Toets - Economie H5 - B

PW H5 ECO 
Docent: R. Cerpentier 
1 / 31
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

PW H5 ECO 
Docent: R. Cerpentier 

Slide 1 - Slide

De toets bestaat uit 
25 vragen. Succes!
Tijd: 45 minuten

Hulpmiddelen: 
- rekenmachine
- kladpapier

Slide 2 - Slide

Vraag 1.
Bekijk de tabel hierboven.
Geef aan welk gezin niet rondkomt van zijn inkomsten
A
Adams
B
Brink
C
Carsten

Slide 3 - Quiz

Vraag 2.
Radha wil een nieuw horloge kopen en een kaartje voor een concert kopen. Ze heeft te weinig geld om het allebei te kopen. Ze gaat prioriteiten stellen. Wat doet ze?
A
Ze koopt niets.
B
Ze koopt wat het belangrijkste voor haar is.
C
Ze koopt wat het goedkoopste is.

Slide 4 - Quiz

Vraag 3.
Welke aankopen van Sem zijn verbruiksgoederen?
A
boormachine en boortjes
B
spijkers en schroeven
C
zaag en schroevendraaier

Slide 5 - Quiz

Vraag 4. Isa gaat een middag winkelen. Ze koopt het volgende:
Gezichtscrème: € 4,95
Levensmiddelen: € 32,80.
Kop koffie + broodje: € 5,20
Groente en fruit op de markt: € 12,60.
Bereken het bedrag dat ze uitgeeft aan huishoudelijke uitgaven.

A

Slide 6 - Quiz


Vraag 5.
Jayden doet de volgende aankopen: een koffiezetapparaat, schoonmaakmiddelen, eten en drinken, snoep en een game.
Geef aan welke aankoop de hoogste prioriteit zal hebben.
Leg je antwoord uit.

Slide 7 - Open question

6.
Luuk en Caro praten over vaste lasten. Luuk zegt: “Vaste lasten keren regelmatig terug.”
Caro zegt: “Vaste lasten zijn elke maand even hoog.”
Wie heeft gelijk?

A
Caro
B
Luuk
C
Luuk en Caro

Slide 8 - Quiz

7.
Oscar leest de advertentie over computeropleidingen. Hij geeft zich op voor zo’n opleiding.

Bij welke soort uitgaven horen de kosten van deze opleiding?

A
de huishoudelijke uitgaven
B
de incidentele uitgaven
C
de vaste lasten

Slide 9 - Quiz

8.
Sem heeft de volgende soorten incidentele uitgaven:
de vervanging van duurzame gebruiksgoederen en grote aankopen. Noteer welke andere soort incidentele uitgaven er ook nog is.

Slide 10 - Open question

9.
Ruud spaart voor een gereedschapskoffer met inhoud. Hij kan hiervoor € 23 per maand opzijleggen. De gereedschapskoffer kost € 115. Bereken hoeveel maanden hij moet sparen voor de aankoop. Schrijf de berekening op.

Slide 11 - Open question

Uitleg vraag 10. 
Bekijk de advertenties.
Romee is klant bij de vier bedrijven uit deze advertenties. 
Bij elk bedrijf heeft ze een andere soort uitgaven. 

Sleep de advertenties naar de passende soort uitgaven.

Slide 12 - Slide

De Echte groenteman
Bar disco uitgaanscentrum De Korenmolen
. Elke zaterdagavond optredens van bekende artiesten. 

Een goede conditie start bij Invita-sport.
Onbeperkt spinning en cardiofitness onder begeleiding van een persoonlijke sportcoach.
Kosten: € 35 per maand.

Van Zessen Klaar gordijnstoffen en tapijten
incidentele uitgaven
incidentele uitgaven

Slide 13 - Drag question

De Echte groenteman
Bar disco uitgaanscentrum De Korenmolen
. Elke zaterdagavond optredens van bekende artiesten. 

Een goede conditie start bij Invita-sport.
Onbeperkt spinning en cardiofitness onder begeleiding van een persoonlijke sportcoach.
Kosten: € 35 per maand.

Van Zessen Klaar gordijnstoffen en tapijten
incidentele uitgaven
incidentele uitgaven
incidentele uitgaven

Slide 14 - Drag question

De Echte groenteman
Bar disco uitgaanscentrum De Korenmolen
. Elke zaterdagavond optredens van bekende artiesten. 

Een goede conditie start bij Invita-sport.
Onbeperkt spinning en cardiofitness onder begeleiding van een persoonlijke sportcoach.
Kosten: € 35 per maand.

Van Zessen Klaar gordijnstoffen en tapijten
incidentele uitgaven
vaste lasten
huishoudelijke uitgaven
persoonlijke uitgvaen

Slide 15 - Drag question


Jari heeft een maandinkomen van
€ 2.000. Hij verdeelt zijn inkomsten in budgetten. Bereken hoe groot het budget is voor zijn persoonlijke uitgaven. Schrijf de berekening op. Gebruik het cirkeldiagram.

Slide 16 - Open question

12. Gebruik ook je antwoord op de vorige vraag.
Jari heeft in maart volgende uitgaven:
- vaste lasten € 700
- persoonlijke uitgaven € 500
- incidentele uitgaven € 300
- huishoudelijke uitgaven € 300.
Bereken hoeveel Jari inteert of spaart in deze maand. Schrijf de berekening op.

Slide 17 - Open question

Je bent over de 
helft van de toets. 

Slide 18 - Slide

13. Jari bewaakt zijn budgetten.
Kies wat hij daarvoor moet doen.

A
de uitgaven vergelijken met de budgetten
B
zijn budgetten aanpassen aan zijn inkomsten
C
zijn budgetten aanpassen aan zijn uitgaven

Slide 19 - Quiz

14.
In goedkope maanden houdt Jari geld over.
Kies wat hij het beste kan doen met het geld dat overblijft.

A
op een spaarrekening zetten
B
op zijn bankrekening laten staan
C
uitgeven aan leuke dingen

Slide 20 - Quiz

Combineer de aankopen met de juiste budgetten.  Fleur heeft...
1 een budget voor huishoudelijke uitgaven (dat is haar huishoudgeld);
2 een budget voor persoonlijke uitgaven (dat is haar zakgeld);
3 een budget voor de vaste lasten
4 een budget voor de incidentele uitgaven.
Fleur gaat naar de kapper
Ze koopt brood.

Ze koopt een boormachine.

Ze betaalt de huur.

Slide 21 - Drag question

16 Het is het verstandig om af en toe te budgetteren.
Soms is het zelfs noodzakelijk.

Geef aan wanneer het noodzakelijk is om te budgetteren. Kies uit de volgende mogelijkheden:

A
als aankopen uitgesteld worden
B
als je in een dure maand een keer geld opneemt van je spaarrekening
C
bij een blijvend tekort

Slide 22 - Quiz

17. Dave krijgt geen reiskosten meer vergoed. Dat scheelt hem € 720 inkomsten per jaar.
Ook de toeslag op werken in de avonduren wordt afgeschaft. Dat scheelt hem € 9 inkomsten per week.

Door de daling van zijn inkomsten ontstaat er een blijvend tekort.

Bereken met welk bedrag zijn maandelijkse budgetten omlaag moeten. Schrijf de berekening op.

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Slide

Bekijk de tabel. De inkomsten van Charlotte dalen met € 200 per maand. Ze gaat budgetteren. Ze wil rondkomen. Ze bezuinigt :
- 50 op de vaste lasten
- € 50 op de huishoudelijke uitgaven.
Ze wil alleen het budget van de persoonlijke uitgaven nog aanpassen. Bereken het nieuwe budget voor de persoonlijke uitgaven. Schrijf de berekening op.

Slide 25 - Open question

19.
Lucas verlaagt zijn budget voor de huishoudelijke uitgaven. Kies hoe hij kan bezuinigen op deze uitgaven en toch hetzelfde kan blijven kopen.

A
door alle boodschappen in dezelfde winkel te doen
B
door alleen de bekende merken te kopen
C
door op koopjes te jagen in verschillende winkels

Slide 26 - Quiz

20.
Jasmine is net verhuisd. Ze heeft haar woonkamer helemaal geverfd en ze wil graag een nieuwe eettafel. Jasmine kan net rondkomen.
Door de verhuizing is het budget voor incidentele uitgaven helemaal gebruikt.

Geef aan wat ze zal doen met de aanschaf van de eettafel als ze goed op haar budgetten let.

Slide 27 - Open question

21 Cindy heeft een blijvend tekort. Ze kan dit tekort op verschillende manieren wegwerken.
Een voorbeeld hiervan is geld lenen. Maar in reclames wordt vaak gezegd: “Let op! geld lenen kost geld”.
Leg uit wat hiermee wordt bedoeld.

Slide 28 - Open question

Vraag 22.

Madelief leent € 7.000 voor een nieuwe keuken.
Ze betaalt voor deze lening 36 maanden lang elke maand € 215 aan de bank.
Bereken hoeveel rente ze na 36 maanden heeft betaald. Schrijf de berekening op.

Slide 29 - Open question

23 Bekijk de tabel. Esther sluit een lening af bij de bank. Zij moet elke maand € 200 aan rente en aflossing betalen.
Bereken het bedrag dat zij elke maand tekort komt.
Schrijf de berekening op.

Slide 30 - Open question


24 Levi leent geld om een huis te kopen.
Noteer hoe je een lening met een huis als onderpand noemt.

Slide 31 - Open question