8. Verbanden - Inperking, vergelijking en omschrijving

Signaalwoorden (2)
Binnen = beginnen!
Pak je leesboek.
Je leest alleen en in stilte.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Signaalwoorden (2)
Binnen = beginnen!
Pak je leesboek.
Je leest alleen en in stilte.

Slide 1 - Slide

Behandelde hoofdstukken/theorie
H1 - Tekstdoelen
H2 - Onderwerp en hoofdgedachte
H3 - Hoofdzaken en bijzaken
H15 - Leesstrategieën
H16 - Woordraadstrategieën
H17 - Figuurlijk taalgebruik
H29 - Tekststructuur: inleiding, kern, slot
H30 - Alinea's en functiewoorden
H31 - Soorten inleidingen en afsluitingen
H43 - Tekstverbanden: opsomming, tijd, reden, tegenstelling en voorwaarde

Huiswerk: nakijken H30 + H31. Nog vragen of onduidelijkheden?
Terugblik vorige lessen

Slide 2 - Slide

Een schrijver wil dat jij dezelfde mening krijgt.

Wat is zijn tekstdoel...?
(H1)
A
amuseren
B
informeren
C
overtuigen
D
activeren

Slide 3 - Quiz

Wat is het verschil tussen het onderwerp en de hoofdgedachte?

(H2)
A
Geen verschil, is hetzelfde.
B
Onderwerp = 1 woord, hoofdgedachte = 1 zin
C
Onderwerp = 1 zin, hoofdgedachte = 1 woord

Slide 4 - Quiz

Wat is het verschil tussen een hoofdzaak en een bijzaak?

(H3)

A
Geen verschil, is hetzelfde
B
Hoofdzaak = minder belangrijk Bijzaak = belangrijk
C
Hoofdzaak = belangrijk Bijzaak = minder belangrijk

Slide 5 - Quiz

Je wilt weten waar de tekst ongeveer over gaat.
Je leest...

(H15)

A
Globaal
B
Intensief
C
Zoekend
D
Lerend

Slide 6 - Quiz

Wat betekent 'bolide'? (H16)

Normaal houd ik niet van snelle auto's, maar deze bolide is prachtig!

Slide 7 - Open question

Letterlijk of figuurlijk? (H17)

Mijn oom rookt als een ketter.

A
letterlijk
B
figuurlijk

Slide 8 - Quiz

Letterlijk of figuurlijk? (H17)

Mijn oom rookt als een ketter.

A
letterlijk
B
figuurlijk

Slide 9 - Quiz

De kernzin van een alinea is meestal...

(H29)

A
de eerste zin
B
de tweede zin
C
de derde zin
D
de laatste zin

Slide 10 - Quiz

Wat is het signaalwoord in de volgende zin?

Dat kwam doordat sociale media een belangrijke rol gingen spelen.
A
doordat
B
sociale media
C
belangrijke
D
rol

Slide 11 - Quiz

Je leert de signaalwoorden herkennen van de tekstverbanden inperking, vergelijking en omschrijving. 

Uitleg
H44 - Verbanden: inperking, vergelijking, omschrijving

Gezamenlijk oefenen
Opdracht 1

Zelfstandig oefenen
Opdracht 2-5-6-8

Huiswerk maandag: maken opdracht 2-5-6-8
Vandaag

Slide 12 - Slide

Verbindingswoorden
  • Signaalwoorden
  • Laten zien wat zinnen met elkaar te maken hebben
  • Relatie = (tekst)verband
  • Doel: je kunt de tekst makkelijker begrijpen
Signaalwoorden
  • Samenhang, verband tussen zinnen/alinea's
  • Al geleerd: opsomming, reden, tegenstelling en voorwaarde

Slide 13 - Slide

Verbindingswoorden
  • Signaalwoorden
  • Laten zien wat zinnen met elkaar te maken hebben
  • Relatie = (tekst)verband
  • Doel: je kunt de tekst makkelijker begrijpen
Samen oefenen

Slide 14 - Slide

Verbindingswoorden
  • Signaalwoorden
  • Laten zien wat zinnen met elkaar te maken hebben
  • Relatie = (tekst)verband
  • Doel: je kunt de tekst makkelijker begrijpen
Zelfstandig oefenen
Maak opdracht 2-5-6-8 (p.92-93/Teams) in je schrift.

Als je een vraag hebt, steek je je vinger op.

Klaar? Nakijken met het antwoordblad. 

Slide 15 - Slide

Je leert de signaalwoorden herkennen van de tekstverbanden inperking, vergelijking en omschrijving. 

Uitleg
H44 - Verbanden: inperking, vergelijking, omschrijving

Gezamenlijk oefenen
Opdracht 1

Zelfstandig oefenen
Opdracht 2-5-6-8

Huiswerk maandag: maken opdracht 2-5-6-8
Terugblik vandaag

Slide 16 - Slide