This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Willkommen,
heute ist Montag
der 23. Oktober
Willkommen,
heute ist Donnerstag
der 3. April 2025
Slide 1 - Slide
Lernziel(e)
1. Je kunt een korte informatieve tekst over een alledaags onderwerp begrijpen en hierover vragen beantwoorden.
Slide 2 - Slide
Wanneer bonustoets woorden?
Week 15 of direct
na de meivakantie?
Slide 3 - Slide
Programma:
Deel 1:
* Quiz "Ken ik de grammatica al?
* huiswerk nakijken
* zelfstandig aan het werk
Deel 2:
* Gesprekjes voeren bij de winkel
* Zelfstandig werken aan de Wiederholung.
Slide 4 - Slide
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Slide 5 - Slide
Het persoonlijk voornaamwoord
1e naamval (onderwerp)
Nederlands Duits
ik ich
jij du
hij/zij/het er/sie/es
wij wir
jullie ihr
zij/U sie/Sie
wie wer
Slide 6 - Slide
Welke voorzetsels met de 3e naamval kennen jullie?
Slide 7 - Slide
voorzetsels die de 3e naamval krijgen:
aus uit
bei bij
mit met
nach naar (bij steden, landen)
seit sinds
von van / door (bij personen)
zu naar (bij personen)
Slide 8 - Slide
Het persoonlijk voornaamwoord
3e naamval (meewerkend voorwerp)
1e naamval 3e naamval
ich mir
du dir
er ihm
sie ihr
es ihm
wir uns
ihr euch
sie/Sie ihnen/Ihnen
wer wem
"met jij is het altijd leuk"
-> met jou = meewerkend voorwerp,
in het Duits: Mit du -> mit dir
Slide 9 - Slide
Herhaling grammatica
Slide 10 - Slide
De naamvalen, wat is wat?
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
1
3
4
Slide 11 - Drag question
Wat is 'hij' in de derde naamval?
A
er
B
ihn
C
ihm
D
ihr
Slide 12 - Quiz
Wat is 'jij' in de derde naamval?
A
du
B
dich
C
mich
D
dir
Slide 13 - Quiz
Wat is 'ik' in de derde naamval?
A
mir
B
ich
C
mich
D
ihnen
Slide 14 - Quiz
Wat is 'u' in de derde naamval?
A
ihnen
B
Sie
C
uns
D
Ihnen
Slide 15 - Quiz
Vertaal de voorzetsels
met
uit
van, door
bij
sinds
na, naar
naar (bij personen)
mit
nach
bei
seit
zu
aus
von
Slide 16 - Drag question
We hebben twee vertalingen voor 'naar': zu of nach Welke gebruiken we als we willen zeggen dat we naar iemand toe willen gaan?
A
zu (dir)
B
nach (dir)
Slide 17 - Quiz
Na "aus" verandert "ich" in...
Slide 18 - Open question
Jona ist nach ...(ons) an der Reihe.
Slide 19 - Open question
Wir haben das von ...(u) bekommen.
A
Ihnen
B
ihnen
C
sie
D
euch
Slide 20 - Quiz
Ich mache den Kuchen bei ... (haar)
A
sie
B
ihm
C
ihr
D
ihnen
Slide 21 - Quiz
Na "mit" verandert "er" in ...
Slide 22 - Open question
ich
du
er
sie
es
wir
ihr
sie
wer
Sie
Koppel de persoonlijke voornaamwoorden in de 1e en 3e
ihr
mir
dir
euch
uns
ihnen
Ihnen
wem
ihm
ihm
Slide 23 - Drag question
Hoe ver ben ik?
A
Ik snap alles.
B
Ik snap het een beetje.
C
Ik snap het niet.
Slide 24 - Quiz
Huiswerk nakijken
Maken
1. G, Schreiben, Aufg. 39, 40, 41, in je boek
2. G, Schreiben, Aufg. 42 online
3. maken 2 gesprekken van Aufgabe 37 in het schrift.
Leren:
Lernliste NL-DU (Seite 132-133)
Grammatica A+B
Slide 25 - Slide
Aufgabe 39
1 advertentie
2 Een paar hardloopschoenen/Nike Airs.
3 Hij vindt de kleurencombinatie toch niet mooi.
Slide 26 - Slide
Aufgabe 40
Hallo,
ich interessiere mich für die Schuhe. Ich habe aber einige Fragen: Fallen sie groß oder klein aus? Ich möchte sie zuerst anprobieren. Geht das? Ich wohne auch in Assinghausen. Kann ich am Samstag vorbeikommen?
Viele Grüße
Levi
Slide 27 - Slide
Aufgabe 41
1 Die Schuhe sind in einem guten Zustand.
2 Ich tausche auch gegen eine andere Farbe.
3 Versand ist möglich gegen Versandkosten.
4 Ich interessiere mich für die Schuhe.
5 Ich habe einige Fragen.
6 Wie viel kostet das Handy?
Slide 28 - Slide
Deel 2
Sprechfertigkeit üben
Slide 29 - Slide
Deel 2 : Samenwerkingsopdrachten
Aufgabe 33
1. Vertaal de vragen, schrijf deze in je schrift.
2. Formuleer een antwoord, schrijf deze in je schrift
3. Voer het gesprek, wissel daarna de rollen.
Aufgabe 34
1. Verbind de juiste zinnen met elkaar.
2. Bedenk een vraag bij het antwoord van A
3
Samenwerkingopdrachten
Aufgabe 37
1. Lees de opdracht goed.
2. Schrijf eerst jullie gesprek in je schrift (klant- verkoper)
3. Gebruik de Sprachmittel, Lernliste en het online woordenboek voor onbekende woorden.
4. Voer het gesprek.
5. Je moet de checklist volledig kunnen afvinken!!!!
timer
10:00
Slide 30 - Slide
Zelfstandig aan het werk
1. Maak van Kapitel 9, Maak van Kapitel 9, H, Lesen
Aufg. 43, 44 in je boek
2. Maak van Kapitel 9, Wiederholung B
Aufgabe 1 t/m 4 in je boek
3. Klaar? Leer de woorden en de grammatica van K9 via
slim stampen.
Slide 31 - Slide
Hausaufgaben
1. Maak van Kapitel 9, Maak van Kapitel 9, H, Lesen
Aufg. 43, 44 in je boek
2. Maak van Kapitel 9, Wiederholung B
Aufgabe 1 t/m 4 in je boek
3. Klaar? Leer de woorden en de grammatica van K9 via
slim stampen.
Slide 32 - Slide
Kijk nu terug naar de lesdoelen:
1. Je kunt een korte informatieve tekst over een alledaags onderwerp begrijpen en hierover vragen beantwoorden.