Herhaling domein D en E

Herhaling Cluster 3
Markten
Ruilen over de tijd
Samenwerken en onderhandelen
risico en informatie
welvaart en groei
GTST
1 / 47
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Herhaling Cluster 3
Markten
Ruilen over de tijd
Samenwerken en onderhandelen
risico en informatie
welvaart en groei
GTST

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

Groepsopdracht
Luister naar de docent...

Slide 3 - Slide

Kies het product dat in de ogen van consumenten homogene goederen zijn.
A
boeken
B
cola
C
prei
D
maaltijd in een restaurant

Slide 4 - Quiz

Welk product is homogeen
A
Kaas
B
Bier
C
Wijn
D
Graan

Slide 5 - Quiz

Welk product is heterogeen
A
Een Mars
B
Een volkorenbrood
C
Een flesje spa water
D
Aardappelen

Slide 6 - Quiz

Wat is een kenmerk van een monopolie
A
Veel aanbieders
B
Heterogeen product
C
Weinig aanbieders
D
Onderscheidend

Slide 7 - Quiz

Wat is geen monopolistische concurrentie
A
Cafés
B
Restaurants
C
Webwinkels
D
Supermarkt

Slide 8 - Quiz

In welk marktvorm functioneert Transavia
A
Monopolie
B
Monopolistische concurrentie
C
Homogeen oligopolie
D
Heterogeen oligopolie

Slide 9 - Quiz

Vandaag
GAST : BRITT
Bespreken opdrachten
toets bespreking
In gesprek met een aantal leerlingen

Slide 10 - Slide

Garnalen
1 verschil tussen homogene en heterogene producten
2 verschillende marktvormen herkennen
3 TW= TO- TK

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Qv = -2,5P + 100
(Qv x 10.000, P in euro's)
Waarom daalt de grafiek?
A
Als de prijs stijgt, daalt de vraag
B
Als de prijs stijgt, stijgt de vraag

Slide 18 - Quiz

Wat is marktevenwicht?
A
Situatie op de markt waarbij evenveel mensen als verkopers aanwezig zijn.
B
Dit lijkt mij geen belangrijke vraag.
C
Situatie op de markt waarbij vraag en aanbod niet aan elkaar gelijk zijn.
D
Situatie op de markt waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.

Slide 19 - Quiz

Geef een aantal voorbeelden van luxe goederen

Slide 20 - Open question


In welke grafiek wordt de vraag naar luxegoederen weergegeven?
A
Grafiek A
B
Grafiek B
C
Grafiek C

Slide 21 - Quiz

een luxe goed heeft een inkomenselasticiteit van
A
onder de nul
B
tussen de 0 en 1
C
boven de 1

Slide 22 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een inferieur goed?
A
Merkkleding
B
Tweedehands kleding

Slide 23 - Quiz

Vliegen met Ryanair is een inferieur goed.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quiz

Gamen
12. marktvormen herkennen
13. maximale omzet berekenen (MO=0)
14 TW= TO- TK gegeven 27,5 (MO=MK)
15 consumentensurplus
16 prijselasticiteit (0- 1= relatief inelastisch)

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Vandaag
2 examenopgave (over domein D en E in combinatie)
Keuze programma: Cumulus test jezelf sparen en lenen hoogste percentage was Nawal met 58%!
Of herhaling goederen en prijselasticiteit

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Wie gaat er waarschijnlijk lenen?
Welk bedrag is voor jou maximaal?

Slide 37 - Open question

maximaal lenen.....
0 - 5000
5001- 10000
10001- 20000
20001 of meer
Ik leen niet

Slide 38 - Poll

Waarom leen zou jij lenen?
Waarom lenen studenten?

Slide 39 - Open question

CE
CE 2021 tijdvak 1 opgave opgave 3
CE 2021 tijdvak 2 opgave 5

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Complementaire Goederen

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Slide