Het werkwoord: Willen. Willen = een hulpwerkwoord. Ik wil graag een ijsje eten
Zij wil morgen haar huis schoonmaken
Wil je mij even helpen?
Wij willen graag met werkwoorden oefenen
Jullie willen graag Nederlands leren
Ik wil niet naar school want ik ben ziek.