Pallas 24 + 27 - μι-werkwoorden

Les 24 + 27 - μι-werkwoorden
Na deze les kun je:
  • De persoonsuitgangen van de μι-werkwoorden opnoemen.
  • De belangrijkste taalkundige regels benoemen die een rol spelen bij de vorming van de μι-werkwoorden.
1 / 35
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Les 24 + 27 - μι-werkwoorden
Na deze les kun je:
  • De persoonsuitgangen van de μι-werkwoorden opnoemen.
  • De belangrijkste taalkundige regels benoemen die een rol spelen bij de vorming van de μι-werkwoorden.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Uitgangen van de μι-werkwoorden
1e ev
2e ev
3e ev
1e mv
2e mv
3e mv
-μι
-μεν
-ασι
-σθε
-το
-σαι

Slide 4 - Drag question

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Vertaal (tonen): δεικνυμι

Slide 7 - Open question

Vertaal (tonen): δεικνυς

Slide 8 - Open question

Vertaal (tonen): ἐδεικνυασι

Slide 9 - Open question

Vertaal (tonen): των δεικνυντων

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Het werkwoord ἱ-στη-μι heeft ook een reduplicatie. Wat is hier gebeurd? Waarom zou dat zijn?

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Slide

Noteer de lange en de korte stam van τιθημι (plaatsen)

Slide 15 - Open question

Noteer de lange en de korte stam van διδωμι (geven)

Slide 16 - Open question

Noteer de lange en de korte stam van ἱημι (zenden)

Slide 17 - Open question

Noteer de lange en de korte stam van ἱστημι (plaatsen)

Slide 18 - Open question

Noteer de lange en de korte stam van φημι (zeggen)

Slide 19 - Open question

Noteer de lange en de korte stam van εἶμι (gaan)

Slide 20 - Open question

Vergelijk de korte stammen van ἱημι, ἱστημι, φημι. Welk verschil merk je op?

Slide 21 - Open question

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Vertaal: διδως (geven)

Slide 24 - Open question

Vertaal: ἐδιδους (geven)

Slide 25 - Open question

Vertaal: διδου (geven)

Slide 26 - Open question

Vertaal: τιθεμαι (plaatsen)

Slide 27 - Open question

Vertaal: τιθεσθαι (plaatsen)

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide

Bedenk zelf een reden waarom de reduplicatie hier ἱ-η-μι kan zijn.

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide

Zet strepen tussen de verschillende aanvoegsels: praesensversterking, augment, stam, kenletter, uitgang. 1) τιθεμεθα, 2) ἱεντο, 3) δυνασθαι,

Slide 32 - Open question

Idem: 4) ἱσασθε, 5) ἐδεικνυτο, 6) κειμενος, 7) δοθησονται

Slide 33 - Open question

εἰμί (zijn)
εἶμι (gaan)
φημι (zeggen)
ἦμεν
ἴμεν
ἐσμέν
εἶμεν
φαμεν
ἦν
ἔφην
΄φάθι

Slide 34 - Drag question

Vertaal: ἴθι, ἴσθι, ἰέναι, εἶναι, εἶσι, εἰσί, φησί, φασί

Slide 35 - Open question