeboden door de producenten.

In welke grafiek wordt de juiste verandering van de aanbodlijn van ongezonde dranken weergegeven als door de suikerbelasting het doel wordt bereikt?
A
Grafiek A
B
Grafiek B
C
Grafiek C
D
Grafiek D

Slide 6 - Quiz

Op dit moment zijn er 15 winkeliers waar met de Alkie betaald kan
worden. De winkeliers uit omliggende dorpen zijn ook geïnteresseerd in
de Alkie. De initiatiefnemers verwachten dat 90% van alle 70 winkels in de
regio Alkemeren zich aansluit bij hun initiatief.
Bereken hoeveel winkels zich dan nog moeten aansluiten bij het Alkie-initiatief.

Slide 7 - Open question

Hans van Opta heeft een ongeluk gehad met zijn auto. Hij heeft de auto nodig om naar zijn werk te gaan. Hij was niet berekend op de aanschaf van een nieuwe auto. Hij heeft daarvoor onvoldoende geld op de bank en daarom is hij van plan een lening af te sluiten.
Van welk leenmotief is hier sprake?
A
Tijdelijk geldtekort overbruggen
B
Je wilt een dure aankoop niet uitstellen.
C
Je hebt onverwacht dringend geld nodig
D
Aankoop van een huis.

Slide 8 - Quiz

De auto die Hans op het oog heeft is echt een prachtkarretje van nog maar 5
jaar oud. De afbetalingsperiode van deze lening is maar liefst 10 jaar!
Leg uit waarom het niet verstandig is om in dit geval voor een lange
afbetalingsperiode te kiezen.

Slide 9 - Open question

Na lang nadenken neemt Hans een besluit. Hij heeft € 10.000 nodig voor zijn nieuwe auto. Hans kiest voor een persoonlijke lening met een looptijd van 10 jaar. Bereken de kredietkosten.

Slide 10 - Open question

Bereken de brutowinst

Slide 11 - Open question

Hieronder staan twee opmerkingen over de inkomensverdeling volgens Lorenzcurve b.
Opmerkingen:
1 De armste 30% van Nederland verdient 20% van het nationaal inkomen.

2 De rijkste 20% van de bevolking verdient 60% van het nationaal inkomen.

Welke opmerking is juist of onjuist?
A
Beide juist
B
Beide onjuist
C
A juist B Onjuist
D
A onjuist B juist

Slide 12 - Quiz

Herhalingsles
Noodzaak

Slide 13 - Poll

Herhalingsles
Inhoud

Slide 14 - Poll

Herhalingsles
Begeleiding

Slide 15 - Poll