De opbouw van je betoog: titel, inleiding
TITEL: Kies een pakkende titel voor je betoog. Een aansprekende titel bedenk je vaak pas tijdens het schrijven of aan het eind. Ga dus eerst lekker aan het werk, met een werktitel, de echte titel komt vaak vanzelf.
INLEIDING: De inleiding bestaat meestal uit twee delen. In het eerste deel introduceer je het onderwerp en probeer je de aandacht van de lezer te trekken. Het tweede deel is een opstap naar de kern. Hier formuleer je je stelling. De twee delen kun je in aparte alinea’s opsplitsen, maar je kunt er ook één alinea van maken.
De kern bestaat onder andere uit de argumenten die het standpunt onderbouwen. Behandel bij meerdere argumenten ieder hoofdargument in een nieuwe alinea. Horen de argumenten bij elkaar, zet ze dan bij elkaar in één alinea. Geef voorbeelden en gebruik feiten; zo verlevendig je het betoog. Benadruk de argumenten die je standpunt versterken maar denk ook aan mogelijke tegenargumenten. Bedenk wat de tegenargumenten kunnen zijn en behandel ze in je betoog. Door ze vervolgens te ontkrachten versterk je je betoog.
CONCLUSIE
Aan het eind van de tekst herhaal je expliciet je standpunt met je belangrijkste argumenten en geef je een korte samenvatting. Hiermee eindig je het betoog.