Herhaling homeostase

Herhaling homeostase
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Anatomie en fysiologieSecundair onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling homeostase

Slide 1 - Slide

Geef me concreet een antwoord op "wat was bij de vorige presentatie niet duidelijk". (Antwoord was nu bij sommige vaag.)

Slide 2 - Open question

Feedback op vorige presentatie
  • Video was bij 2/3 zeer kort < 1.30 min bekeken
  • Homeostase en hormoonsturing is nog niet duidelijk
  •  In de verbindoefening zat een fout. Je kon inderdaad alle zinnen combineren met een woord.
  • Vergissingen tussen conductoren/ effectoren en neuronen
  • Veel was letterlijk uit je cursus over te nemen

Slide 3 - Slide

Wat zijn conductoren?

Slide 4 - Open question

Wat zijn effectoren?

Slide 5 - Open question

Wat zijn neuronen?

Slide 6 - Open question

Homeostase
Er zijn lichaamsprocessen in het menselijk lichaam. Deze lichaamsprocessen zorgen dat bepaalde waardes in ons lichaam (parameters, vochtbalans, hormoonhuishouding, ...) in balans blijven. 

Definitie homeostase: homeostase is het geheel van de lichaamsprocessen dat ervoor zorgen dat alle waardes van belangrijke parameters in ons lichaam in balans blijven. 

Als er geen homeostase zou zijn dan zouden de lichaamsprocessen falen, en krijgt de persoon ook problemen aan organen. Alles geraakt uit balans.

Slide 7 - Slide

Voorbeeld
Ter herhaling;
  1. Links zie je dat de receptor een impuls geeft dat het warm is. Dit komt in het controlecentrum binnen. De spieren zorgen voor verwijding van de bloedvaten in de huid en de werking van de klieren tot zweten waardoor je lichaam weer afkoelt.
  2. Rechts zie je een vrouwtje waar de receptor een impuls geeft dat het warm is. Dit komt binnen in het controlecentrum en deze geeft een impuls aan de spieren.  Ze zorgen voor het vernauwen van de bloedvaten in de huid, kippenvel en bibberen. Hierdoor krijg je het weer warmer.

Slide 8 - Slide

Geef bij de volgende afbeelding het gehele proces met alle termen dat je in de afbeelding vind.

Slide 9 - Open question

Zorgt dit voor verduidelijking?
A
ja
B
neen

Slide 10 - Quiz

Hoe werkt de hormoonsturing?
Je hebt hormonen en impulsen als conductoren. 
Hormonen zijn conductoren.

bv. bij stresserende of angstaanjagende gebeurtenissen produceren bijnieren adrenaline. Adrenaline = hormoon
Adrenaline wordt door het bloed rond getransporteerd en zet verschillende effectoren (spieren/klieren)  in actie.
In deze situatie is dat je hart- en ademhalingsfrequentie dat stijgt, spieren krijgen meer energie, ...
Adrenaline is een geleider van informatie in het lichaam. Adrenaline = conductor
Omgezet kan je zeggen dat elk hormoon een geleider is van informatie en een conductor.

Slide 11 - Slide

Ken je nog andere conductoren/ hormonen?

Slide 12 - Mind map

Andere hormonen/conductoren
Bij sporters worden er doping gebruikt;
Wat doet doping; dat er extra rode bloedcellen worden aangemaakt zodat er meer zuurstofgas getransporteerd worden. Topsporters misbruiken in dit geval hormonen om het lichaam betere prestaties te laten leveren. 
Dit proces gebeurt ook door het lichaam zelf bij een lage zuurstofconcentratie in de lucht. => wordt geregeld door homeostase


Slide 13 - Slide

Andere hormonen/conductoren
Thyroxine aangemaakt in de schildklier;
Samen met het groeihormoon zorgt thyroxine voor stimulatie van de stofwisseling en de celgroei. Is de productie hoger dan start de puberteit vroeger. Meisjes heb dit hormoon is de puberteit vaak meer, en hierdoor zijn ze soms groter dan de jongens.
Thyroxine stimuleert de celstofwisseling en hierdoor zal er ook meer energie vrijkomen in die cellen en krijg je het warmer. 
Thyroxine speelt een rol bij onze thermoregulatie in het lichaam.

Slide 14 - Slide

Is dit duidelijk? Hormonen reguleren onze processen en staan in voor de homeostase.
A
ja
B
neen

Slide 15 - Quiz

Samenvatting
  • Hormonen geleiden informatie
  • Hormonale stelsel speelt rol als conductor
  • Hormonen zetten effectoren aan het werk, hierdoor volgt een gepaste reactie op een prikkel.
  • Conductoren maken deel uit van het regelsysteem dat het inwendig milieu in het lichaam in balans houdt zodat er een stabiele situatie ontstaat.
  • Via het feedbacksysteem zorgen hormonen in verschillende situaties dat veranderingen van meerdere factoren in balans blijven.

Slide 16 - Slide

Wat heb je onthouden van de vorige dia's over de hormonen?

Slide 17 - Mind map

Wat wil je nog meer verduidelijkt krijgen?

Slide 18 - Open question

Hoe herkennen hormonen het doelwit?
  • Hormonen worden geproduceerd in speciale kliercellen.
  • Deze kliercellen maken hormonen met bouwstoffen dat uit het bloed worden gehaald.
  • Kliercellen vormen vaak groepjes -> dan is het een klier.
  • Klieren dat hormonen aanmaken brengen deze rechtstreeks in de bloedbaan.
  • De hormonen worden dus afgescheiden in het inwendig milieu
 Omdat hormonen in het inwendig milieu worden afgescheiden noemen we de producerende klieren 'endocriene klieren' genoemd. 

Slide 19 - Slide

Wat betekent 'endo'?

Slide 20 - Mind map

Hoe vinden hormonen het doelwit?
  1. Hormonen worden opgenomen in het bloed. Deze worden getransporteerd naar alle plekken in het lichaam.
  2. Maar hoe weet een hormoon waar in het lichaam hij moet zijn en welke functie ze gaan uitvoeren? -> hormonen lokt pas een reactie uit bij een effector als de cellen van de effector gevoelig zijn voor dit hormoon.  Deze cellen zijn de doelwitcellen.
  3. Hoe herkent een doelwitcel het hormoon? In het celmembraan van de doelwitcellen zitten membraanreceptoren.  Je kan de membraanreceptoren en het hormoon vergelijken met het sleutel- slot- principe. 
  4. Zodra het hormoon langs een celmembraan van een doelwitcel passeert, gaat het een binding aan met de membraanreceptor.
  5. Als de binding heeft plaatsgevonden, wordt de doelwitcel geactiveerd -> alleen dan kan de cel op het hormoon reageren.



Slide 21 - Slide

Was deze informatie duidelijk?
A
Ja
B
Neen

Slide 22 - Quiz

Wat is nog niet duidelijk na deze herhalingsles?

Slide 23 - Open question