Examentraining F

Examentraining F
1 / 26
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Examentraining F

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Herhaling domein F
zelf oefenen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

OPBRENGSTEN EN KOSTEN
OPBRENGST = WAT HEB IK VERDIEND (OMZET/WINST)?
KOSTEN = WELKE KOSTEN HEB IK GEMAAKT?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Verkopen op rekening

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Inkopen op rekening

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

BTW = omzetbelasting
BTW = Belasting over de Toegevoegde Waarde
  • Indirecte belasting 
  • 0% BTW - leveringen aan buitenland/medische verzorging
  • 9% BTW - basisbehoeften
  • 21% BTW - overige behoeften

Verkoopprijs + btw = consumentenprijs
100% + 21% = 121%

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Af te dragen omzetbelasting (btw)
  • Een ondernemer betaalt btw over alle producten en dienst die hij/ zij inkoopt 
  • Een ondernemer brengt aan zijn/ haar klanten btw in rekening over de producten die hij / zij verkoopt 
  • De onderneming doet eens per kwartaal btw-aangifte

  • Af te dragen btw = ontvangen btw - betaalde btw

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Veranderingen op de balans
Incl BTW
Excl BTW

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Afschrijving
Een afschrijving is een waardevermindering van een duurzaam productiemiddel. 
LET OP: Afschrijven valt onder kosten (daling EV) en het is dus GEEN uitgave 

Aanschafprijs + installatiekosten - restwaarde
aantal periode van afschrijving



Slide 9 - Slide

Auto, kraan, een machine etc. Een DPM gaat lang mee en slijt gedurende de jaren waardoor het middel minder waard wordt. 
Soorten levensduur
Technische levensduur:
De technische levensduur is de periode waarin het productiemiddel de prestaties kan leveren waarvoor het is aangeschaft.


Economische levensduur:
De economische levensduur is de periode waarin het op economische gronden verstandig is het productiemiddel te gebruiken.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Kasstelsel
Het moment waarop het geld ontvangen wordt of betaald wordt door de onderneming. Het kasstelsel wordt gebruikt bij het opstellen van de liquiditeitsbegroting of het liquiditeitsoverzicht.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

periodetoerekeningsstelsel
  • Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Dit gebeurt bij de exploitatierekening

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Afzet & omzet 
Het aantal producten dat je verkocht hebt, is de afzet.

Het totaalbedrag dat je met de verkopen ontvangt, is de omzet.

Berekening omzet = afzet x verkoopprijs

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Inkoopwaarde van de omzet
.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Kosten
Variabele kosten en constante kosten

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Berekenen variabele kosten en constante kosten
Bij een productie van 40.000 stuks zijn de totale kosten € 245.000
Bij een productie van 45.000 stuks zijn de totale kosten € 260.000

Bereken de variabele kosten per product
  • Variabele kosten per product = verandering TK / verandering productie = (260.000 – 245.000)/ (45.000 – 40.000) = € 3
Bereken de totale constante kosten
  • TCK = € 245.000 – 40.000 x € 3 = € 125.000
  • Want TK = TCK + TVC

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Inclusief BTW
Exclusief BTW

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Break-even analyse
Geen winst en geen verlies (resultaat voor belasting)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

3 manieren om BE-afzet te berekenen bij 1 soort product
  1. Dekkingsbijdrage per product (verkoopprijs-variabele kosten p.p.) x afzet
  2. TO=TK

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Dekkingsbijdrage
  • Dekkingsbijdrage per product = (p - v)

  • Totale verwachte dekkingsbijdrage is:
      (p - v)  x afzet


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Wat gebeurt er met de winst
Vennootschapsbelasting
Dividend
Reserveren (toevoegen aan reserve)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Winstreserve
   Winst
- te betalen vennootschapsbelasting 
= nettowinst na belasting 
- uitkering dividend 
= toevoeging aan winstreserve

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Cashdividend
Dividend wordt uitgekeerd in geld.
Totaal dividendbelasting wordt ingehouden door verstrekker op te betalen cashdividend!! 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Zelf maken
Opgave 3, Presentz
Opgave 5, Mangiamo

Slide 26 - Slide

This item has no instructions