3.8 bloedgroepen en bloedtransfusie deel 2

Bloedgroepen en bloedtransfusies
1 / 33
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Bloedgroepen en bloedtransfusies

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen?
Kort herhalen bloedgroepen
Nabespreken bloedgroep opdracht
Simulatie bloeddonatie



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoe noemen we nr. 1 in de afbeelding?
A
Antigeen
B
Antistof

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Hoe zat het ook alweer? Antigeen en Antistof
Antigeen en Antistof?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel
Je kunt beschrijven waarin de bloedgroepen van elkaar verschillen.
Je kunt bepalen welke bloedgroep iemand heeft en welke bloedgroep(en) geschikt is/zijn voor een bloedtransfusie.


Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Antigenen op de bloedcellen
Op je rode bloedcellen zitten antigenen, die noem je ook wel bloedfactoren.

Afhankelijk van welke antigenen er op je rode bloedcellen zitten heb je een bepaalde bloedgroep:
A
B
AB
0 (nul)



Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Antistoffen in het bloed
Elke bloedgroep heeft de antistoffen in het bloed tegen de antigenen die er niet zijn.  

Dit is aangeboren.






Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Bloedgroep A
Bloedgroep A heeft antigeen A aan de buitenkant van de rode bloedcel

In het bloed zit antistof B

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Bloedgroep B
Bloedgroep B heeft antigeen B aan de buitenkant van de rode bloedcel

in het bloed zit antistof A

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Bloedgroep AB
Bloedgroep AB heeft zowel antigeen A als B aan de buitenkant van de rode bloedcel

in het bloed zitten geen antistoffen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Bloedgroep 0
Bloedgroep 0 heeft geen antigeen aan de buitenkant van de rode bloedcel

in het bloed zit antistof A en B

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welke bloedgroep(en) heeft/hebben de antigenen B
A
Bloedgroep A
B
Bloedgroep B
C
Bloedgroep AB
D
Bloedgroep B en AB

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welke bloedgroep(en) heeft/hebben geen antistoffen
A
Bloedgroep A
B
Bloedgroep B
C
Bloedgroep AB
D
Bloedgroep O

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Zelfstandig werken
Maak van Boek 2/3 HV deel A Thema 3 Extra stof 8 Bloedgroepen, vraag 1 t/m 5

- Klaar? Maak de bloedgroep bepalen opdracht

Straks: klassikaal nabespreken

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Bloedgroepen
Sleep naar de juiste plaats
Antistof A
Antistof B
Antistof A en antistof B
Geen antistoffen
Antigeen A
Antigeen B
Antigeen A en antigeen B
Geen antigenen

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions

Antigenen en antistoffen bloed

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Bloedtransfusie
Bij een bloedtransfusie wil je niet dat het bloed gaat klonteren.

Het is daarom belangrijk dat iemand geen bloed krijgt van een bloedgroep die niet samengaat met zijn eigen bloepgroep.

De ontvanger van het donorbloed kan geen bloed krijgen van een bloedgroep waar diegene de antistoffen tegen maakt.




Slide 18 - Slide

De antistoffen uit het donorbloed spelen maar een verwaarloosbare rol, het gaat vooral mis door de antistoffen bij de ontvanger!

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Aan welke bloedgroep kan O geven?
A
A
B
B
C
AB
D
Alle bloedgroepen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Iemand heeft bloedgroep AB.
Deze persoon kan donor zijn voor mensen met de bloedgroep...
A
A
B
B
C
AB
D
0

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Klontering
Als je antistof B (anti-B) en bloed met bloedcellen met antigeen B samenvoegt gaat het klonteren.

Het effect van deze klontering 
kun je gebruiken om de
bloedgroep van iemand te bepalen.




Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Klontering
A = linkerdruppel
B = rechterdruppel

Na toevoegen van anti-A of anti-B vindt er wel of geen klontering plaats

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Ik heb onbekend bloed en ik voeg anti-A toe. Het bloed gaat klonteren.
Welke bloedgroep is het?
A
Dat weet je niet
B
B
C
AB
D
A

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Klontering
P
A = geklonterd
B = niet geklonterd

Geeft aan P bloedgroep
A moet hebben

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig werken
- Maak de lesopdracht over bloedgroep bepalen
- Straks krijg je de antwoorden



Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Klontering
Q

A = niet geklonterd
B = geklonterd

Geeft aan bloedgroep
B

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Klontering
R

A = geklonterd
B = geklonterd

Geeft aan bloedgroep
AB

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Klontering
S

A = niet geklonterd
B = niet geklonterd

Geeft aan bloedgroep
0

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Heb je de lesdoelen behaald?

Je kunt beschrijven waarin de bloedgroepen van elkaar verschillen.
Je kunt bepalen welke bloedgroep iemand heeft en welke bloedgroep(en) geschikt is/zijn voor een bloedtransfusie.
Ja, allebei
Nee, alleen het eerste of tweede lesdoel
Anders

Slide 31 - Poll

This item has no instructions

Stemmen onderwerp
volgende weken

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Bedenk of het bloed gaat klonteren
- Patient met bloedgroep A krijgt bloed van een donor met bloedgroep B
- Patient met bloedgroep AB krijgt bloed van een donor met bloedgroep B
- Patient met bloedgroep 0 krijgt bloed van een donor met bloedgroep A
- Patient met bloedgroep B krijgt bloed van een donor met bloedgroep 0
- Patient met bloedgroep A krijgt bloed van een donor met bloedgroep AB

Slide 33 - Slide

This item has no instructions