herhaling water H3

Laatste oefening voor de toets
woensdag 20 april
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Laatste oefening voor de toets
woensdag 20 april

Slide 1 - Slide

Aan het eind van de les...
Heb je jouw grootste verbeterpunt gevonden
Weet je wat voor vragen je woensdag kan verwachten
Weet je precies wat je nog moet leren

Slide 2 - Slide

a: rijpen                  c: condenseren
b: verdampen      d: bevriezen / stollen

Slide 3 - Slide

Als het water kookt en er voldoende 
warmte aan wordt toegevoegd, blijft 
het continu op de kooktemperatuur
Dit is 100 °C. Wat er wel gebeurt als je 
het vuur hoger draait is dat de 
verdamping sneller plaatsvindt. Alle energie die je in het water stopt gaat in de verdamping zitten. 

Slide 4 - Slide

Even kijken of iedereen het nu kan.

Slide 5 - Slide

Ook bij vorst kun je nat wasgoed gewoon aan de lijn hangen. Het is dan al gauw stijf bevroren. Toch kun je het wasgoed een dag later bijna droog binnenhalen.
A
omdat het water dat er op licht bevriest
B
Het ijs uit de kleren is dan vervluchtigd tot waterdamp.
C
door de kou wordt het ijs en dat ijs gast smelten
D
omdat de zon ook nog schijnt

Slide 6 - Quiz

Wat is de temperatuur van kokend water?
A
0 graden Celsius
B
-10 graden Celsius
C
1000 graden Celsius
D
100 graden Celsius

Slide 7 - Quiz

Als de temperatuur stijgt dan:
A
neemt de snelheid van de moleculen toe
B
neemt de snelheid van de moleculen af
C
blijft de snelheid van de moleculen gelijk

Slide 8 - Quiz

Temperatuur is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 9 - Quiz

Moleculen bewegen niet meer bij een temperatuur van:
A
-273 ℃
B
-100 ℃
C
0 ℃
D
100 ℃

Slide 10 - Quiz

Wat is het laagst gemeten temperatuur ooit gemeten = absoluut nulpunt ? Temperatuur [T] in [K]
A
100 K
B
0 K
C
363 K
D
373 K

Slide 11 - Quiz

wat is hier de temperatuur?
A
60 graden celcius
B
20 graden celsius
C
0 graden celsius
D
-20 graden celsius

Slide 12 - Quiz

Waarmee meet je temperatuur?
A
Met een balans
B
Met een erlenmeyer
C
Met een liniaal
D
Met een thermometer

Slide 13 - Quiz

Wat is de temperatuur van smeltend ijs?
A
0 °C
B
100 °C
C
-5 °C
D
5 °C

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Hoe warm is het volgens deze thermometer?
A
36,1 °C
B
36,6 °C
C
37,1 °C
D
37,6 °C

Slide 16 - Quiz

Verdampen
Rijpen
Condenseren
Bevriezen

Slide 17 - Drag question

Welke twee fasen heeft rijp? In de lucht en op de grond.
A
Gas en Vast
B
Vast en Gas
C
Vloeibaar en Vast
D
Vast en Vloeibaar

Slide 18 - Quiz

wat moet je nu leren??
Heb je jouw grootste verbeterpunt gevonden.
Je weet  wat voor vragen je (woensdag 20 april)  kan verwachten.
Weet je dus precies wat je nog moet leren.

Klopt dit nu?

Slide 19 - Slide

Succes met leren en vergeet niet..
pen
potlood
liniaal/geodriehoek
rekenmachine
.... mee te nemen

Slide 20 - Slide